De ‘kathedraal’ is terug

Plantsoen Een halve eeuw wilde de linkse Spaarndammerbuurt de gesloopte Maria Magdalenakerk het liefst vergeten. Nu keert de geest van ‘Lena’ terug – op het geheel vernieuwde Domela Nieuwenhuisplantsoen.

De lantaarnpalen symboliseren de plek van de twee vroegere kerktorentjes van de gesloopte Maria Magdalenakerk en markeren nu de toegang tot het Domela Nieuwenhuisplantsoen in Amsterdam. Foto Rob van Dullemen
De lantaarnpalen symboliseren de plek van de twee vroegere kerktorentjes van de gesloopte Maria Magdalenakerk en markeren nu de toegang tot het Domela Nieuwenhuisplantsoen in Amsterdam. Foto Rob van Dullemen

Voor het eerst in zijn bestaan nodigt het Domela Nieuwenhuisplantsoen uit tot recreatie. Tientallen jaren was het een rommelig hoekje in de Spaardammerbuurt, zonder functie en zonder vreugde. De afgelopen maanden heeft het plantsoen een transformatie ondergaan. De rommelige struiken zijn verdwenen, er staan bankjes en er zijn wandelpaadjes tussen bloembedden en gras. Sinds vorige week is het plantsoen opengesteld voor publiek.

Toch is hier meer aan de hand dan een opgeknapt stukje groen in de stad. Het vernieuwde plantsoen omarmt het verleden. Je ziet meteen de verwijzingen naar het iconische gebouw dat hier tot vijftig jaar geleden stond: de katholieke Maria Magdalenakerk, ontworpen door architect Pierre Cuypers. De geest van ‘Lena’, zoals de kerk liefkozend werd genoemd, herleeft: in het stalen koor, in de bogen aan weerszijden van het groen, in de straatlantaarns bij de voormalige entree.

En dat is niet zomaar iets. Een halve eeuw lang wilde de Spaarndammerbuurt, een rood bolwerk in het toch al behoorlijk linkse Amsterdam, het roomse verleden van deze plek het liefst uitwissen. Niet voor niets werd het plantsoen na de sloop van de kerk vernoemd naar Ferdinand Domela Nieuwenhuis, een anarchist die streed tegen de macht van de kerk. Nu keert het roomse verleden terug – in ieder geval symbolisch. Daarmee is het nieuwe plantsoen een teken van de veranderende tijdgeest in de Spaarndammerbuurt.

Rooms bastion tussen de roden

Je kon hem van heinde en ver zien staan. Generaties lang was de Maria Magdalenakerk een van de landmarks van Amsterdam. Het markante neogotische complex oogde als een kathedraal: tientallen meters hoog, met een robuuste vierkante klokkentoren en indrukwekkende entree. Een meesterwerk, vonden kenners, een van de mooiste kerken die de roomse bouwmeester Cuypers – bekend van het Rijksmuseum en Centraal Station – in zijn leven ontwierp.

Maria Magdalenakerk, gesloopt in 1968. Nu ligt hier het Domela Nieuwenhuisplantsoen. Foto Stadsarchief Amsterdam

In 1891 opende de Maria Magdalenakerk haar deuren. De locatie was door het bisdom in Haarlem niet toevallig gekozen: pal aan de entree van de Spaarndammerbuurt. Een brutaal statement tegen de communisten, socialisten en vakbondslieden die in deze arbeiderswijk de dienst uitmaakten. De Magdalenakerk was een ‘rooms bastion tussen de roden’.

Daar bleef de missie van het bisdom niet bij. In loop der jaren ontstond naast de kerk een hele roomse enclave. Er kwam een pastorie, een katholieke lagere school en een tehuis voor moeilijk opvoedbare jongens – het Sint Leogesticht. Die gebouwen staan er nog steeds: de pastorie werd tot enkele jaren geleden bewoond door oud-wethouder Rob Oudkerk.

De kerk werd maar 77 jaar oud. Begin jaren zestig werd steenrot in de fundering gevonden, waarna het bisdom in 1968 overging tot sloop. In de tussenliggende jaren zou de leegstaande Magdalenakerk nog wel een primeur in de vaderlandse popgeschiedenis beleven: palingrockband The Cats hield er in 1965 het eerste optreden buiten Volendam. De oom van zanger Cees Veerman was pastoor in de kerk.

Of die steenrot echt zo ernstig was, is altijd onduidelijk gebleven

Ton Heijdra historicus

De sloop van ‘Lena’ was eigenlijk lelijke pech, zegt historicus Ton Heijdra, auteur van een boek over de geschiedenis van stadsdeel Westerpark. „Of die steenrot echt zo ernstig was, is altijd onduidelijk gebleven.” Het bisdom, dat kampte met een massale uitstroom van gelovigen, wilde van de kerk af. „En de communisten in de buurt staken natuurlijk geen poot uit.” Pas vanaf midden jaren zeventig zouden bevlogen architecten als André van Stigt zich in Amsterdam gaan inzetten voor het behoud van monumentale gebouwen. Heijdra: „Toen was de Magdalenakerk al gesloopt.”

Taartpunt wordt plantsoen

In 1972 werd de vrijgekomen taartpunt langs het spoor getransformeerd tot een plantsoen. Het stadsparkje werd niet vernoemd naar Maria Magdalena, wat logisch was geweest, maar naar de anti-clericale stokebrand Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Een symbolische wraakoefening op de kerk door de CPN, die oppermachtig was in de buurt. Bij de opening van het plantsoen zong het koor Morgenrood het communistische ‘Lied van de overwinning’.

Die vernoeming naar Domela Nieuwenhuis noemt historicus Ton Heijdra „een gotspe”. „Domela was een anarchist, geen communist. De anarchisten zaten in de Staatsliedenbuurt.” Bovendien heeft de anarchistische voorman een standbeeld honderd meter verderop aan het Nassauplein – wat tot op de dag van vandaag voor verwarring zorgt.

Eigenlijk is het nooit wat geworden met het Domela Nieuwenhuisplantsoen. Decennialang was het een rommelig stuk groen zonder duidelijke bestemming, met een vreugdeloze plak asfalt, wat bankjes en slecht bijgehouden beplanting. De belangrijkste recreanten waren zwervers en alcoholisten. Regelmatig overnachtten ze op matrassen onder de oude kelderbogen van de kerk, die er nog steeds lagen.

Het gemeentebestuur had wel andere prioriteiten dan een verlept plantsoentje in een uithoek van de stad die bekend stond als de ‘moord- en brandbuurt’. De Spaarndammerbuurt had in de decennia na de oorlog een reputatie van armoede en onveiligheid. Wie er niets te zoeken had, kwam er niet. „Er was niet voor niets een politiebureau op de Spaarndammerstraat, middenin de wijk”, zegt historicus Heijdra.

De Spaarndammerbuurt had in de decennia na de oorlog een reputatie van armoede en onveiligheid

In het nieuwe millennium liet stadsdeel Westerpark zijn oog vallen op het vergeten lapje grond. Er kwam zelden iemand – en honderd meter verderop lag de groene oase van het Westerpark. Kon er niet gebouwd worden? Hier stuitte het stadsdeelbestuur op activisme van de bewoners. Een diepgewortelde traditie in de Spaarndammerbuurt, waar het buurthuis tot tien jaar geleden ‘Verzet’ heette en op 4 mei nog altijd de rode Sovjet-vlag gehesen wordt.

In 2008 kwam er een buurtreferendum over de nieuwbouwplannen. De bewoners stemden massaal ‘nee’, maar de uitkomst was niet bindend omdat de opkomst te laag was. Door de economische crisis belandden de plannen alsnog in de ijskast. Er ontstond een ‘schoffelgroep’, die het plantsoentje op eigen initiatief onderhield.

Later raakte de bewonersgroep in gesprek met het stadsdeel over herinrichting van het plantsoen. Er kwam geld en de bewoners kregen een centrale rol bij het ontwerp. „Nadat we jarenlang tegenover elkaar hadden gestaan, ontstond er gaandeweg vertrouwen”, zegt Annemieke van der Wal van de bewonerswerkgroep Domela-plantsoen.

Het koor herrijst

En toen gebeurde er iets opmerkelijks: in dat ontwerp keerde de gesloopte kerk terug. Je ziet de contouren van de ‘kathedraal’ overal in de inrichting. Het koor werd herbouwd, als stalen staketsel waarover straks klimplanten groeien. Waar de kolommen van de kerk waren, staan nu schanskorven. De torentjes boven de ingang van de kerk zijn gereïncarneerd door twee straatlantaarns. Op de plek waar vroeger het altaar was, liggen nu tegels van Belgisch hardsteen met iconen die door de buurtbewoners zijn ontworpen. Ook daar duikt het religieuze motief op: reflectie, gebed, neogotiek.

Het meest herleeft de kerk in de stenen kelderbogen aan weerszijden van het plantsoen. Aan één kant werden ze helemaal gereconstrueerd, de kleur van de stenen haalde de ontwerper van oude foto’s van de Magdalenakerk. De bogen aan de andere kant, die nooit waren weggehaald, werden steen voor steen uit elkaar gehaald, gereinigd en weer opgebouwd door Brabantse metselaars.

Zo keert het roomse gevoel van weleer terug in het straatbeeld. En dat in een buurt die weinig op heeft met het geloof en nog altijd ontzettend links is: bij de Provinciale Statenverkiezingen stemde bijna de helft van de kiezers in de Spaarndammerbuurt op GroenLinks, PvdA of de SP, en nog geen 3 procent op het CDA of de ChristenUnie.

Lees ook: NRC berichtte in 2008 over het buurtreferendum over het Domela Nieuwenhuisplantsoen

Vreemd? Nee, zegt Annemieke van der Wal van de bewonerswerkgroep. „Zelf heb ik helemaal niets met het geloof, maar anderen in onze buurt wel. Sommigen zijn nog gedoopt in de kerk. Dus toen we over de herinrichting gingen spreken, kwam zij vanzelf ter sprake. Een van de bewoners stelde zelfs voor om de kerk te herbouwen, in glas. Het voelt geborgen, met die bogen aan weerszijden.”

Historicus Ton Heijdra, zelf buurtbewoner, is blij dat het plantsoen is opgeknapt. Maar hij blijft het wonderlijk vinden dat bebouwing van de plek voor buurtbewoners altijd zo’n taboe is geweest. „Er stond vroeger toch ook een hoog gebouw? Een icoon in de buurt is belangrijk. Als je hier vroeger kwam zag je, boem, die kerk.”

De rol van buurticoon, zegt Heijdra, is nu overgenomen door de Pontsteiger in de aanpalende Houthavens. Dat gebouw vol miljoenenappartementen symboliseert de razendsnelle transformatie van de Spaarndammerbuurt. Vroeger was het een geïsoleerd stukje stad, slechts te bereiken door één enkele tunnel. Dankzij het Westerpark en de Houthavens is de buurt in feite deel geworden van het centrum, zegt Heijdra. Zo’n stuk stad verdient een entree met meer grandeur. „Ik mis nu wel een beetje een gezicht van de buurt.”

Op 12 mei wordt het Domela Nieuwenhuisplantsoen feestelijk heropend. Wie zeker een uitnodiging krijgt, is pater Theo Bussink. De oude geestelijke, bewoner van de Spaarndammerbuurt, steunde de bewonersgroep in hun strijd om het plantsoen niet opnieuw te bebouwen. Het was pater Theo die tijdens een van de bewonersavonden het woord nam. „Zeker heeft u het recht daar te bouwen”, sprak hij tegen de aanwezige stadsdeelbestuurders. „Maar u zou het de buurt ook kunnen gunnen daar níét te bouwen.”