Ex-paus: misbruik komt door seksuele revolutie

Benedictus XVI Benedictus XVI mengt zich met een essay in het debat over misbruik. Hij zet hele andere accenten dan zijn opvolger Franciscus.

Paus Franciscus samen met zijn voorganger Benedictus bij het uitwisselen van de kerstwensen, eind vorig jaar.
Paus Franciscus samen met zijn voorganger Benedictus bij het uitwisselen van de kerstwensen, eind vorig jaar. Foto VATICAN MEDIA

In een opmerkelijke interventie in het debat over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk schrijft emeritus paus Benedictus XVI dit misbruik toe aan de seksuele revolutie in de jaren zeventig, aan een zekere relativering van de officiële kerkelijke leer door prominente theologen, en aan de secularisering van de samenleving.

De seksuele revolutie leidde tot „een morele instorting”, schrijft Benedictus in een essay van zesduizend woorden dat donderdag door een aantal katholieke media is gepubliceerd. Bij de Revolutie van 1968 hoorde ook een strijd voor „volledige seksuele vrijheid, waarvoor niet langer enige norm gold. [...] Pedofilie werd toen ook gediagnosticeerd als toegestaan en passend.” 

De kerk was „weerloos tegenover deze veranderingen in de samenleving” doordat „de katholieke moraaltheologie instortte”, schrijft Benedictus. Hij wijst daarbij op de andere opstelling van prominente theologen sinds het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-’65), bedoeld om de katholieke kerk bij de tijd te brengen. Er werden vraagtekens gezet bij het idee dat er bepaalde normen zijn waarvan nooit mag worden afgeweken.

Sinds hij zes jaar geleden aftrad, als eerste paus in de moderne tijd, heeft Benedictus, die volgende week 92 wordt, zich grotendeels gehouden aan de belofte dat hij zich zou wijden aan studie en gebed. Hij schrijft nu dat de misbruiktop in februari hem heeft geïnspireerd een paar gedachten op papier te zetten om te zien „wat ik kon bijdragen aan een nieuw begin”.

Lees ook hoe pas Franciscus het misbruik wil aanpakken

Zijn analyse staat op veel punten haaks op de weg die paus Franciscus heeft ingeslagen. Benedictus wijdt bijvoorbeeld geen woord aan een essentieel onderdeel van de schandalen, de pogingen van kerkleiders om misbruik te verzwijgen of te verdoezelen. Hij doet alsof het een westers en niet een mondiaal probleem is. Hij negeert dat veel misbruikzaken teruggaan op de jaren vijftig en zestig

Deze interventie „is op een catastrofale manier onverantwoordelijk” omdat Benedictus op een heel andere manier kijkt naar het probleem dan zijn opvolger, zei kerkhistoricus Christopher Bellitto tegen Associated Press.

Conservatieve katholieken prezen de opmerking van Benedictus dat de secularisering heeft bijgedragen tot het probleem. Met de gedachte ‘God is dood’ is een moreel kompas verdwenen, schrijft Benedictus.

Deze analyse deugt niet, zei de Amerikaans ethicus Julie Hanlon Rubio donderdagnacht tegen de online site National Catholic Reporter. „De bereidheid om een tolerante cultuur en progressieve theologie de schuld te geven van een intern en structureel probleem, is verbijsterend.”

Voordat hij in 2005 tot paus werd gekozen was Benedictus ruim 23 jaar prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer. In die functie heeft hij te maken gehad met opzienbarende misbruikzaken als die van de Mexicaanse priester Marcial Maciel, oprichter van de machtige orde van Legionnairs van Christus, of de Amerikaanse kardinalen Law en McCarrick. In zijn essay rept Benedictus hier niet over.

Veel kapot gemaakt

Hij staat wel uitgebreid stil bij de hervormingsbeweging van ’68 en bij de progressieve theologen die vraagtekens hebben gezet bij een aantal volgens Rome absolute waarheden.

De seksuele revolutie heeft veel kapot gemaakt, schrijft Benedictus. „In de twintig jaar van 1960 tot 1980, zijn de voorgaande normatieve standaards over seksualiteit volledig ingestort en kwam er een nieuw normaal op”.

In een curieze passage van zijn essay schrijft hij over een „mentale instorting die ook verbonden was aan een neiging tot geweld. Daarom werden er niet langer seksfilms getoond in vliegtuigen, omdat tussen de kleine gemeenschap van passagiers geweld kon uitbreken.”

Wat als conservatief gold, was taboe, ook binnen de kerk. Sommige „bisschoppen verwierpen de katholieke traditie”. Op heel wat seminaries, schrijft Benedictus, vaak erkend als een eminent wetenschappelijk conservatief theoloog, moesten „mijn boeken verstopt worden, als slechte literatuur, en alleen onder de tafel gelezen”.

Hij is, als paus en als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, vaak van leer getrokken tegen theologen die een eigen interpretatie gaven van de katholieke moraal. Hij hekelt in zijn essay nogmaals de gedachte dat er geen absolute waarheden zijn over goed of kwaad, alleen maar relatieve oordelen. Dit idee leidde eind jaren tachtig en in de jaren negentig tot een crisis van „dramatische omvang”. Benedictus herinnert eraan dat zijn Poolse voorganger, paus Johannes Paulus II, daar in 1993 een einde aan heeft geprobeerd te maken met de encycliek Veritatis Splendor (De pracht van de waarheid). „Er zijn zaken waarover nooit onderhandeld kan worden”, schrijft Benedictus. Dat idee is volgens hem verloren geraakt in de secularising. „Waarom heeft de pedofilie [binnen de kerk] zulke proporties aangenomen? Uiteindelijk is de reden de afwezigheid van God.”

(Dit artikel is op 13 april aangepast om het aantal jaren te corrigeren dat Benedictus de Congregatie voor de Geloofsleer heeft geleid)