‘Mijn eigen verhaal, met heul veul fado uit Klazienaveen’

Rosa da Silva Ze bezong met succes haar Drentse en Portugese wortels op het Amsterdams Kleinkunst Festival. Rosa de Silva over haar succesvolle carrièreswitch.

Rosa da Silva: in de prijzen op het Amsterdams Kleinkunst Festival
Rosa da Silva: in de prijzen op het Amsterdams Kleinkunst Festival Foto Jaap Reedijk

„Heeeuul veeuuul fado”, klonk er vroeger door het ouderlijk huis van Rosa da Silva in Klazienaveen tijdens het avondeten. Haar vader zette de muziek uit zijn vaderland bijna elke avond aan. „Natuurlijk dachten we ook wel eens, alsjeblieft niet, het wordt nu heel erg treurig. Maar tegelijkertijd begrijp ik die muziek ook. Ik begrijp de klanken, ik begrijp de poëzie.”

Maandagavond rondde Da Silva bij het Amsterdams Kleinkunst Festival (AKF) haar optreden af met een lied van de Portugese fadoster Mariza. Ze stelde zichzelf in de voorstelling losjes de vraag: waar hoor ik thuis? Door de fado vlocht ze het verhaal van haar Drentse wortels mooi samen met haar Portugese achtergrond. Da Silva won het festival overtuigend.

Sprong in het diepe

Meedoen aan het AKF was voor de actrice een sprong in het diepe. De 32-jarige Da Silva speelde al in verschillende grote producties. In 2014, nog tijdens haar opleiding aan de Amsterdamse toneelschool, kreeg ze de rol van Anne Frank in het toneelstuk Anne. Daarna volgde de musical De Tweeling en rollen in Rent en Het Pauperparadijs. „In 2017 kreeg ik de kans om bij het Noord Nederlands Toneel een solo te in elkaar te zetten. Dat was fantastisch, ik mocht mijn eigen verhaal vertellen, daar had ik het al jaren over.”

Het proces leerde Da Silva om verantwoordelijkheid te nemen op het podium. „Ik ben nogal praktisch. Als ik met een regisseur werk, denk ik vaak: zeg me wat ik moet doen en ik doe het. Als ik heb gespeeld kan ik dat hysterische hebben van: was het goed? Nu moest ik zelf bepalen hoe ik iets wilde vertellen, het is immers mijn stuk.”

Da Silva wilde heel graag van haar materiaal een avondvullende voorstelling maken. „Maar ik kreeg dat niet voor elkaar. Toen dacht ik, waarom doe ik dan niet mee met een festival? Dan krijg je naamsbekendheid in het genre kleinkunst. Dat was best een stap, ik moest nee zeggen tegen rollen. Vooral afgelopen zomer kwamen de auditie-aanvragen binnen. Moet ik daar niet toch aan meedoen, vroeg ik mezelf af. Zo’n festival is immers ook financieel een flinke stap achteruit. Maar in mijn hoofd stond ik al op het podium van het AKF.’’

Solo over overleden moeder

De solo voor het NNT was ook ode aan de moeder van Da Silva die een jaar daarvoor overleed. „Ik vertelde daarin dat mijn moeder was overleden, maar voelde vrij snel dat ik dat bij een vervolgvoorstelling niet wilde benadrukken. Het was te zwaar om te spelen, ik zat in die tijd vol verdriet. Als ik daar elke avond doorheen zou moeten, dan zou ik dat niet trekken.”

Met Jeroen Woe van het cabaretduo Van der Laan & Woe ging ze aan de slag voor het AKF. Veel scènes werden herschreven. „Ook omdat Jeroen mijn materiaal zag en zei: dit is niet goed genoeg voor het AKF. In het verhaal moest een rode draad worden geschreven en er moest meer balans komen tussen ontroerende stukken en lachmomenten. Ik heb mijn moeder nu veel meer in de humor gezet.”

Klazienaveen, the place to be

Humor zit ook in de liedjes. Zo is er het fado-achtig nummer over Klazienaveen, inclusief fado-snik en dramatisch gezongen timbre, met de sukkelige tekst ‘Klazienaveen, daar moet je heen’. Dat liedje over haar geboortedorp schreef ze zelf, de andere drie nummers maakte Da Silva met Daniël Lohues, die uit het buurdorp Erica komt. Het lied ‘Als ’t zo ver is, dan is ’t zo ver’ over haar moeder, ontstond tijdens een weekend ‘liedjes schrijven’. Ze kan het lied nu met meer afstand zingen dan twee jaar geleden. „Mijn moeder hield helemaal niet van in de belangstelling staan, maar ik zong maandag in de Kleine Komedie toch echt dat lied over haar. Ik kan daar nu ook wel om lachen. Ik dacht: maham, ik sta hier gewoon en jij zit hier bij me op de kruk.’’