Recensie

Recensie

‘Van het Reve had Bolands vertaling niks gevonden’

Dostojevski-vertaling In zijn nieuwe vertaling van Dostojevski’s Misdaad en straf veroorlooft vertaler Hans Boland zich te veel vrijheden, meent vertaler Russisch Yolanda Bloemen. Ook is zijn frontale aanval op Karel van het Reve misplaatst.

Het lijkt of de richtingenstrijd uit de jaren zeventig en tachtig in de vertaalwereld weer is herleefd. Slavist Hans Boland valt in een recente publicatie nogal bruut uit naar Karel van het Reve. Het doet denken aan de onmin die er indertijd heerste tussen enerzijds de ‘school Timmer’ en anderzijds de naar meer helderheid en directheid strevende Revianen. Karel van het Reve, hoogleraar Russische Letterkunde te Leiden, vertaler en essayist, vond dat Charles B. Timmer, baanbrekend vertaler, alsmede oprichter en hoofdredacteur van Van Oorschots Russische bibliotheek, in zijn vertalingen te wijdlopig was en veel te scheutig was met ‘de strooibus met uitdrukkingen en idioom’. Hans Boland lijkt in dit landschap een aanhanger van de Timmer-lijn: hij verwerkt graag veel idioom in zijn vertalingen, en dat mag natuurlijk. Wat mij echter in zijn verantwoording van zijn recente vertaling van Misdaad en straf ging tegenstaan, is de manier waarop hij zijn voorkeur voor idioomrijk vertalen door laat slaan naar een persoonsgerichte afrekening met mijn zeer gewaardeerde leermeester, Karel van het Reve.

Op 5 april j.l. verscheen in NRC een recensie (door Bas Heijne) van Bolands vertaling van Misdaad en straf (1864) van Fjodor Dostojevski. Samen met eerdere nieuwe Dostojevski-uitgaven in Van Oorschots Russische bibliotheek is dit boek een belangrijke stap om deze schrijver aan de lezer van nu te presenteren. Want ik ben het met Bolands belangrijkste stelling eens: Misdaad en straf is een subliem en adembenemend boek.

Boland leverde een bijzondere en fonkelende vertaling, zo stelt Bas Heijne in zijn recensie. Ook daar kan ik het mee eens zijn: deze vertaling leest heerlijk weg. Zoals gezegd, Boland is een groot liefhebber van sappig Nederlands idioom; zijn Nederlands is – zo zegt hij zelf – idiomatischer dan het Russisch van Dostojevski. Verder aarzelt hij niet naast archaïsch Nederlands ook zeer hedendaagse uitdrukkingen, Engelse woorden en begrippen en anachronismen te gebruiken. Dit maakt zijn Misdaad en straf onmiskenbaar levendig, maar levert af en toe een wat vervreemdend gevoel op bij het lezen van dit werk van de negentiende-eeuwer Dostojevski.

Drastisch ingrijpen

Boland voelt zich vrij tamelijk drastisch in te grijpen in het origineel. In een begeleidend boekje, getiteld Dostojevski leren lezen. Van mensen die geen enge grenzen erkennen geeft Boland een interessante analyse van de roman en zijn personages en zet hij uiteen wat bij het vertalen zijn strategie is geweest en welke keuzes hij heeft gemaakt. Boland vertaalt soms wat hij vindt dat er moet staan, voegt hier en daar een zin toe, hakt zinnen in stukken of verklaart wat de schrijver volgens hem bedoelde te schrijven maar niet schreef. En hij vindt dat hij daartoe gerechtigd is, want ‘literair vertalen is een kunst’.

Karel van het Reve (1921-1999) was een andere opvatting toegedaan: hij vond dat ‘je moet vertalen wat er staat’. Daarmee bedoelde hij nooit dat de vertaler angstvallig letterlijk moet vertalen, zoals Boland suggereert. Ik zal niet zeggen dat Van het Reve zich in zijn graf zou omdraaien, maar: hij had Bolands werkwijze niks gevonden. Laat de schrijver voor zichzelf spreken, zou hij zeggen. Wie wil weten hoe Van het Reve over vertalen dacht, zou nog eens een van zijn stukken over dat onderwerp moeten lezen, bijvoorbeeld ‘De Russen komen’ (Verzameld werk, deel 3).

Het zou zeer interessant kunnen zijn de tegenstelling tussen beide vertaalopvattingen serieus te bespreken, maar dat doet Boland niet. Vanaf de eerste pagina’s van zijn essay neemt Boland duidelijk stelling tegen wat hij noemt de ‘academische vertaalmethode’ van Karel van het Reve, door Boland spottend de ‘hooggeleerde’ en ‘de Betondorper’ genoemd. Boland beweert ook dat Van het Reve een fobie had voor Dostojevski en daardoor verantwoordelijk is voor het typisch Nederlandse gebrek aan waardering voor deze schrijver. Inderdaad, Van het Reve was geen groot Dostojevski-fan, hoewel hij juist Misdaad en straf als een zeer geslaagde roman betitelde. Maar Boland heeft geen gelijk wanneer hij stelt dat dankzij Van het Reve een hele generatie slavisten met anti-Dostojevskigevoelens is besmet. Van het Reve was iemand die je kon tegenspreken en die graag had dat mensen met hun eigen mening kwamen.

Je reinste onzin

Waar Boland Van het Reve benepen noemt en zijn schrijfstijl definieert als oubollig, slaat hij wat mij betreft volledig de plank mis. Weinigen schreven zo helder, licht en geestig als hij. Kwalijk vind ik ook Bolands opmerking dat Van het Reve geen belangstelling kon opbrengen voor ‘moderne’ literatuur: ‘voor alles wat na Tsjechov kwam bleef hij liever doof.’ Je reinste onzin en nogal vals. Niet alleen staan voor vele studenten van Van het Reve zijn collegereeksen over bijvoorbeeld de twintigste-eeuwse dichter Osip Mandelstam voor altijd in het geheugen gegrift. Voor mij persoonlijk – ik behoor tot ‘de telgen en adepten van Van het Reve’ – waren deze colleges aanleiding me uitvoerig met Mandelstam bezig te houden en poëzie en proza van hem te vertalen. Ook koos Van het Reve in het vertaalpracticum dat hij jarenlang met veel enthousiasme leidde regelmatig voor teksten van Anna Achmatova, Joseph Brodsky en andere moderne dichters. En dan was er uiteraard zijn grote inzet voor de Herzenstichting, die voor publicatie van het werk van dissidente Sovjetschrijvers zorgde.

Heijne noemt Boland een vertaler van brutale keuzes. In die kwalificatie kan ik me best vinden. Boland heeft een Misdaad en straf afgeleverd die er mag wezen en het siert Boland dat hij ons laat meekijken in zijn vertaalstrategie. Maar in het op de man spelen richting Van het Reve toont hij zich al te zeer een kind van onze tijd. De Van het Reve die ik gekend heb blijft voor mij een held van onze tijd.