Campagne-bijeenkomst van presidentskandidaat Prabowo Subianto en zijn running mate Sandiaga Uno in het Bung Karno-stadion in Jakarta, op 7 april.

Foto's Reuters

Een leider met de zegen van Allah

Presidentsverkiezing Op 17 april kiest Indonesië een nieuwe president. Zittend leider Widodo neemt het weer op tegen Prabowo, die zich gesteund weet door radicale moslims. De strijd wordt gevoerd tot in de moskee.

Het is bijna half vijf ’s ochtends en de imam die voorgaat in gebed laat er geen twijfel over bestaan. Zijn stem schalt door de luidsprekers van een voetbalstadion in hartje Jakarta: „Wij hebben een leider nodig die de zegen van Allah heeft. We vragen u om Prabowo als leider op 17 april. Geef ons een leider die gelooft in u, zoals wij.”

Tienduizenden Indonesiërs hebben zich deze morgen verzameld voor een ochtendgebed en campagnebijeenkomst in één. In een gang van het stadion gebruiken een paar mannen een grote campagnevlag als gebedskleed. Verderop nemen een paar bezoekers een selfie met kartonnen poppen, het zijn presidentskandidaat Prabowo Subianto en zijn running mate Sandiaga Uno.

Op het podium leiden ustads, islamitische geleerden, urenlang speciale gebeden en reciteren ze verzen uit de Koran. Afwisselend in het Arabisch en Indonesisch bidden ze voor een overwinning van Prabowo komende woensdag. Dan houdt Indonesië presidentsverkiezingen. Het is haram, onrein, om op de andere kandidaat Joko Widodo te stemmen, waarschuwt één van de ustads: „Want het is haram om op iemand te stemmen die niet vecht voor moslims. Verspreid dit ook in je gemeenschap.” Geloof en politiek kunnen moeilijk méér verweven zijn dan hier.

De twee kandidaten voor het presidentschap zijn dezelfde als vijf jaar geleden. Maar de campagne gaat, meer nog dan in 2014, om de vraag wie de meeste conservatieve moslims voor zich weet te winnen. Het bijzondere is dat radicale islamitische groeperingen zich voor het eerst expliciet aan een presidentskandidaat hebben verbonden, legt Halili Hasan uit, hij is directeur van het Setara Instituut voor Democratie en Vrede in Jakarta. „Het is de radicale islamitische stroming gelukt om een plek in het politieke ecosysteem te bemachtigen.”

Eén van die radicale clubs is het Front Pembela Islam, het Islamitisch Verdedigingsfront. Zij willen dat Indonesië de sharia invoert. Hun knokploegen staan bekend om gewelddadig ingrijpen bij gebeurtenissen die volgens hen in strijd zijn met het islamitisch recht. Ze doen invallen in restaurants waar alcohol wordt geschonken. En ze grijpen bijvoorbeeld ook in als werkgevers moslims met Kerst dwingen om een kerstmuts te dragen, of bij wie het waagt om Valentijnsdag te vieren. Vaak zijn religieuze minderheden slachtoffer van het geweld.

Bij de campagnebijeenkomst van Prabowo Subianto staan de FPI’ers in hun witte uniformen vooral stoer voor zich uit te kijken. Ze houden de toegangspoortjes in de gaten en beschermen het podium.

Hun keuze voor Prabowo is een pragmatische. In Indonesië weet iedereen dat Prabowo helemaal niet zo’n vrome moslim is. De oud-generaal werd als christen geboren en zou zich in de jaren tachtig hebben bekeerd om met de dochter van toenmalig president Soeharto te kunnen trouwen en makkelijker carrière als militair te kunnen maken. Het laat zien dat de radicale groepen hem alleen gebruiken als instrument, zegt Halili Hasan: „Ze hadden welke kandidaat dan ook kunnen kiezen.” Omgekeerd gebruikt Prabowo de radicale clubs om meer steun in de samenleving te krijgen.

Lees ook: een interview dat oud-correspondent Melle Garschagen met president Widodo hield in 2016.

De strijd om de kiezer gaat door tot in de moskee. Officieel is het verboden om campagne te voeren in gebedshuizen, maar het gebeurt wel. Soms impliciet, zoals bij het vrijdaggebed in de Al Islah-moskee in Jakarta. Dit is de huismoskee van het FPI, hun kantoor zit in hetzelfde straatje. Op vrijdag is het er vaak druk. Mannen die er binnen niet meer bij passen, rollen hun gebedskleed buiten uit. Twee jochies schikken in als een oudere man komt aanlopen en geen kleedje bij zich heeft. Dan delen ze toch.

De voorganger in het gebed – dit is op een vrijdag in maart – noemt geen namen. Hij heeft wel kritiek op „leiders die niets geven om de welvaart van hun mensen”. Kijk naar ons mooie Indonesië, zegt hij, een land zo rijk aan grondstoffen dat alle buitenlanders er wel zaken willen doen. „En zie ons nou. We importeren alles, van rijst tot zout en zelfs schoffels voor op het land.” Het is precies de kritiek die het Prabowo-kamp op zittend president Joko Widodo heeft. Prabowo belooft om Indonesië zoveel mogelijk zelfvoorzienend te maken.

Rottende vis

In andere preken gaat het er minder subtiel aan toe. Een week of vier voor de verkiezingen moet de imam van de Al Azhar-moskee duidelijk weinig van Widodo hebben: „De vis begint met rotten bij de kop. Niet aan de staart of bij de vinnen, maar bij de leider. We mogen snel van ons recht gebruik maken om onze toekomstige leiders te kiezen.” Als Allah het wil, wordt Indonesië weer een sterk land, zegt hij. Bijna letterlijk de tekst die Prabowo af en toe van president Trump leent: Make Indonesia great again.

Een groep radicale predikers gebruikt kleine en op zichzelf gematigde moskeeën om politiek te bedrijven, vertelt Abdul Aziz. Hij is ustad in de At Taqwa-moskee in Jakarta, hier is Prabowo wel eens komen bidden. De politie kwam laatst langs omdat er een oproep was gedaan om voor Prabowo en Sandiaga Uno te stemmen.

Het gebeurde niet omdat de moskee gepolitiseerd is, bezweert Aziz. De Al Taqwa is in het bezit van de familie van vicepresidentskandidaat Sandiaga. Dus ja, dat maakt het wel moeilijk om neutraal te blijven. „De familie had na het gebed de microfoon overgenomen.”

Make Indonesia great again

Presidentskandidaat Prabowo Subianto

Nu hangt er een spandoek boven de ingang dat oproept tot vreedzame verkiezingen: ‘Bescherm de harmonie van gelovigen’. Het hóórt gewoon niet om campagne te voeren in de moskee, zegt Abdul Aziz, het moet een plek van bezinning zijn voor iedereen. Hij is ervan overtuigd dat de radicale groep die van Indonesië een volledig islamitisch land wil maken, maar klein is. „Alleen maken ze slim gebruik van de openheid van veel moskeeën. Vaak is de staf wat naïef en raakt die gemakkelijk beïnvloed. Dus die radicalen kunnen bijna overal preken houden.”

Zijn inschatting dat het om een relatief kleine groep gaat, komt overeen met onderzoeken van het Setara Instituut uit 2015 en 2016. Maar enkele extremistische moslims zouden bereid zijn om geweld te gebruiken om het land te bekeren, 0,3 procent van de ondervraagden. De groep ‘actief intolerante’ Indonesiërs is iets groter maar nog steeds klein, 2,4 procent. De groep ‘passief intoleranten’ is aanzienlijk groter met 35,7 procent. De meerderheid (61,6 procent) is nog altijd tolerant.

Halili Hasan maakt zich het meeste zorgen over de groep ‘actief intole rante’ moslims, omdat die luidruchtiger wordt en ook in omvang toeneemt. De laatste jaren hebben die intolerante types min of meer hun gang kunnen gaan, zegt hij. De overheid heeft weinig gedaan om hen op andere gedachten te brengen: „In het onderwijs bijvoorbeeld bestaat nauwelijks aandacht voor één van de belangrijkste principes van Indonesische staat: eenheid in verscheidenheid.”

Radicaal randje

In 2014 voerde zittend president Joko Widodo nog een campagne waarin hij zei dat hij ook voor minderheden zou opkomen. Daar is nu weinig meer van te merken. Zijn strategie komt min of meer op dezelfde neer als die van Prabowo. Ook hij richt zich helemaal op de conservatieve moslims.

Het radicale randje is bij Widodo veel minder prominent. Maar hij koos strategisch een streng islamitische geleerde als running mate. Ma’ruf Amin was als hoofd van de Indonesische Raad van Schriftgeleerden, een raad die religieuze decreten uitvaardigt, behoorlijk strikt. Die raad riep onder meer op tot strafbaarstelling van homoseksualiteit, laat zich positief uit over genitale verminking van vrouwen en valt minderheden aan die de islam net anders interpreteren.

President Widodo zei over de behouden Amin dat ze „elkaar aanvullen” omdat hij zelf vooral als nationalistisch bekend staat. Maar in de campagne laat hij geen kans liggen om zich van zijn vrome kant te laten zien. Op sociale media laat zijn team foto’s rondgaan van Widodo in de moskee of Widodo die een gebed leidt op een islamitische kostschool. Intussen posten pro-Widodo-accounts online suggestieve berichtjes over de niet-zo-religieuze Prabowo: „Waar deed Prabowo zijn vrijdaggebed?”

Hoe het verder moet na de verkiezingen van woensdag? Widodo staat in bijna alle opiniepeilingen voor op Prabowo. Ook de voorkeur van Halili Hasan gaat uit naar Widodo, omdat hij inschat dat een tweede regering-Widodo „meer mogelijkheden” zou bieden voor bescherming van de democratie en vrijheden van minderheden. Widodo zou alleen wel in onderhandeling moeten met de conservatieve achterban van zijn nieuwe vicepresident.

Duidelijk is ook dat de radicale islam deze campagne aan zelfvertrouwen heeft gewonnen, of Prabowo nu wint of niet. Bij het ochtendgebed van de Prabowo-aanhang loopt Habib Razieq, de leider van het FPI, vast vooruit op de uitslag van de verkiezingen. „De winst is zichtbaar”, bluft hij in een videoboodschap vanuit Saoedi-Arabië, waar hij verblijft. „Prabowo en Sandiaga kúnnen niet verslagen worden, behalve als we worden bedrogen.” Het klinkt meer alsof hij al een reden voor protest heeft gevonden, mocht Joko Widodo winnen.

Met medewerking van Sarah Sayekti