Plafond Stopera mag misschien weer stralen

Lichtkunst Peter Struyckens lichtkunstwerk in het plafond van de opera in Amsterdam brandde haast nooit. De nieuwe directie besluit dinsdag of de lampjes weer mogen branden.

Kunstenaar Peter Struycken in 1987 voor zijn plafondkunstwerk in Nationale Opera & Ballet.
Kunstenaar Peter Struycken in 1987 voor zijn plafondkunstwerk in Nationale Opera & Ballet. Rineke Dijkstra

Directie en medewerkers van Nationale Opera & Ballet beschouwden het als concurrentie. En dus brandde de dynamische plafondverlichting in de theaterzaal, een kunstwerk van computerkunstenaar Peter Struycken, zelden of nooit. Een belediging van een gerespecteerd kunstenaar die dinsdag 16 april rechtgezet kan worden met een akkoord in de directievergadering van het theater.

Het opnieuw in gebruik nemen van de plafondverlichting is als agendapunt ingebracht door Frans Huneker. De bijna gepensioneerde technisch directeur van Nationale Opera & Ballet vindt het uit 1986 daterende kunstwerk van Struycken prachtig: 500 lampen, die door wisselende lichtsterkte subtiele lichtgolven over het plafond laten verglijden, in een eindeloze variatie. „Alleen een fiat van de drie directieleden staat hernieuwde ingebruikname nog in de weg”, zegt Huneker.

Lees ook de recensie van Peter Struyckens expositie in Kasteel Wijlre (t/m 10/11): De ideale wiskundige wereld

In opdracht van de technisch directeur schreef Struycken, een vooraanstaand computerkunstenaar, nieuwe software voor zijn kunstwerk; de oude werkte niet meer. Ook werden de dimmers van de 500 lampen vervangen. Die herstelwerkzaamheden duurden van 2006 tot 2012 en vergden zeker 100.000 euro aan kosten.

Slordig

Het voornaamste struikelblok voor hernieuwde ingebruikname was jarenlang Pierre Audi, de in september vertrokken artistiek leider van de Nederlandse Opera, samen met Het Nationale Ballet de vaste bespeler van het theater. Volgens Audi nam het plafondkunstwerk de aandacht weg van de voorstelling. Hij had daarom bedongen dat de verlichting twintig minuten voor aanvang van de voorstelling uit moest en dat het in de pauze en na afloop niet mocht branden. Tot verbazing van Struycken: „Alleen bezoekers die met een bus vanuit Almelo naar Amsterdam zijn gekomen, gaan een half uur voor aanvang van een voorstelling al in de zaal zitten.”

Struycken, in januari 80 geworden, maakte meer dan honderd kunstwerken voor de openbare ruimte. Hij is allang niet meer verbaasd over de vaak slordige omgang met publieke kunstwerken. „Tachtig procent van mijn kunstwerken is verdwenen dan wel ernstig gemutileerd.”

Met de Gemeente Arnhem ligt Struycken bijvoorbeeld al tijden in de clinch over herstel van Blauwe Golven (1977), een golvend patroon opgebouwd uit witte en blauwe straatstenen op het Roermondplein, onder de brug over de Rijn, een van de fysiek grootste kunstwerken in Nederland. Van zijn computergestuurde galerijverlichting bij het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam brandt nog slechts een enkele tl. Zijn beschilderde hekwerk rondom het gebouw van De Nederlandsche Bank in Amsterdam verdwijnt binnenkort omdat de bank gaat verbouwen.

Vooral overheden zijn beroerde beheerders van kunstwerken, zegt Struycken. „Wat de ene wethouder laat maken, wordt door zijn opvolger soms alweer afgebroken. Voor onderhoud is doorgaans geen budget. Bij verbouwingen legt de kunst vaak het loodje en onderschat ook portiers niet. Die plaatsen probleemloos koelkasten voor tegeltableaus.”

Kunst is vogelvrij, concludeert Struycken. „Ik geniet bij opdrachten van het maakproces, en houd er bij plaatsing stilletjes al rekening mee dat het kunstwerk op termijn verdwijnt.”

Als kunstenaar heeft hij één machtsmiddel: met een zekere regelmaat procedeert Struycken tegen overheden die zijn kunstwerken laten verslonzen. Met een beroep op de auteurswet stelt hij gemeenten voor de keuze: herstellen dan wel verwijderen. Struycken: „Ik heb liever dat een kunstwerk verdwijnt dan dat het gemutileerd blijft voortbestaan.”

Dat opera- en balletliefhebbers binnenkort mogelijk weer van zijn plafondverlichting kunnen genieten stemt hem vrolijk, zegt Struycken.