De restauratie van Mons-en-Pévèle is voor ruim twintig Fransen in de leeftijd van 21 tot 57 een proeve van bekwaamheid na een hoveniersopleiding van zeven maanden.

Foto Wouter van Vooren

50 meter per dag: zo worden de kasseien klaargemaakt voor Parijs-Roubaix

Parijs-Roubaix In de maanden voor wielerklassieker Parijs-Roubaix restaureren jonge hoveniers kasseien. Met de hand, pikhouweel en schop.

De eeuwenoude kasseienstrook in Noord-Frans niemandsland ligt klaar om op een doek vereeuwigd te worden. Het weer is ernaar: dreigende donderkoppen aan de horizon, en zonlicht dat in vlekken uiteenvalt op landerijen waar kerktorens en boerderijen het hoogste punt markeren.

Bibberig splijt de Pavé de la Croix Rouge de velden tussen de gehuchten Mons-en-Pévèle en Bersée, regio Hauts-de-France. Omgeploegde klei, de gekortwiekte overblijfselen van tarwe, met aan de andere kant zo ver het oog reikt planten die lijken op boerenkool. Ze zijn geplant om de akkers tijdens de wintermaanden vruchtbaar te houden.

Zondag dokkeren 180 wielrenners onderweg van Compiègne naar Roubaix over deze kasseienstrook, gevolgd door een processie van ploegleiderswagens. Wielerklassieker Parijs-Roubaix, het derde monument van het jaar, is dan al vijf uur onderweg.

De strook, die in het routeboek Mons-en-Pévèle heet, is van de moeilijkste vijfsterrencategorie. Hij is drie kilometer lang en ligt er middeleeuws bij. De ondergrond bestaat vooral uit klei en als de plaatselijke boeren er met hun zware tractoren een jaar lang overheen zijn gereden, zijn aan weerskanten diepe geulen ontstaan. Mons-en-Pévèle is daarom een van de stroken die in de maanden voorafgaand aan Parijs-Roubaix grondig moet worden gerestaureerd.

Die taak wordt uitbesteed aan de stichting Les Amis de Paris-Roubaix. Zij huren elk jaar een klein leger hoveniers in opleiding in om de boel met pikhouweel en schop recht te trekken. De ‘Amis’ maken zich op deze manier hard voor het behoud van de kasseienstroken in Noord-Frankrijk.

Proeve van bekwaamheid

Vanaf de jaren vijftig werden er veel geasfalteerd. Maar toen rond 2000 het idee ontstond om samen te gaan werken met een land- en tuinbouwschool en zo ook iets te betekenen voor de lokale bevolking, kwam de regionale politiek tot inkeer. Ruim honderd kilometer aan kasseienstrook werd veiliggesteld.

Aan het eind van twee weken ploeteren doen de studenten van het Lycée horticole de Lomme (vlak bij Lille) een praktijkexamen waarbij ze uitleggen welk materiaal ze gebruiken en waarom, waarna nog een mondeling examen volgt. De restauratie van Mons-en-Pévèle is voor ruim twintig Fransen in de leeftijd van 21 tot 57 een proeve van bekwaamheid na een opleiding van zeven maanden. Als ze slagen kunnen ze met een certificaat op zoek naar een baan.

Op deze dinsdag in maart zijn ze in groepjes op de hobbelige kasseienstrook uiteengevallen. Sommigen werken in tweetallen aan een verzakt gedeelte, anderen sjouwen in grotere groepen met de tot wel twintig kilo wegende kasseien . Leidinggevende Julien Flacon (34) overziet de operatie. Hij legt uit dat de strook vanuit het midden met niet meer dan twee procent mag aflopen, maar ook niet met minder dan één, omdat regenwater dan blijft liggen.

Foto Wouter van Vooren
Foto Wouter van Vooren

Thierry Gambier (50) hakt met een lange koevoet in op vastzittende kasseien. Hij was barkeeper in Miami, verhuurde huisjes op Tenerife en op de Kaaimaneilanden, kwam terug naar zijn geboortegrond en zoekt nu een baan in de buitenlucht zodat hij met een certificaat op zak in de buurt van Marseille in privétuinen aan de slag kan. Een stukje verderop vertelt Maxime Tondeur (25) dat hij na zijn filosofiestudie een tijdje iets met zijn handen wilde doen. Hierna wil hij een master architectuur volgen.

Dertig kilometer zuidwaarts is Alexandre Fosse (20) druk met zijn graafmachine bezig. Voor de fameuze kasseienstrook door het Bos van Wallers, beschermd erfgoed in de regio, gelden heel andere regels dan voor die van Mons-en-Pévèle. Het is een veel beroemdere strook, omdat er in de historie van Parijs-Roubaix vaak een schifting in het peloton ontstond. De kasseien liggen slecht en de weg loopt lichtjes af. Menig renner ging in Het Bos onderuit en brak dan een knieschijf, of een dijbeen.

Deze zomer besloten de lokale gemeenteraden van Wallers en het nabijgelegen Arenberg, in samenspraak met Les Amis de Paris-Roubaix en de regio Hauts-de-France om de eerste 900 meter van de strook te behandelen met een speciale techniek. Vorig jaar leek het er tot 12 uur ’s middags namelijk op dat Het Bos uit het parcours zou worden geschrapt, omdat de kasseien er door regenval spekglad bij lagen. Dat risico wilden de Amis niet nog eens nemen.

Onkruid werd verwijderd zonder gebruik van chemicaliën – dat mag niet in het beschermde natuurgebied – en er werd een roodkleurig zand tussen de voegen van de kasseien geduwd. „Met de hand, 50 meter per dag”, vertelt Alexandre. „Het is misschien veiliger geworden, maar niet makkelijker. De renners zullen het reliëf veel meer voelen.”

In een achterafkamertje van het beroemde Vélodrome van Roubaix legt François Doulcier, directeur van Les Amis de Paris-Roubaix, uit hoe het kasseienherstel werkt. Er is groot, medium en klein onderhoud. Werkzaamheden zoals die in Het Bos zijn groot en vragen om professionele handen. De regio Hauts-de-France betaalde 120.000 euro mee aan de operatie, die bovendien moest worden goedgekeurd door landschapsarchitect Véronique Stievenart. Zij bepaalde de kwaliteit van het zand en de diepte van de voegen. De hoveniers in opleiding zijn voor het mediumwerk, zoals in Mons-en-Pévèle.

Foto Wouter van Vooren

Drie soorten kasseien

Klokslag half één roept hoofddocent Frederic Vervelle (48) dat het lunchtijd is. Iedereen sjokt naar een uitsparing in de strook, waar een busje geparkeerd staat. Er komen sandwiches ham en kaas tevoorschijn, er wordt getapt uit grote kannen koffie.

De 29-jarige Aïden Robic neemt een borrel omdat hij nerveus is voor het examen dat eraan zit te komen. Bij zijn kuil van twee vierkante meter vertelt hij wat hem te doen staat. „Eerst graaf je vijftig centimeter uit, dan leg je een laag geo-textiel neer, dan zand nummertje vier [een niveau dat de fijnheid aanduidt], dan een laag grind van 2 bij 4 centimeter, een laag gruis, en daarbovenop komen dan de oude kasseien. Daarvan zijn er drie soorten: graniet uit Bretagne, zandsteen uit de Elzas, en Pierre Bleue hier uit de regio.”

Na de lunch staan Pauline Mesli en Brahim Bousselma (57) in hun kuil met handgebaren te overleggen. Ze twijfelen over welke steen ze als een soort damwand moeten gebruiken, en of dat er wel mooi uit zal zien. Bousselma kwam als baby vanuit Algerije naar Frankrijk, werkte als meubelmaker in de buurt van Lille, maar besloot een paar maanden terug dat hij iets anders wilde gaan doen tot zijn pensioen. Hij vindt het heerlijk om in de natuur te zijn. Met wielrennen heeft hij niets.

Tegen vier uur houden ze het aan de Pavé de la Croix Rouge voor gezien. Er gaan veiligheidslinten om de kuilen, rugzakjes worden omgehangen en dan begeven de 21 zich als een uitgelaten schoolklas naar de bus die aan het eind van de strook al een tijdje met draaiende motor klaarstond. Nog één dag werk. Dan is ook dit stukje Noord-Frans niemandsland klaar voor Parijs-Roubaix.

Foto Wouter van Vooren
Foto Wouter van Vooren