Opinie

Het blijft slecht nieuws regenen over de rechters

De Rechtsstaat

Als de rechtspraak zo doormoddert, verliest de rechter gezag, het ambt „vertrouwen” en dreigt „aantasting van de organisatorische onafhankelijkheid”. Ik sla wel eens een rapportje over, ook omdat de eeuwige eb en vloed van navelstaren en beterschap beloven niet altijd kan boeien. Maar de vierjaarlijkse ‘visitatie’ van de rechtspraak nagelde me toch even vast.

Dit is er één uit de categorie ‘zo kan het niet langer’. De leidinggevende die dit krijgt moet z’n aandeelhouders waarschuwen en kan acuut een verbetercampagne beginnen. Het moet in de rechtspraak, toch al geplaagd door tegenvallers, als een bom zijn ingeslagen. De commissie liet weten zelf „geschrokken” te zijn. De rechtspraak wordt neergezet als een stagnerende organisatie, vrijwel incapabel om te veranderen, te leren of te moderniseren. In zichzelf gekeerd, overbelast, uitgewoond en onderling sterk verdeeld. Al jaren centraal bestuurd als een soort uitvoeringsorganisatie, met de verkeerde ‘new public management’ filosofie, namelijk ‘efficiency’ en het ‘klant-bedrijf’ model. In plaats van staatsrechtelijk op waarde geschat als deel van de trias politica. En nu met de kans die plek kennelijk te verspelen.

Vooral de waarneming dat de rechtspraak maatschappelijk steeds verder achterloopt, verontrust. Digitaal contact, divers samengesteld personeel, snelle dienstverlening, uniforme werkprocessen, vlotte uitspraaktermijnen – het zijn algemeen aanvaarde eisen waaraan niet wordt voldaan. De rechtspraak praat al tenminste tien jaar vergeefs over te hoge doorlooptijden, kent geen diversiteitsbeleid, is meestal niet mailbaar maar alleen per post of zelfs alleen per fax beschikbaar en koestert nog altijd allerlei verschillende werkprocessen. De term ‘eilandcultuur’, uit het visitatierapport van 2014 blijkt nog altijd van toepassing. Zaken onderling uitwisselen, elkaar capaciteit beschikbaar stellen, best practices bekendmaken – het is niet gebruikelijk. Aardig gezegd: tussen de gerechten onderling bestaat geen gevoel van ‘verbinding’. De Raad voor de Rechtspraak, die boegbeeld zou moeten zijn, wordt gezien als boeman – leiderschap en visie schieten er tekort.

Voor een deel slaat de kritiek terug op kabinetsbeslissingen: te hoge griffierechten, te weinig capaciteit, verouderde wetgeving. Maar de eigen cultuur wordt ook op de korrel genomen. De houding van ‘afzijdigheid’ bij rechters die professionele onafhankelijkheid vertalen in desinteresse. Het gebrek aan collectieve verantwoordelijkheid bij rechters, aan kwaliteitsbewaking en zelfs aan ambitie. Elkaar aanspreken, men doet het liever niet. Manager worden? Nee, bedankt, na u.

De rechtspraak heeft dus moeite met veranderen, met innovatie en is eigenlijk maar met één ding bezig. Zaken afhandelen. Overleven dus. Al het andere verbleekt daarbij. Kwaliteitsstandaarden invoeren, feedback geven of beoordelingsgesprekken houden, reflecteren op werk en functie, meedoen aan cursussen, initiatieven nemen. Het schiet erbij in. Loopbaanbeleid is zwak ontwikkeld, strategische personeelsplanning staat in de kinderschoenen.

Kortom, de rechtspraak is overvraagd, gedemoraliseerd, stagneert en blijft maatschappelijk achter. Hier en daar gebeurt er wel wat, maar tempo en inhoud zijn niet toereikend. Iedereen schijnt volgens de commissie te begrijpen dat er iets moet veranderen en zou daar ook aan mee willen doen. Maar „de commissie is maar weinig concrete veranderplannen met een stelselmatige aanpak, sturing op resultaten en monitoring tegengekomen”. De werkdruk is te hoog, het bestuur te vrijblijvend en de organisatie ‘te gelaagd’. Verschuil je niet achter je bijzondere positie, zegt de commissie nu. Verander, anders brokkelt je gezag af.

Of je een emmer leeg gooit, dus. Waarbij mij het beroep dat op de rechters zélf wordt gedaan intrigeerde. Kijk eens verder dan de eigen zittingsagenda inclusief dossiers. Neem ook collectieve verantwoordelijkheid, pak de regie, verzin wat nieuws. Zo’n visitatierapport is immers van geduldig papier – en dit is te belangrijk om ermee op de minister, de raad of de president te gaan zitten wachten. Straks spoelt de hele zaak immers door het putje weg. Onafhankelijkheid, gezag – ook, nee, juist individuele rechters hebben daar belang bij.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.