Straatnamen als spiegel van de stad

Identiteit Steeds vaker ontstaat in Rotterdam discussie over straatnamen en klinkt de eis een straat te hernoemen. De commissie die sinds 1941 de namen vaststelt buigt niet. Wel kregen ze begin dit jaar de opdracht van het college om voorrang te verlenen aan vrouwen en mensen met een andere culturele achtergrond.

Foto’s Rien Zilvold
Foto’s Rien Zilvold

Uit een steekproef van D66 bleek ruim negentig procent van de Rotterdamse straten vernoemd te zijn naar witte mannen. Daarom diende de partij vorig jaar, samen met GroenLinks, PvdA, Nida en SP een initiatiefnota in om daar verandering in te brengen. Het debat over straatnamen is niet nieuw, vertelt stadsarchivaris Jantje Steenhuis, voorzitter van de straatnamencommissie. „De laatste paar jaar is er steeds meer publieke belangstelling voor ons werk. Dat hangt samen met de identiteitsdiscussie. Er zijn meer periodes geweest waarin er meer aandacht voor was, zoals in de jaren ’80 en ’90 met de emancipatie, daarom hebben we in Prinsenland een vrouwenbuurt.”

In Rotterdam begon de huidige debatgolf over straatnamen met de Ajaxstraat. „Een mevrouw die de opleiding communicatie deed kreeg de opdracht om een ‘ludieke actie’ op touw te zetten. Die heeft toen gezegd dat het toch echt niet mogelijk zou moeten zijn dat we hier een Ajaxstraat hebben, insinuerend dat de straat vernoemd zou zijn naar de voetbalclub.” In werkelijkheid ligt hij in een buurt vol Griekse helden. „Toch heeft ze daar heel veel aandacht mee weten te genereren, tot aan GeenStijl toe. Dat ging ook al over identiteit, het eeuwenoude spel tussen Amsterdam en Rotterdam.”

Nog afgezien van hoe representatief de straatnamen in Rotterdam zijn, sommige zijn inmiddels ronduit omstreden. Die van de aan slavernij gelieerde vlootvoogd Witte de With is een bekende. Maar in de Afrikaanderwijk zijn veel straten genoemd naar generaals en leiders van de Boerenoorlogen, die nu ook wel als strijders voor een apartheidssysteem worden gezien.

Geen namen veranderen

Het liep af met een sisser. „Wij hebben gezegd dat we zo’n straatnaam niet gaan veranderen en zeker niet zonder overleg met bewoners en bedrijven. We doen dat in hele uitzonderlijke gevallen, als daar een dringende noodzaak toe is. Die was er niet.”

Die was er wel toen Coen Moulijn overleed. „Vanuit supporters, het college en de raad kwam het verzoek om hem te vernoemen. Maar je kunt dat alleen doen op een plek die past bij de statuur van een persoon. Op de Marathonweg, die langs de Kuip loopt, bleek maar een adres te zitten, dat van de supportersvereniging. Die wilden graag meewerken.”

Ze benadrukt dat dit een uitzondering was, een nieuwe straatnaam neemt veel logistieke rompslomp met zich mee voor bedrijven en bewoners aan de straat. „Straatnamen hechten zich in het collectieve geheugen, dus dat hoort voor mensen bij de identiteit van hun wijk. Je bent toch even van slag als je straat anders gaat heten. Het gaat dieper dan de praktische overlast. Je neemt mensen iets af.”

Na de Ajaxstraat ging de discussie door. „Over de Afrikaanderwijk bijvoorbeeld, dat het toch niet kon, zo’n naam. Dat was kennelijk de voorhoede. Daarna hoorde je die vraag steeds vaker, dan komt er een raadsvraag of een krant springt erop. Inmiddels is het thema emancipatie weer terug en er is een thema bijgekomen: de herkomst van Rotterdammers. Wie zijn dan de verdienstelijke Rotterdammers, zijn dat alleen maar mannen? Nee, natuurlijk niet.”

Meer vrouwen, meer diversiteit

Nadia Arsieni, vicefractievoorzitter van D66 in Rotterdam, was initiatiefnemer van de nota waarin de straatnamencommissie is gevraagd om vrouwen en mensen met een andere culturele achtergrond voorrang te geven bij het benoemen van nieuwe straten. Om dat eenvoudiger te maken is de termijn waarop een persoon overleden moet zijn voor hij of zij vernoemd kan worden teruggebracht van tien naar vijf jaar.

„Het is een heel concreet punt maar tegelijkertijd ook symbolisch. Straatnamen zijn een spiegel van de tijdsgeest. In het huidige Rotterdam is diversiteit een gegeven, dan is het mooi om juist nu we zo’n bouwopgave hebben de komende jaren, die diversiteit in de straatnamen te laten zien. Uit een steekproef die we hebben gedaan kwam het schrikbarende resultaat dat de straatnamen voor 92 procent uit witte mannen bestaat. Als je daar een deukje in wilt slaan moet je nu voorrang geven aan vrouwen en cultureel diverse helden, eigentijdse rolmodellen. Daarnaast is het een mooi signaal van de gemeente om te laten zien dat je voor alle Rotterdammers staat.”

Steenhuis beaamt dat straatnamen de spiegel van de geschiedenis zijn. „Als je kijkt waarom een straat een bepaalde naam heeft en wanneer hij zo is genoemd, zegt dat iets over de belangstelling van de tijdgenoten. Zo kreeg je in de tijd dat de Afrikaanderwijk haar naam kreeg door heel Nederland Transvaalbuurten. Dat had alles te maken met de Boerenoorlog en de positie die Nederland daarin nam. Dat is allemaal historische context.”

Die moet je volgens haar niet willen wissen. „Gelukkig deelt het college die mening. Straatnamen laten zien dat het oordeel, perspectief en het denken met de tijd verandert. Deze realisatie, dat historisch bewustzijn is heel waardevol. Dat betekent ook dat je niet met de ogen van nu moet oordelen over de mensen van toen, daar moet je je in verdiepen – waarom vond men dat destijds normaal? Dat speelt uiteraard ook met slavernij.”

Vorig jaar zorgde een petitie op initiatief van (voornamelijk Amsterdamse) kunstenaars en wetenschappers tot de naamwijziging van het Centrum van Witte de With. Aanleiding was de rol die hij als vlootvoogd speelde in de Nederlandse slavenhandel. Dat leidde automatisch tot discussie over de straatnaam. „Zijn praalgraf ligt in de Laurenskerk maar daar hoor ik niemand over. In dit geval hebben we het erover gehad met de wethouder en het college en zijn wij van mening dat het niet goed is om de geschiedenis uit te wissen. Verdiep je erin waarom we deze man destijds een held vonden. Piet Hein kreeg op een gegeven moment ook een veeg uit de pan, maar hij was al dood toen de VOC met de slavenhandel begon. Een bordje met een toelichting juich ik toe. Vertel het verhaal! En laat daarin beide kanten zien.”

Ohm Krüger, de Naziheld

Florian Cramer, lector aan de Willem de Kooning Academie ijverde voor wijziging van de naam van kunstcentrum Witte de With. Hij is ook voorstander van extra bordjes met uitleg over de afkomst en achtergrond van naamgevers. „Maar ook dit heeft voor mij een bepaalde grens. Een Afrikaanderwijk met een Paul Krugerstraat kan in mijn mening echt niet en moet liever vandaag dan morgen worden vervangen. Paul Kruger staat voor de installatie van een racistisch systeem, waar Witte de With vooral een zakenman zonder geweten was. Misschien is mijn blik ook wat gekleurd omdat ik Duitser ben en ‘Ohm Krüger’ een Naziheld was.”

Lees ook over lesmateriaal over slavernij

Het debat verloopt ook wel eens minder genuanceerd. Toen de initiatiefnota van Arsieni werd overgenomen door het college kopte de Telegraaf: ‘Blanke man verdwijnt uit straatbeeld Rotterdam’ en raadslid Tanya Hoogwerf van Leefbaar Rotterdam noemde het besluit een manier waarmee het college „Rotterdammers schoffeert” en doet volgens haar „aan geschiedvervalsing om politieke correctheid erdoorheen te drammen.”

Arsieni: „We stellen niet voor om straatnamen te wijzigen, maar om meer balans aan te brengen. Ik ben niet voor het veranderen van straatnamen omdat je daarmee met terugwerkende kracht de geschiedenis uitwist. Het kan zo zijn dat we nu een straat naar iemand vernoemen en dat over honderd jaar een gestoord besluit vinden. Daarom is het goed om uit te leggen welke rol een persoon heeft gespeeld, in welke context. Dat gebeurt bijvoorbeeld met de straatnamenapp.” Prompt haalt ze haar telefoon tevoorschijn en demonstreert hoe je in twee kliks de betekenis van een straatnaam opzoekt. „Dat is toch fantastisch?”

Wandelen langs naambordjes

Het is een van de manieren waarop de Straatnamencommissie haar werk zichtbaar maakt. Zo heeft het Stadsarchief nu ook een educatief project ‘beladen straatnamen’. Steenhuis: „Daarbij wandelen we met scholieren door de wijk en bespreken we hoe dingen vroeger gedaan werden, wat ze daarvan vinden en wie zij zouden willen vernoemen.”

Ze vermoedt dat het maatschappelijke debat over de representatie van het verleden pas in een beginfase zit. „Deze discussie is nog niet voorbij en zal langzaam alleen maar groter worden. Zo doen we nu in Rotterdam onderzoek naar slavernij in het koloniale verleden. De discussie over beladen erfgoed speelt nu sterk. De Molukse gemeenschap is haar verleden aan het verwerken en wil dat herdenken. Het onderzoek van het NIOD naar het gedrag van het leger in Indonesië zal voor aandacht zorgen. De trauma’s van de Nederlanders die hier uit Indonesië zijn gekomen.”

Steenhuis ziet het ook als rol van de straatnamencommissie om vergeten verhalen terug te brengen naar het collectieve geheugen van de stad. „Zoals Abraham Tuschinski die tijdens de oorlog is weggevoerd vanuit de Rochussenstraat. In het nieuwe wijkje daar recht tegenover hebben we nu hem en andere gedeporteerde Joodse ondernemers vernoemd.”

Minder dan tien procent van de straten in de stad is vernoemd naar een vrouw. De straatnamencommissie heeft de opdracht gekregen bij nieuwe straten vaker te vernoemen naar mensen van een meer diverse achtergrond, en naar vrouwen.

Ze verwacht het drukker te gaan krijgen nu er veel wordt gebouwd. „Gelukkig is de reservelijst lang genoeg. Als iemand is afgewezen betekent dat trouwens niet dat het nooit zal worden heroverwogen. Wij zijn ook kinderen van onze tijd.”

Een van de namen waar de commissie over zal moeten beslissen is aangedragen door Arsieni. „Thea Beckmann. Ik ben Kruistocht in Spijkerbroek aan het lezen, dat heb ik vroeger echt verslonden. Zij heeft het voor elkaar gekregen om geschiedenis leuk te maken voor kinderen. Het is sowieso goed om veel meer stil te staan bij geschiedenis, en daar van te leren.”