Recensie

Recensie

'Heijnes jubelbespreking van Dostojevski is ongefundeerd'

    • Wouter van Oorschot

Dostojevski-vertaling Ex-uitgever Wouter van Oorschot wijst de vertaling door Hans Boland van Dostojevski’s Misdaad en straf af. Ook hij neemt het op voor de door Boland gekritiseerde Karel van het Reve.

Bas Heijne bejubelt de nieuwe vertaling van Dostojevski’s Misdaad en straf (Boeken, 05.04.2019) ) en noemt het begeleidende boekje waarin Hans Boland toelicht waarom hij Dostojevski regelmatig anders vertaalt dan wat er staat, ‘interessant en vermakelijk’. Maar Heijne weet niets van Russisch. Dat doet wel Michel Krielaars, die dit boekje in zijn column naast de recensie van Heijne ‘geestig en verhelderend’ noemt. Boland, die zoals in slavistenkringen en daaromheen algemeen bekend is, niet in zijn eerste onbeschofte kritiek op collega-vertalers gestikt is, haalt, aldus Krielaars, in zijn boekje met de pretentieuze titel Van mensen die geen enge grenzen erkennen. Dostojevski leren lezen ook enkele malen stevig uit naar Karel van het Reve (1921–1999). Die was geen kritiekloze bewonderaar van Dostojevski, zodoende.

Heijnes jubelbespreking komt door Krielaars’ eerste alinea in een opmerkelijk daglicht te staan: ‘De nieuwe vertaling van Dostojevski’s Misdaad en straf leest als een roman van een 21ste eeuwse schrijver. Dat is vooral te danken aan de speelse geest van vertaler Hans Boland, die met het Nederlands goochelt als Hans Klok. Zo voegt hij tussenzinnen toe waar Dostojevski ze is vergeten, huivert hij niet om iets te schrappen dat hij onzin vindt, gebruikt hij eigentijdse uitdrukkingen als fifty-fifty, last but not least, umsonst, überhaupt en vertaalt hij soms wat er niet echt staat. Van een Russische zin waarin staat ‘De tafel was zelfs tamelijk schoon gedekt’ maakt hij bijvoorbeeld ‘Al kon er door een kniesoor worden afgedongen op de zindelijkheid van het tafellaken.’

Nieuwe vertalingen

Begin deze eeuw besloot ik alle delen van de in 1953 begonnen Russische Bibliotheek die daarvoor in aanmerking kwamen opnieuw te laten vertalen. Dat mag om de vijftig jaar wel eens omdat het Nederlands relatief sneller dan veel andere talen veroudert. Uit financiële overwegingen bracht ik nieuwe vertalingen uit wanneer de oude uitverkocht raakten. Dat was te billijken voor een reeks die vrijwel geheel was gemaakt door vertalers die voor hun werk waren gelauwerd met de Martinus Nijhoffprijs. Eén van hen was Charles B. Timmer (1907-1991), die tot zijn dood tevens hoofdredacteur was van de reeks.

Nijhoffprijswinnaar Timmer werd alom hogelijk gewaardeerd om zijn titanenarbeid en door al zijn collega-slavisten gerespecteerd om zijn vertalingen. Wel werd ook goedmoedig gesproken van diens ‘peperbus’. Men bedoelde daarmee dat Timmer zo te zeggen ‘wat ruim in zijn woorden zat’. Er werd dan wel als voorbeeld aangehaald dat ‘De trein vertrok’ (twee woorden in het Russisch, dat geen lidwoord kent), bij Timmer veranderde in ‘De trein had zich reeds langzaam in beweging gezet.’ Schitterend Nederlands inderdaad maar: dat stónd er niet in het origineel. De lezer raadt het misschien al: Karel van het Reve, die zelf voor de Russische Bibliotheek twee delen Toergenjev vertaalde, vond dat je moest ‘vertalen wat er staat’. Bij hém zou het dus ‘De trein vertrok’ geworden zijn.

Van het Reve maakte daarmee school bij een nieuwe generatie vertalers. Van hen zocht ik niet de minsten aan voor het maken van nieuwe Russische Bibliotheekvertalingen en waarom zou ik mijn trots verbloemen: intussen werden ook Marja Wiebes en Arthur Langeveld gelauwerd met de Nijhoffprijs in het jaar volgend op hun vertalingen van respectievelijk Oorlog en vrede en De broers Karamazov, terwijl ook Aai Prins, Anne Stoffel en Yolanda Bloemen van verschillende kanten werden bedolven onder de complimenten voor hun even precieze als eigentijdse, let op dat wil dus zeggen 21ste eeuwse Tsjechov-, Gogol- en Charmsvertalingen.

Hans Klok

De vraag is nu, wat wij lezers moeten maken van Heijnes wat het Russisch betreft ongefundeerde jubelbespreking in combinatie met Krielaars’ weliswaar mild geformuleerde doch niet mis te verstane kritiek op Bolands nieuwe vertaling. Hoe positief is het immers, dat een roman uit 1866 ‘leest als een roman van een 21ste eeuwse schrijver’, dat dit ‘vooral te danken is aan de speelse geest’ van een vertaler ‘die met het Nederlands goochelt als Hans Klok’? Sterker, wat moeten wij met een vertaler die volgens Krielaars ‘tussenzinnen toevoegt waar Dostojevski ze is vergeten,’ die ‘niet huivert om iets te schrappen dat hij onzin vindt’, die voor sommige lezers wellicht aanvaardbare want o zo ‘eigentijdse’ anglicismen en germanismen gebruikt en die ten slotte, alsof ‘vertalen wat er staat’ een volkomen abjecte opvatting is, vindt dat hij met ‘Al kon er door een kniesoor worden afgedongen op de zindelijkheid van het tafellaken.’ Dostojevski’s ‘De tafel was zelfs tamelijk schoon gedekt’ wel eens even fijntjes zal verbeteren?

Krielaars noemt Bolands kritiek op Van het Reve ‘te kort door de bocht’. Je kunt evengoed zeggen dat zij laf is want gericht op iemand van wie geen weerwoord meer te vrezen valt. Of is Boland domweg door zijn nog levende collega’s heen en moet hij toch iets te nuffen over hebben in zijn hoedanigheid van zelfverklaarde beste vertaler Russisch-Nederlands ooit? En trouwens: hoe eigentijds is dat eigenlijk: níet vertalen wat er staat? Een kluifje voor P.C.Hooftprijswinnaar Heijne allicht!