Liever praktisch leren dan Grieks

Het gaat slecht met de havo, blijkt uit onderzoek. Minder theorie en meer praktijk blijkt goed te werken.

Leerlingen krijgen les op de Haven Havo in Rotterdam.
Leerlingen krijgen les op de Haven Havo in Rotterdam. Folkert Koelewijn

Met uitzicht op de containers en hijskranen van de Rotterdamse Waalhaven werkt de allereerste klas van de Haven Havo aan houten maquettes. Een piramide, De Kuip, het stadion van ADO. Duncan Yntema (12) maakt een aquaduct. „Ik ben erg geïnteresseerd in de Romeinse cultuur”, zegt hij. „Veel mensen maken gebouwen van nu, mij leek het leuk iets van vroeger te maken.” Wel lastig is dat je dan niet zomaar even de maker kunt bellen om de maten op te vragen, zoals zijn klasgenoot deed voor een maquette van Rotterdam Centraal.

Duncan had havo/vwo-advies, maar wilde geen vwo doen. „Grieks lijkt me wel leuk, maar ook moeilijk.” Bij de voorlichting voor de Haven Havo raakte hij „geïnspireerd door hun doelen. Op de meeste havo-opleidingen zit je heel lang in de boeken en ze merkten dat leerlingen daardoor geïrriteerd raken. Daarom dachten ze: waarom niet veel meer praktijk?”

Zwak en zeer zwak

De resultaten van de havo blijven achter, schreef de Onderwijsinspectie deze week in het rapport De Staat van het Onderwijs. Meer leerlingen blijven zitten, de examencijfers zijn slechter, er zijn meer ‘zwakke’ en ‘zeer zwakke’ afdelingen. Slechts 35 procent van de jongens haalt zijn havo-diploma binnen vijf jaar, bij de meisjes is dat 50 procent. Met 21,5 procent van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs is de havo een vergaarbak geworden.

Jop van der Kuil, eerstegraads leraar geschiedenis aan het Lek en Linge in Culemborg, heeft vier typen leerlingen in de havo-4: zij die overgingen van havo-3, de zittenblijvers, leerlingen van het vmbo en leerlingen van 3- of 4-vwo. Dat geeft een probleem, zegt hij. „Waar begin je?” De ex-vwo’ers weten het een en ander van geschiedenis, de ex-vmbo’ers niet. Het maakt zijn vak wel interessant om te doen, zegt hij.

De slechte resultaten op de havo waren de reden om met het Vreewijk Lyceum de Haven Havo te beginnen. „We keken waar de pijnpunten zitten: lang stilzitten, lesstof waarvan leerlingen niet begrijpen waarom ze het leren, docenten die vasthouden aan het boek”, zegt directeur Humphrey Tellings die ook leiding geeft aan de vmbo-afdeling van het Scheepvaart en Transport College.

Het curriculum bestaat uit de reguliere vakken en havenvakken zoals ‘onderzoek en ontwerpen’. Aan het examenprogramma hebben zowel havenbedrijven als het hbo meegewerkt - beide hebben er baat bij als meer leerlingen voor studies in maritieme techniek en procesindustrie kiezen. Leerlingen krijgen zestien uur theorie en zestien uur praktijk. Duits al in het eerste leerjaar, want die taal is belangrijk voor de handel. De wet van Archimedes (natuurkunde) wordt uitgelegd in het praktijklokaal: bootjes maken, in de waterbak doen en met gewichtjes testen wat er gebeurt.

Foto Folkert Koelewijn

vakhavo

Omdat 21 leerlingen nog maar twee periodes bezig te zijn, is het nog te vroeg conclusies over de resultaten te trekken. Maar Humphrey zegt al wel hoopvol dat ze het tot nu toe iets beter doen dan die op de reguliere havo.

Het Calvijn College in Goes heeft al wat meer ervaring met praktijk op de havo. De eerste lichting, 25 leerlingen met het profiel natuur & techniek, doet daar dit jaar eindexamen aan de vakhavo, gericht op techniek. ‘Meneer, voor mij begint het weekend morgen al want dan heb ik vakhavo-dag’, kreeg locatiedirecteur Govert Kamerik op donderdag een keer van een leerling te horen. „Maar er zijn ook een heleboel dames en heren op de havo die hier niets mee hebben. Daar willen we iets anders voor bedenken.”

Kamerik zou het concept van de vakhavo wel willen uitbreiden met bijvoorbeeld zorg, of administratie, om ook andere leerlingen te bedienen. „Het zou mooi zijn als je als school daarvoor meer ruimte krijgt. Dat het makkelijker wordt voor de havo om ook praktijk in het examen aan te bieden.”

Docent Jop van der Kuil ziet daarbij een bezwaar: dat kinderen al vroeg een bepaalde richting opgaan. „Ze weten nu al niet wat ze moeten kiezen.”

Maar de eersteklassers van de Haven Havo weten het soms al wel. Duncan Yntema wil douaneambtenaar worden, ongeveer zoals zijn vader, die ook in de haven werkt. De school trekt leerlingen van ouders die soms al generaties in de haven werken, zegt directeur Humphrey Tellings. Zij zijn blij dat hun kind én havo kan doen én in de haven kan werken. „Iemand zei me een keer dat hij in de fabriek werkte op de begane grond en hoopte dat zijn kind op de laag erboven terecht zou komen, in de kantoren.” Al is het stereotype beeld van een havenarbeider inmiddels behoorlijk achterhaald. „Als je kapitein op een cruiseschip wilt worden, heb je een hbo-opleiding nodig.”

Lees ook: De havo blijft al jaren achter

Vader

„Ouders hebben drommels goed door dat onderwijs de nieuwe sociale scheidslijn is’’, zegt Hilda Amsing, onderwijshistoricus en universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Daarom is het niet gek dat het aandeel vmbo’ers is geslonken en havisten en vwo’ers is gegroeid, vindt ze. „Vroeger werd aan een kind gevraagd ‘wat doet je vader?’ Nu is het: ‘naar welke school ga je?’’’ En van die school hangt veel af: met welke kinderen je nu omgaat, met welke mensen je later omgaat en in welke buurt je gaat wonen. „Het zou een stuk rustiger worden als kinderen de schoolkeuze zouden kunnen uitstellen.”

Ze vindt het een wonder dat de havo bij al die verschillende leerlingen nog een norm weet op te houden. „En dan moeten ze ook nog zorgen dat de rendementen goed zijn’’, zegt ze. Een specifiek vak of beroep heeft vaak minder status dan algemeen vormend voorbereidend onderwijs. Het voordeel van praktische vakken, vindt ze, is dat er wordt gebroken met het scherpe onderscheid tussen cognitief en praktisch talent.

In het praktijklokaal werkt Max Roozeboom (13) aan een maquette van het pentagon. „Het ministerie van defensie zit daarin, dat vind ik vet.” Hij wilde naar deze school omdat hij havo-advies had en graag in de haven wil werken. „Mijn vader werkt hier 300 meter verderop”, zegt hij. „En er zijn wel 10.000 banen.”

Foto Folkert Koelewijn
Leerlingen krijgen les op de Haven Havo in Rotterdam.
Leerlingen krijgen les op de Haven Havo in Rotterdam.
Leerlingen krijgen les op de Haven Havo in Rotterdam.