‘De man die nu komt, is nog erger’

Radiostation in Ballingschap Bij Radio Dabanga, dat vanuit een Amsterdamse flat uitzendt naar drie miljoen Soedanezen, vrezen talloze bellers dat hun revolutie is gekaapt door de legertop.

Soedanese betogers kort nadat het leger zei een „belangrijke aankondiging” te gaan doen.
Soedanese betogers kort nadat het leger zei een „belangrijke aankondiging” te gaan doen. Foto AFP

L1, L2 en soms flikkert zelfs het groene lampje bij Lijn 3. Radio Dabanga, het enige onafhankelijke radiostation van Soedan, wordt al de hele dag platgebeld.

Hoofdredacteur Kamal Elsadig neemt meteen op: „As-salaam aleikum”, zegt hij, terwijl hij snel het nummer noteert dat op zijn kantoortelefoon verschijnt. Het is duur om vanuit Soedan naar de radiostudio in Amsterdam te bellen. Sommige mensen laten de telefoon overgaan en hangen daarna op. Dan belt Elsadig ze weer terug.

Hij zet de telefoon op de luidspreker. De beller klinkt opgewonden: „Ik kan niet geloven wat er in Soedan is gebeurd. Hoe kan het leger na tien uur wachten met zo’n verklaring komen? Dit is niet waar mensen vier maanden lang voor hebben gedemonstreerd. Wat is het laatste nieuws? Kunnen jullie ons snel updaten?”

Radio Dabanga, gesteund door Free Press Unlimited, is een radiostation in ballingschap en heeft zo’n drie miljoen Soedanese luisteraars. In Soedan, dat geen persvrijheid kent, heeft alleen de regeringszender een groter bereik.

Dit station, dat iets meer dan tien jaar bestaat, is de enige plek waar wanhopige Soedanezen hun zegje kunnen doen. De meeste mensen voelen zich donderdag voor de gek gehouden door het Soedanese regime.

Ze eisen sinds december het vertrek van president van Omar al-Bashir. Dat is dan misschien wel gelukt, maar „veel mensen klagen dat die man die het overneemt nog erger is dan Bashir”, zegt Elsadig. „Ze bellen en zeggen dat hun revolutie niet om een nieuwe leider ging maar om een ander regime.”

Beeld uit de live televisie-uitzending waarin minister van Defensie Awad Mohamed Ibn Ouf, een vertrouweling van Bashir, verklaart dat de president is afgezet.

Omdat alle media in Soedan in handen zijn van de regering, is het lastig voor mensen om te begrijpen wat er nu precies gebeurt, zegt hij. Hij wijst naar het tv-scherm, waar Sudan TV opstaat, een belangrijk tv-kanaal. „De verklaring van de defensieminister die vanmiddag op het nieuws werd gebracht wordt sinds twee uur vanmiddag herhaald.” Achter elkaar, zegt hij. Al vier uur krijgen Soedanezen niets anders dan die verklaring te zien.

Elsadig verzamelt de meningen van Soedanezen die hem bellen, WhatsAppjes en e-mails sturen. Hij vliegt van zijn kantoortelefoon naar zijn e-mailinbox en dan weer naar zijn iPhone. Daar komen achter elkaar filmpjes binnen van mensen die bivakkeren naast het militaire complex, in de Soedanese hoofdstad Khartoum. Hij ziet beelden van straten vol Soedanezen, vooral veel jongeren die met bordjes rondlopen en roepen dat er een nieuwe dief aan de macht is in Soedan: „Dit zijn bedriegers.”

Hij zet de interessante getuigenissen die hij hoort, ziet en leest onder elkaar en maakt er een nieuwsitem van, dat later op de dag vanuit hun kantoor in de Amsterdamse Weesperflat wordt uitgezonden.

Op het witte A4’tje waar hij zijn aantekeningen op noteert, in het Arabisch, staan de woorden: „We willen hem niet, we willen hem niet. Hij is erger dan Bashir.” Die kwam van nog een boze beller, zegt hij.

Niet alle Soedanezen delen die mening. Een beller zegt donderdagmiddag heel blij te zijn dat Bashir nu weg is gegaan zonder veel bloedvergieten. Een ander zegt dat de tv-verklaring van de minister donderdagmiddag nepnieuws was. Bashir is nog steeds aan de macht, zegt hij. „Sommige mensen zijn natuurlijk blij dat Bashir eindelijk weg is,” zegt Elsadig „maar een groot deel daarvan is toch ontevreden en zegt dat de man die zijn positie overneemt nóg erger is.”

Hoofdredacteur Kamal Elsadig in de studio van Radio Dabanga. Foto Rob van Dullemen

Een andere redacteur van Radio Dabanga, de Soedanees-Nederlandse Assadig Musa, zit achter zijn computer een radio-uitzending te monteren. Hij is vaak bezig met het interviewen van artsen, leraren en politieagenten.

„Niemand van de regering wil nu praten met ons”, zegt Musa. Dus heeft hij donderdag een leider van een oppositiepartij gesproken en de voorzitter van een maatschappelijke organisatie.

Alle mensen die niet met de regering verbonden zijn, zeggen donderdag ongeveer hetzelfde tegen Musa. Ze klagen dat hun revolutie is gekaapt door de militairen.

Velen hebben ook een gezamenlijk plan: „Ze roepen alle Soedanezen op om de straat op te gaan, daar te blijven, niet naar huis te gaan. Ze willen het leger nu nog meer onder druk zetten en duidelijk maken dat ze pas tevreden zijn als het hele regime van Bashir weg is. Niet alleen hij.”

De Soedanezen zeggen dat ze hun echte revolutie nog moeten krijgen.