Opinie

Waarom de bravoure van Baudet mij zo charmeert

Haagse mores Het zou een lief ding waard zijn als de lyrische esprit van Forum voor Democratie – bij links en rechts – navolging krijgt.

Theo Hiddema (rechts) en Thierry Baudet in maart op een bijeenkomst van Forum voor Democratie in het Kurhaus in Scheveningen.
Theo Hiddema (rechts) en Thierry Baudet in maart op een bijeenkomst van Forum voor Democratie in het Kurhaus in Scheveningen. Foto Martijn Beekman

Romantiek, we lopen er met een grote boog omheen, al helemaal in de Staten-Generaal. Romantiek is het grillige, onbesuisde hart dat zwelgt in een bitterzoete cocktail van Weltschmerz en Sturm und Drang. Een geestdrift die frontaal botst met de gebeitelde Haagse mores van koele afstandelijkheid en zakelijk jargon. Pim Fortuyn, de laatste der romantici, voelt als een relict uit een lang vervlogen tijdperk, het gebazel van zijn bastaardkind Wilders ten spijt.

Maar o wat een weldaad, nu eindelijk na lange tijd weer eens een frisse wind door die fletse Haagse gangen waait. Ik jubel en verkneukel mij keer op keer om die romantische branie van de club genaamd Forum voor Democratie.

Toch kamp ik al lange tijd met een onbehaaglijk dilemma: mijn sympathie voor deze partij stuit in mijn omgeving op louter hoon en argwaan, omdat deze frisse wind partij-ideologisch toch bepaald niet als ‘fris’ is te kwalificeren! Nette mensen staan een wereld voor waarin alle schepselen, mens, dier, plant, ongeacht kleur en origine, recht hebben op humane en liefdevolle toewijding – en daar past een partij die de grenspoorten bruut wil afsluiten voor de verschoppelingen van deze aarde simpelweg niet tussen.

Vrouw in een keukenschort

Dat niet alleen. Een partij die vrouwen het liefst ziet in een keukenschort. Een partij die het Europese pacificatieproject als een monster beschouwt dat Volk & Vaderland opslokt. Een partij die alle alarmerende klimaatrapporten meesmuilend naar de prullenbak wijst. Een partij bovendien die de Nederlandsche burger een tweede Gouden Eeuw belooft maar weigert om het nominale goudgehalte te laten meten door het CPB.

Kortom, genoeg redenen om mij verre te houden van deze malle tweemansfractie – en toch… toch moet ik bekennen dat ik in het stemhokje een seconde heb geaarzeld. Eén seconde, maar de vraag hield mij avondenlang bezig: waarom toch charmeren deze twee lieden mij zo?

Column: Dedain voor het dandyduo

Nee, een vriend zal Baudet niet worden, binnen een ommezien krijg ik het met ’m aan de stok, maar hoe verklaar ik elke keer die zoete ontwapening bij zijn optredens? Is het omdat hij mij literair prikkelt, omdat hij romans schrijft, uit klassieke boeken citeert, op een vleugel poseert, aan bloemetjes snuift, mij soms dwingt het woordenboek te raadplegen, mijn Latijnse lexicon op de proef stelt?

Is het zijn Don Quichot-achtige kruistocht tegen (letterlijk!) windmolens? Van alles wat, vermoed ik. Voeg daarbij die haast socratische debatstijl, alsmaar doorzagend, de leegkoppigheid van het huidige parlement, de voorzitter voorop, ontmaskerend.

Sancho Panza zonder ezel

En dan is daar nog zijn kompaan, die ouwe trouwe Theo Hiddema, de Sancho Panza zonder ezel, maar met sigaret en pochet. Van alle parlementariërs en bestuurders die wekelijks aanschuiven bij Jeroen Pauw en Harry Mens is het alleen Hiddema voor wie ik thuis blijf. Bij hem geen mistig bestuurderstaaltje, geen technocratische lulkoek, niet dat humorloze en door spindoctors voorgekookt riedeltje. Dat kennen we al.

Nee, dan Hiddema, met z’n schijnslome oogjes en sardonische grijns, z’n indrukwekkend gepommadeerde tronie met fijnzinnig bijgeknipte snor en spiegelglad achterwaarts gekamde vlashaartjes. Een schilderkunstig tableau, kan zo naar de afdeling Rococo van het Rijksmuseum. Maar dan gaat zijn mond open en rollen daar ineens parels van volzinnen uit, alinea’s lang, en rijgt zich met Carmiggelt-achtige ironie de ene oud-Hollandse spreuk aan de andere. ‘In de aap gelogeerd’, ‘een poets bakken’, ‘bok op de haverkist’, ‘zich met een Jantje van Leiden ervan afmaken’, en zo meer. Een eloquentie die de vader van de politieke welbespraaktheid, Dries van Agt, zoetjes naar de kroon steekt.

„Maakt u zich maar geen zorgen, hoor” repliceerde hij Jinek, toen ze opperde dat z’n leven nu als Kamerlid fundamenteel is veranderd. „Mijn karakter is zo gerijpt, dat kan wel een stootje verdragen.” En tegen een journaliste die hem een ernstige vraag wilde voorleggen: „Kietelt u mij maar.”

Handel in hersenschimmen

Dit is cabaret – en ik vind het fantastisch. En jawel, ik weet heus dat ook Hiddema een loopje neemt met de waarheid, in hersenschimmen handelt, gepoch, gebral, dikdoenerij, het blijft tenslotte poppenkast. Maar als ik mag kiezen tussen de poppenkast van Hiddema of de poppenkast van andere Kamerleden dan is het een keuze tussen Zeetong Escoffier of een bakje koud patat.

Column: Moeilijke woorden

Of ben ik gewoon naïef en trof Klaas Dijkhoff (VVD) roos toen hij Baudet ‘pseudopoëtisch gereutel’ verweet en hebben we hier eenvoudigweg te maken met een PVV in een hoesje van Chopin? En ben ik onnozel omdat ik niet zie dat die uil van Minerva een kip uit Barneveld is?

De tijd zal het uitwijzen. Toch zou het mij lief zijn als de lyrische esprit in de moderne politiek, goed of fout, links of rechts, in een warmer bad wordt onthaald. Want is de bravoure die het politieke tracht te verbinden aan het esthetische niet op zichzelf al lovenswaardig? En is de Rede, die geliefde vrucht van de Verlichting, niet een wat smakeloos ding als er geen zout en kruiden aan worden toegevoegd?

Het is natuurlijk waar, romantici en taaldwepers aan de knoppen laten draaien is nooit een goed idee geweest en ik zal daarom ook nooit op FvD stemmen. Toch gun ik mezelf de stiekeme hoop dat anderen dat wel blijven doen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.