Opinie

Frenkie leek even Cruijffie

Frits Abrahams

Mijn voetbalhart bloedt als ik aan Ajax denk. Zulk prachtig aanvallend voetbal spelen zoals tegen Juventus en toch misschien dinsdag uitgeschakeld worden door elf sluw op de counter loerende Italianen – ik word er nu al chagrijnig van. Ik zie de beelden voor me. Ajax dringt aan, speelt dominant op de helft van Juventus, maar helaas, Donny van de Beek mist weer eens twee opgelegde kansen, Ziyech blijft hardnekkig afzwaaiers produceren – en dan gebeurt het: één momentje van balverlies bij Schöne op het middenveld, Ronaldo laat zich lanceren, De Ligt glijdt uit en Onana kan er nét niet bij. Thuis bega ik een ernstige overtreding tegen een niet nader te noemen huisgenoot – en krijg de rode kaart.

Denken in slechte scenario’s, het is een slechte gewoonte, maar ik kan het niet laten. Het is ook een vorm van bezwering – het gevaar proberen af te wenden door een ongunstige afloop te voorspellen. Maar er komt voor mij in het geval van Ajax nog iets bij.

Ajax zal na dit seizoen treurig uiteenvallen, vermoedelijk zullen vijf van de beste spelers vertrekken, onder wie onvervangbare talenten als Matthijs de Ligt en Frenkie de Jong. Omdat ik niet meer tot de jongsten behoor, zal ik, snik, vermoedelijk nooit meer een beter Ajax zien. In plaats daarvan ga ik misschien het graf in (of de urn) met de triomfantelijke grijns van Ronaldo als laatste beeld op mijn netvlies. En dan moet, wie weet, de hel nog beginnen.

De enige, ietwat schrale, troost is dat het Nederlands elftal nog tot in lengte van jaren plezier kan hebben van De Ligt, De Jong en Van de Beek (liefst met benutte kansen).

Vooral de onstuitbare opkomst van De Jong heeft mij deugd gedaan. Vanaf de eerste keer dat ik hem zag voetballen, heb ik zijn grote talent bewonderd. Die combinatie van sierlijkheid, techniek, efficiëntie en schijnbare achteloosheid is zeldzaam.

Eindelijk heeft Nederland weer een speler van grote klasse, schreef ik, en ik noemde hem in één adem met Cruijff – wat ik van sommige lezers niet mocht. Ik wist ook wel dat Cruijff een heel ander type speler was – veel aanvallender en meer op scoren gericht – maar er was iets in zijn gracieuze stijl dat mij aan Cruijff deed denken. Hij straalt ook, zowel op als buiten het veld, net als Cruijff veel bravoure en zelfvertrouwen uit. Denk aan het opgestoken vingertje waarmee hij tegen Juventus tijdens een actie de scheidsrechter beduidde: dit is geen overtreding! Frenkie leek even Cruijffie geworden.

Lees ook: Met kleinzoon Hidde naar Frenkie

Gesprekken tussen voetbalkenners gaan deze dagen veel over de vraag: zal Frenkie het redden bij FC Barcelona? Louis van Gaal zei enkele maanden geleden dat hij beter niet voor Barcelona kon kiezen, de concurrentie was er op het middenveld te groot. Ik heb geaarzeld, moet ik toegeven.

Frenkie had dit seizoen een middelmatige periode, vooral toen de transferperikelen een rol speelden. Ik vond hem te voorzichtig geworden, hij bleef te vaak bij het eigen strafschopgebied hangen. Maar tegen Real Madrid en Juventus zagen we de Frenkie die ook bij Barcelona moet kunnen slagen: fel assisterend in de verdediging, maar ook ongrijpbaar in de opbouw, steeds weer soepel wegdraaiend van zijn directe tegenstander en de opening zoekend.

Cruijff zal vanuit zijn voetbalhemel goedkeurend hebben toegekeken.