Waarom kost de wijn wat hij kost?

Prijs We drinken minder wijn, maar van betere kwaliteit – dus iets duurder. Maar waar is die prijs op gebaseerd? Een kleine uitleg in vier stappen.

  1. De meeste mensen kopen wijn die minder dan vijf euro kost

    Voor wie wijn nog steeds als luxeproduct beschouwt, eerst even wat ontnuchterende cijfers. Van de kleine 500 miljoen flessen die we jaarlijks in Nederland consumeren, betalen we voor maar 8 procent 5 euro of meer (Bron: GfK). De overige 92 procent noteert daaronder. Supermarkten zijn hofleverancier: zo’n 85 procent van alle wijn voor thuisverbruik wordt daar aangeschaft.

  2. En ook die vijf euro betalen we liever niet

    De meest populaire prijsrange in de supermarkt is 4,99 euro. Toch betalen we dat er liever niet voor: de gemiddelde prijs voor een fles van 0,75 liter bedraagt in de supermarkt 3,52 euro. Hoe kan dat?

    Dat komt doordat we behalve wijndrinker ook koopjesjager zijn. We komen veelal pas in beweging bij ‘1 + 1 gratis’, dan wel bij andersoortige kortingsacties. Daardoor gaat het gemiddelde bestedingsbedrag flink omlaag.

    Vervolgens doen ook de supermarkthuiswijnen nog een duit in het zakje. Of beter gezegd: die halen er eentje uit. Afhankelijk van de keten zijn de huiswijnen namelijk goed voor tussen de 25 en 40 procent van het verkochte volume. Supermarkthuiswijn zit in een literfles, de maximumprijs bedraagt veelal 3,99 euro. Resultaat: de gemiddelde prijs per fles van 0,75 liter gaat omlaag.

    Tot slot moet ook het tetrapak-effect niet onderschat worden. Literpakken gevuld met halfzoete wijn ‘afkomstig uit diverse landen uit de Europese Unie’ is de goedkoopste soort in Nederland en zodoende razend populair. IJsblokje en/of wat bronwater erin en je merkt er niks van. Uw prijs: 2,29 euro. Zo knijpt de prijstang nog wat verder dicht.

  3. Dit maakt een wijn goedkoop (of juist duur)

    De prijsverschillen tussen flessen van meer dan 5 euro (8 procent, 40 miljoen flessen) ontstaan door vraag, locatie, reputatie en manier van wijn maken.

    Een voorbeeld: de modedruif sauvignon blanc. Er ligt al eentje uit Roemenië in de winkel voor 3,99 euro. Dat is mogelijk dankzij goedkope grond en voordelige arbeidskrachten, EU-subsidies, machinale bewerking en hoge rendementen per hectare (100 hectoliter of meer).

    Daarentegen doet een fles Sancerre, gemaakt van dezelfde druif, al gauw 15 euro. Dat prijskaartje ontstaat door de beperkte hoeveelheid (de regio is maar klein), gekoppeld aan een grote vraag, de intussen opgebouwde wereldfaam, de veelal arbeidsintensieve vorm van wijngaardenieren, het lagere rendement per hectare (kwaliteitsproducenten kiezen vaak voor 40 hectoliter) en recentelijk ook nog de kwantitatief tegenvallende oogsten door het slechte weer.

    Nog een voorbeeld, maar dan met chardonnay. Een van ’s werelds bestverkochte soorten is Lindeman’s BIN 65, gemaakt door Treasury Wine Estates en afkomstig van de eindeloze, geïrrigeerde vlakten in South Australia, de wijnschuur van het land. Jaarlijkse productie: een kleine 30 miljoen flessen. Albert Heijn verkoopt de wijn voor 6,69 euro.

    Le Montrachet, ook chardonnay, is de felst begeerde grand cru uit Bourgogne. Er is niet veel van: 8 hectare. En die grond is dan ook nog eens verdeeld over 15 producenten, de kleinste moet het doen met een wijngaardje van 8 are. Jaarlijks worden er in totaal slechts 50.000 flessen geoogst van een wijn die al voor het eerst in 1482 bezongen werd. Gemiddelde prijs voor een fles van een recente oogst: 700 euro. Een vleugje snobisme doet die prijs nog wat extra oplopen. Oudere jaargangen kosten het veelvoudige.

  4. En dan de belangrijkste vraag: is dure wijn lekkerder?

    Ik trek nog wel eens door het land als wijntertainer. Het blindproeven van twee merlots vormt een onderdeel van mijn repertoire. Doel: liefhebbers laten ervaren dat dezelfde druif dankzij verschillend terroir volstrekt ander rood oplevert. En – nu word ik een beetje de goochelaar die zijn truc gaat uitleggen – dat er twee identieke wijnen worden geschonken, weet het publiek dan nog niet.

    Het antwoord op ‘Welke wijn vindt u het lekkerst?’, resulteert veelal in een keurige fifty-fifty uitslag. Bij het verzoek om nóg eens te proeven, meld ik dan dat het linkerglas een Pomerol van 25 euro is en het rechter een supermarkt-Chileen van 5 euro. Met die wetenschap in de afdronk maakt het gezelschap altijd plots een ruk naar links, kreten slakend als ‘Tja, ik heb nu eenmaal een dure smaak…’ of ‘Ik ben dol op Pomerol’.

    Lees ook: De 100 beste supermarktwijnen van nu

    Nu kent dit experiment ook een wetenschappelijke onderbouwing. Het California Institute of Technology liet ooit twintig proefpersonen een aantal wijnen van cabernet sauvignon proeven. Een wijn van 90 dollar kreeg eerst zijn ‘echte’ prijskaartje opgeplakt, daarna eentje van 10. En een 5 dollar wijn kreeg later een prijskaartje van 45 dollar. De uitslag laat zich raden. Kennelijk wordt het deel van de hersenen dat reageert op ‘prettige ervaringen’, extra geprikkeld bij een dure ervaring.

    Maar bleven de prijskaartjes ‘blind’, dan won de 5 dollar wijn. Het hoofd van het onderzoeksteam becommentarieerde: „Wij denken dat het laatste te maken heeft met de sterkere smaak van de goedkope wijn, in combinatie met het feit dat de testpersonen geen geoefende wijndrinkers waren. Professionals en ervaren wijndrinkers hadden de beste wijn er waarschijnlijk wel uitgehaald.”