Cultuurraad wil meer subsidie voor regionale musea

Raad voor Cultuur Het advies van de Raad voor Cultuur pleit voor een breder systeem van cultuursubsidies: meer voor de regio en nadruk op een moderne canon.

Advies: meer steun voor cultuur in de regio, zoals wellicht het Fries Museum, die onder meer M.C. Escher exposeerde.
Advies: meer steun voor cultuur in de regio, zoals wellicht het Fries Museum, die onder meer M.C. Escher exposeerde. Koen van Weel

Maximaal vijftien regionale musea met collecties van nationaal belang ontvangen straks rijkssubsidie. Het zou kunnen gaan om musea als het Fries Museum in Leeuwarden, het Bonnefantenmuseum in Maastricht of Museum De Fundatie in Zwolle. De 25 musea in Nederland die een rijkscollectie beheren, verdwijnen uit het speciale subsidiestelsel voor cultuur van het rijk: ze krijgen een andersoortige financiering.

Dat staat in het advies Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur dat de Raad voor Cultuur deze donderdagmiddag presenteert aan minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66). Het advies bepleit een verbreding van het rijkssubsidiestelsel, waar zo’n negentig instellingen onder vallen variërend van de 25 musea met een rijkscollectie (zoals Kröller-Müller, Rijksmuseum van Oudheden of Nationaal Glasmuseum Leerdam) tot Theater Rotterdam, Holland Festival, Koninklijk Concertgebouworkest en Nederlandse Reisopera. De rijkssubsidie wordt steeds voor vier jaar vastgesteld, de volgende subsidieperiode loopt van 2021 tot 2024. Subsidieaanvragen daarvoor worden ingediend vanaf december 2019.

Lees het volledige advies op cultuur.nl: Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur

Volgens Marijke van Hees, voorzitter van de Raad voor Cultuur, gaat het om „een stevige herziening” van de basisinfrastructuur, het subsidiestelsel voor cultuurinstellingen van nationaal belang. Het doel van de veranderingen is meer aandacht voor de regio en modernisering van de canon. Van Hees: „Ook kunstenaars en creatieven met andere achtergronden horen thuis in het landelijke cultuurstelsel.”

Springplank

Van Hees wil dat er meer aandacht komt voor cultuurvormen als design, mode, urban arts, e-cultuur, popmuziek, musical en hedendaagse muziek. Daarom wordt ook het aantal festivals in het subsidiestelsel uitgebreid. Nu gaat geld naar vier filmfestivals (IDFA, IFFR, Nederlands Film Festival, Cinekid) en naar het Holland Festival, de Nederlandse Dansdagen, het Festival Oude Muziek en Oerol. Dat worden er ruim twintig, waarvan zeven met een (inter)nationale uitstraling en vijftien verspreid over het land (met een maximum van drie per regio): deze festivals zijn vaak een springplank voor jonge creatieven. Verder worden de categorieën theater, dans en opera losgelaten, zodat ook interdisciplinaire gezelschappen een beroep op rijkssubsidie kunnen doen.

De 25 musea met een rijkscollectie moeten volgens het advies geheel gaan vallen onder de Erfgoedwet, waar nu al hun subsidie voor behoud en beheer is ondergebracht. Een voordeel voor de musea is dat ze niet langer elke vier jaar opnieuw een subsidieaanvraag hoeven in te dienen. Wel komt er mogelijk eens per vier jaar een visitatiecommissie over de vloer. Financieel zijn er in principe geen gevolgen.

Over welke vijftien regionale musea straks hun plek kunnen innemen, doet het advies geen suggesties,maar deze dienen net als de festivals goed verdeeld te zijn over het land. Van Hees: „Wie wel of niet wordt gesubsidieerd door het rijk, is pas duidelijk wanneer een aanvraag is gehonoreerd.”

En hoeveel gaan deze musea er dan op vooruit? Van Hees: „Mogelijk krijgen ze een paar ton extra subsidie. En de erkenning dat ze van nationaal belang zijn.” De musea krijgen nu subsidie van gemeentes, provincies en fondsen.

Quota

Een ander opvallend voorstel van Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur is dat een beperkt aantal topinstellingen mogelijk subsidie krijgt voor periodes van acht in plaats van vier jaar. Gemeenten en provincies gaan zich bundelen in ‘stedelijke cultuurregio’s’, die ook zelf meebetalen aan de instellingen in hun regio die rijkssubsidie ontvangen. En er komt meer geld voor talentontwikkeling, waarop in vorige subsidieperiodes drastisch is bezuinigd, en voor presentatie, ook hier goed gespreid over de regio’s.

De Raad voor Cultuur maakt zich zorgen over het „gebrek aan nieuwe Nederlandse muziek”. Niet meer dan 5 procent van de programma’s van symfonieorkesten bestaat uit nieuw werk van Nederlandse componisten. Ook „de zichtbaarheid van Nederlandse films, dramaseries, documentaires en animaties” kan worden verbeterd met verplichte quota in bioscopen, filmtheaters en op on-demandplatforms. Over de uitvoerbaarheid van zo’n quotering doet het advies geen uitspraak.

Uiteindelijk moet er een cultureel aanbod komen „dat in zijn totaliteit elke Nederlander aanspreekt”, waarbij het om meer gaat dan etnische diversiteit. Van Hees: „Diversiteit heeft in Rotterdam een andere betekenis dan in Oost-Groningen. Juist dát doet recht aan de veelkleurigheid van Nederland.”

Dit kabinet verhoogde het bedrag voor rijkssubsidies voor cultuur al van 400 naar 480 miljoen euro. Voor de plannen is echter meer geld nodig. Daarom stelt de Raad voor Cultuur voor om ‘superplatforms’ zoals Netflix te belasten. Ook zou er een goede-doelen-bestemming kunnen komen voor de online-loterijen.

Begin juni komt minister Van Engelshoven met een reactie op het advies, in juli volgt een debat in de Tweede Kamer. De nog te vormen colleges van gedeputeerde staten moeten hun rol in de ‘stedelijke cultuurregio’s’ nog vormgeven.

Van Hees: „Dit is een uitgestoken hand, hopelijk pakken ze die aan.”