Recensie

Recensie Boeken

Een ‘troostcentrum’ voor rijke randstedelingen

Eva Meijer Romancier en denker Meijer schreef een ideeënroman over woongroepen, waar idealisme botst op conflicten, irritatie en romances. Maar hoe ontkom je aan dat vaste stramien?

Illustratie Paul van der Steen
    • Thomas de Veen

‘We willen niet alleen onderzoeken hoe je in een kleine groep kunt samenleven, maar ook hoe dat als model kan dienen voor de grotere netwerken waar we deel van uitmaken’, schrijft een van de twee vertellers in Voorwaarts, de vierde roman van Eva Meijer. Dat verlangen om idealisme in praktijk te brengen en dat te extrapoleren, maakt het uitgangspunt van de roman al interessant: twee verhaallijnen over woongroepen. Wie over een woongroep schrijft, bestudeert samenlevende mensen op een kleine schaal én ambieert bijna automatisch iets groters te onderzoeken.

Dat is Eva Meijer (1980) wel toevertrouwd – behalve romancier is ze een boeiend denker, die in haar boeken genuanceerde en tegelijk radicale ideeën voor het voetlicht brengt. Ze schreef over de verhouding tussen mensen en dieren (zij zegt: ‘andere dieren’, in haar roman Het vogelhuis en haar beschouwing De soldaat is een dolfijn), en zocht naar nieuwe woorden en beelden om preciezer over depressie te kunnen spreken (in het essay De grenzen van mijn taal). Die waren nodig om niet vast te roesten in bekende verhalen, waarmee we niets opschieten – Meijer wil voorwaarts denken. Ook haar nieuwe roman past om meer dan alleen de titel in dat straatje. Een van de twee hoofdpersonen schrijft, slim zelfbewust: ‘Om als hechte gemeenschap samen te leven is het niet genoeg dezelfde uitgangspunten te hebben: deze moeten steeds opnieuw tegen het licht gehouden worden, steeds opnieuw bediscussieerd.’

Dagboek

We volgen in eerste instantie Sophie Kaïzowski, wier (fictieve) dagboek we lezen, dat ze vanaf mei 1924 een jaar lang bijhield. Ze begint te vertellen wanneer ze, met vier anderen, is gaan wonen op een Franse boerderij waar zij in alle beslotenheid tuinieren én hun -ismen aanhangen: veganisme, naturisme, pacifisme, anarchisme. Sophies perspectief en de dagboekvorm zijn mooi gekozen. Ze staat middenin de gebeurtenissen, maar geldt dankzij haar schrijftalent ook als huisideologe – zij moet het manifest opstellen, en is bijgevolg ook de diepste denker van het stel, en de eerlijkste. Ze committeerde zich, maar voelt ook de spanningen.

Meijer gaat in de ideeënroman Voorwaarts verder, dat moet duidelijk zijn, dan de ironicus die maar weer eens wil aantonen hoe een woongroep op voorhand al gedoemd is uiteen te vallen, hoeveel afstand er tussen droom en daad ligt, en praktische bezwaren – het bekende, te vermijden verhaal. Maar vanzélf gaat het allemaal ook weer niet, alle gemoedelijke huiselijkheid ten spijt. Sophie maakt veel notities over wat je koetjes en kalfjes kunt noemen – ‘De stoofschotel voor die avond stond al te pruttelen, het huis was schoon’ – alsof ze vurig wil blijven benadrukken wat wél goed gaat. Onder die façade van fijnheid broeit het nodige, wanneer er buitenechtelijke vonken overspringen.

Eva Meijer kreeg een zware depressie, overwon die en leidt sindsdien een gedisciplineerd leven. Lees ook: Ze overwon depressie en anorexia en leidt nu een gedisciplineerd leven

Zo verschuift de focus van het verhaal steeds meer van het algemeen-idealistische naar het praktisch-persoonlijke. Waarbij de romantische affaire natúúrlijk alle verhoudingen beïnvloedt, zoals alle irritaties en tegengestelde belangen dat doen: het persoonlijke is ook op deze manier politiek. Dat toont Meijer subtiel, in scènes als deze – waarin Sophie een ruzie beslecht en prompt denkt buiten een trein te horen rijden. De buitenwereld bestaat nog.

We zijn ongeveer halverwege de roman als Meijer de verhaallijn van Sophie vaarwel zegt. De woongroep is, tamelijk dramatisch, uiteengevallen. (Meijer sluit af met een mysterieus ‘Naschrift van de redactie’, dat Sophies leven in reuzenstappen afrondt. Naar wat in haar leven na de notities gebeurde, blijft het nieuwsgierig gissen.) Géén geslaagd voorbeeld dus van hoe het ook kan, zou je zeggen, al denkt de hoofdpersoon van het tweede deel, een eeuw later, daar anders over. De studente Sam haalt uit het dagboek inspiratie voor een eigen commune, op een boerderij in het noorden van Nederland.

De eerste splijtzwam

De twee lijnen kennen een symmetrisch verloop: nu begint een groep van vier een woongroep, met horten en stoten, Sam is de huisideologe die verslag doet in blogs – en ook hier overheersen aan het eind van de dag vooral de bedproblemen. Hier is de eerste splijtzwam een uitwas van de kapitalistische wereld die hen omringt: voor hun comfort moeten ze érgens van leven. Dat lijkt even het ‘troostcentrum’ te worden dat bewoonster Eline opzet: rijke randstedelingen volgen cursussen op de boerderij om zichzelf te vinden in de natuur. Dat gaat ook onze verteller te ver: ‘Als hier drie dagen per week mensen komen, is het huis maar half van ons.’

Helaas: in een commune buiten de orde treden, garandeert nog geen ontsnapping aan de menselijke gewoonten, ook niet bij Eva Meijer.

Tegen die tijd is de ironicus wel weer opgedoken in het hoofd van de lezer – terwijl aanvankelijk de spanning zit in het bespeuren van de (subtiele) verschillen tussen de verhaallijnen. Sam kon iets leren van dat dagboek, maar ontbeert net als Sophie op cruciale punten zelfreflectie, waardoor de versmade geschiedenis zich toch min of meer herhaalt. Voor de Hobbesiaanse these, waarover Sam nog vroom blogt dat die ‘mensen [voorstelt] als atomistische wezens die allemaal hun eigen belangen nastreven’, is ook in deze lijn veel te zeggen. Zeker waar de romantische (en telkens weer problematisch exclusief veronderstelde) liefde onderzocht wordt, blijken de bekende groeven onmogelijk om aan te ontkomen. Op het liefdesterrein vinden we geen nieuwe wegen, in Voorwaarts.

Bomenkap

Helaas: in een commune buiten de orde treden, garandeert nog geen ontsnapping aan de menselijke gewoonten, ook niet bij Eva Meijer. Tót er een asymmetrie optreedt, tegen het einde van de roman, die Voorwaarts voor verslagenheid lijkt te willen behoeden – maar eerder het effect sorteert van een paracetamolletje bij een depressie. Als alternatieve invulling van idealisme presenteert Meijer een verbroederende actie om bomenkap te voorkomen. De meest welwillende lezing van die ontknoping lijkt me een volstrekt serieuze: want de grote verhalen werken niet en: ‘Ons verzet is daarom klein en zoekend’, zoals Sam al aankondigde. Een doelmatige en pragmatische vorm van idealisme, dát is het antwoord.

Misschien is dat zo – zoals aandacht voor stoofschotels en een schoon huis het leven inderdaad veraangenamen. Wel is het jammer dat Voorwaarts op dat punt al ophoudt, terwijl het denken daar nog wel verder had mogen gaan. Zoals je in meer detail had willen weten hoe Sophie haar leven na de commune zin gaf, zo ben je benieuwd naar Sams volgende stap. Dat kan een stap voorwaarts zijn, of een stap richting het troostcentrum.