Huizenprijzen voor het eerst in drie jaar gedaald

Woningmarkt Uit nieuwe cijfers van de NVM blijkt dat de huizenprijzen in het eerste kwartaal van 2019 zijn gedaald. Is het omslagpunt bereikt?

Illustratie Roland Blokhuizen

Voor het eerst in drie jaar tijd is de gemiddelde prijs waarvoor een huis in Nederland wordt verkocht gedaald. Volgens de nieuwste cijfers van makelaarsvereniging NVM, over het eerste kwartaal van 2019, is een woning gemiddeld 294.000 euro waard, 5.000 euro minder dan eind vorig jaar.

De NVM nuanceert de prijsdaling. „Een prijsdaling op kwartaalbasis kan ook betekenen dat er meer goedkope of minder dure woningen zijn verkocht”, zegt woordvoerder Theo Scholte. In de eerste drie maanden van 2019 zijn verhoudingsgewijs minder vrijstaande woningen verkocht, die gemiddeld meer dan een ton duurder zijn dan andere woningtypen. Ook zijn minder huizen verkocht in relatief dure regio’s als Amsterdam en Haarlem. Ten opzichte van een jaar geleden ligt het prijsniveau van 294.000 euro nog altijd 20.000 euro hoger.

Lees ook: Wordt 2019 een beter jaar om een huis te kopen?

Toch zijn er tekenen dat er meer aan de hand is. De prijsindex voor bestaande koopwoningen van het CBS en het Kadaster, die rekening houdt met welk type huizen verkocht zijn, is van januari op februari ook afgenomen – de tweede daling in drie maanden tijd. Ook databedrijf Calcasa, dat woningtaxaties doet, berichtte vorige maand over voorzichtige woningprijsdalingen.

„Dat zijn toch wel signalen dat het minder gaat”, zegt Philip Bokeloh, woningmarkteconoom van ABN Amro. De bank publiceerde woensdag een rapport waarin zij vasthoudt aan de eerdere voorspelling dat huizenprijzen dit jaar met 6 procent stijgen. „Misschien ben ik wel te optimistisch geweest met mijn ramingen”, zegt Bokeloh in reactie op de NVM-cijfers.

Negatief sentiment

Bokeloh vermoedt dat het sentiment van consumenten over de woningmarkt negatiever is geworden. „Er is heel veel negatief economisch nieuws geweest; over de Brexit, over gelehesjesprotesten, over het handelsconflict tussen de VS en China”, zegt hij. Ook het slinkende woningaanbod heeft een rol gespeeld. Bokeloh: „Een huis kopen is een heel frustrerende activiteit geworden. Dat tast allemaal het vertrouwen van de consument aan.”

Vereniging Eigen Huis houdt maandelijks bij hoeveel vertrouwen consumenten hebben in de woningmarkt. In februari was dat vertrouwen voor het eerst sinds september 2014 niet meer ‘positief’ maar ‘neutraal’. „We hebben het punt bereikt dat mensen zeggen: in die gekte ga ik niet meer mee”, zegt woordvoerder Hans André de la Porte.

Vooral voor oudere huizen die nog verduurzaamd moeten worden, zijn mensen niet langer bereid de hoofdprijs te betalen, zegt André de la Porte. „Voor die huizen moet je nu al veel betalen, en dan staat je ook nog eens een dure verbouwing te wachten om bijvoorbeeld je huis gasloos te maken. Mensen vragen zich af of het dan nog wel een goede investering is.” Bijna 60 procent van de 7,7 miljoen woningen in Nederland is voor 1980 gebouwd.

Feit blijft dat de vraag naar woningen nog steeds groot is en het aanbod achterblijft. Volgens het WoonOnderzoek Nederland 2018, dat het ministerie van Binnenlandse zaken vorige week publiceerde, wil 9 procent van de Nederlanders ‘beslist’ en 23 procent ‘misschien verhuizen’. Het woningtekort bedraagt 279.000 woningen.

Tel daarbij op dat inkomens naar verwachting blijven stijgen, de rente voorlopig laag blijft en de economische groei weliswaar afzwakt maar nog wel doorzet, en de conclusie is dat deze daling van tijdelijke aard is. „Ik denk eerder dat de huizenprijzen niet meer zo exceptioneel snel zullen stijgen als in voorgaande jaren”, zegt econoom Bokeloh. „Dat lijkt me een gezonde ontwikkeling.”

Lees ook dit interview met Johan Conijn, emeritus hoogleraar woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Over drie, vier jaar slaat de woningmarkt om’