Opinie

Geef winkeliers in Rotterdam een échte keus

Volgende week praat de gemeenteraad over nog verdere verruiming van de winkeltijden in Rotterdam. Maar er komt landelijke wetgeving om kleine winkeliers te beschermen tegen commerciële druk, en de raad zou die wetgeving moeten afwachten voordat ze over winkeltijden besluit, zegt René Segers-Hoogendoorn.

Illustratie Pepijn Barnard
Illustratie Pepijn Barnard

Paddepoel, Groningen: de twee eigenaren van een fietsenwinkel krijgen van de Vereniging van Eigenaren van hun winkelcentrum tienduizenden euro’s aan boete opgelegd omdat zij niet open willen op zon- en feestdagen. Een winkel die wel open mág, maar niet open gáát, hebben we hier te maken met het hardnekkig koesteren van de stoffige zondagsrust? Nee, de ondernemers zijn maar met z’n tweeën, hebben geen extra personeel en zien niet voor zich hoe ze ook nog op de zon- en feestdagen de deuren zouden moeten openen.

Dit is helaas niet het enige voorbeeld van druk die wordt uitgeoefend op kleine winkeliers om steeds ruimere openingstijden te hanteren wanneer die mogelijkheid zich voordoet. Sinds de laatste aanpassing van de winkeltijdenwet in 2013 hebben gemeenten namelijk ruimere mogelijkheden om winkeltijdenbeleid te maken en deze ruimte wordt veelvuldig genomen.

Wetgeving onderweg

Gelukkig is er wetgeving onderweg om winkeliers te beschermen tegen druk van bijvoorbeeld VVE’s en verhuurders: de ‘Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers’ van staatssecretaris Keijzer. Deze wetgeving moet nog door de Kamer, maar er zal normaal gesproken een meerderheid voor zijn. Iedereen wil toch de kleine, lokale, creatieve winkelier behouden? De wet zal in 2021 van kracht zijn.

Maar tot die tijd moeten de kleine winkeliers in de wijken buiten het centrum van Rotterdam zich opmaken voor een race to the bottom. Volgende week namelijk presenteren Denk, D66, Leefbaar Rotterdam en SP hun initiatiefvoorstel ‘Verordening winkeltijden’. Kort gezegd: verruimen van winkelopenstelling op zon- en feestdagen in gebieden buiten het centrum. Deze curieuze coalitie heeft op één zetel na een meerderheid in de Rotterdamse gemeenteraad. Maar het voorstel zal het glansrijk halen, want ook bijvoorbeeld de VVD is volmondig voorstander. Daarmee gloort het binnenhalen van een diepgekoesterde verkiezingsbelofte van met name D66 en Denk: ook op zondagochtend mogen dan de winkels in de hele stad open.

Geen stoffige zondagsrust

Kritiek op dit voorstel, zeker vanuit de hoek van partijen met een ‘C’ in de naam, wordt direct weggezet als een echo van het eeuwige hameren op de stoffige zondagsrust. Zo kunnen we ook lezen in het voorstel: het is het enige tegengeluid dat expliciet wordt benoemd. Verder wordt het voorstel gelardeerd met louter voordelen: het zou oneerlijke concurrentie tussen centrum en (omliggende) wijken tegengaan, het stimuleert werkgelegenheid en economische bedrijvigheid en ja, het zou zelfs de veiligheid en openbare orde ten goede komen.

Maar als politiek bewijzen wij de Rotterdamse wijkwinkeliers hiermee helemaal geen dienst. In tegendeel, we dringen ze de 24-uurs economie op, met als gevolg een grotere druk op de kleinste ondernemers en dus een grotere kans op een eenzijdig winkelaanbod van grotere ketens. Precies wat we niet willen.

Begrijp me niet verkeerd, ik beweer hier niet dat die kleinste ondernemers allemaal tegen dit voorstel zijn. Sterker nog, de mogelijkheid om meer omzet te draaien is bij geen enkele ondernemer aan dovemansoren gericht. Logisch, maar leg je oor maar eens te luister bij de winkeliers in het MaHo-kwartier in het centrum. Zij hebben inmiddels op een keiharde manier kennisgemaakt met nietsontziende verhuurders die exorbitante huurverhogingen doorvoeren en daarbij wijzen op omzetgaranties binnen de ruime openingstijden.

Politieke taak

Het is als politiek onze taak om breder en verder te kijken dan de individuele ondernemer die kansen ziet in de 24-uurs economie. Het is onze verantwoordelijkheid om juist dat zo gewenste veelzijdige, levendige en creatieve winkelaanbod na te streven en voorwaarden te scheppen waarbinnen dat ook kan blijven bestaan. Wij moeten onze lokale ondernemers helpen de strijd aan te kunnen gaan met de ‘grote jongens’ die eenheidsworst van onze winkelstraten maken.

Als de initiatiefnemers écht begaan zijn met de kleine lokale ondernemers dan nemen ze de Koninklijke weg en bepleiten ze verruiming van de openingstijden pas nadat de beschermende wetgeving van kracht is. Het zou getuigen van betrokken, eerlijke en vooral dappere politiek. Ook en vooral in onze ‘booming’ stad, die we allemaal levendig, veelzijdig en creatief willen houden.

lid van de gemeenteraad Rotterdam voor het CDA