20 en 25 jaar celstraf voor moord op Iraanse Ali Motamed

Rechtszaak Volgens de rechtbank ontbreekt het bij de verdachten Anouar B. en Moreo M. aan enig normbesef en hebben zij bij de moord gewetenloos gehandeld.

De rechtbank in Lelystad.
De rechtbank in Lelystad. Foto Lex van Lieshout / ANP

De rechtbank Midden-Nederland heeft vrijdag twee mannen veroordeeld tot respectievelijk 25 en 20 jaar cel voor de moord op de Iraniër Ali Motamed. Volgens de rechtbank hebben Moreo M. en Anouar B. de moord op de in Almere woonachtige Motamed eind 2015 „op koelbloedige wijze” gezamenlijk voorbereid en uitgevoerd.

Volgens de rechtbank ontbreekt het bij de verdachten aan enig normbesef en hebben zij bij de moord gewetenloos gehandeld. „Er is sprake van berekenend en koelbloedig elimineren van een medemens”, aldus de rechtbank. Het blijk van medeleven aan de nabestaanden van Motamed is volgens de rechtbank dan ook „inhoudsloos”.

Is Iran bij de moord op Ali Motamed betrokken? Lees het rechtbankverslag van deze zaak.

De stelling van de verdediging dat er onvoldoende direct bewijs was voor een veroordeling van de verdachten is door de rechtbank afgewezen. Op basis van historische gegevens van PGP-telefoons die aan de verdachten kunnen worden toegewezen, de inhoud van de berichten uit die telefoons en heimelijk afgeluisterde gesprekken, is volgens de rechtbank voldoende bewijs voor een veroordeling. Daarbij heeft het niet geholpen dat de verdachten zich grotendeels op hun zwijgrecht hebben beroepen.

Gezien het strafrechtelijke verleden van Moreo M. is zijn straf van 25 jaar cel hoger uitgevallen dan de door het Openbaar Ministerie geëiste 22 jaar cel. In het geval van Anouar B. is de straf van 20 jaar gelijk aan de eis. Beide verdachten moeten bovendien de tijd van oude straffen waarvoor zij vervroegd waren vrijgelaten alsnog uitzitten. In het geval van Moreo M. gaat het daarbij om bijna drie jaar. Bij Anouar B. om bijna twee jaar.

Lees ook: De nieuwe cocaïnebaronnen van Nederland

Volgens de rechtbank is de hoge straf in dit geval gerechtvaardigd. Naast vergelding van het aangedane leed aan de nabestaanden en de bescherming van de samenleving voor deze vorm van geweld, moet volgens de rechtbank ook de eigenrichting worden afgestraft die in het criminele milieu steeds vaker voorkomt.

Daarbij wijst de rechtbank naar het toenemende aantal liquidatiezaken dat door het OM aan rechtbanken in Nederland wordt voorgelegd. Daarmee gaat de rechtbank in Midden-Nederland mee in een trend om liquidaties in het criminele milieu harder te straffen. Onlangs heeft het hof in Amsterdam in twee grote strafzaken waarbij het ging om liquidaties en voorbereiding daarvan veel hogere straffen opgelegd dan de rechtbank. En ook in andere strafzaken is de trend zichtbaar dat professioneel voorbereide liquidaties in het criminele milieu steeds zwaarder worden bestraft.