Opinie

    • Auke Kok

Fietsen zonder brommers, een triomf in stilte

Geluidloos meng ik mij in de trappende meute, en niemand zegt wat. Opnieuw. Sinds 8 april lijkt het of we onze triomf in stilte vieren. De triomf over de brommers die op de rijbaan moeten, tussen de auto’s, waar ze horen. We zijn onder elkaar, eindelijk. Rubber op asfalt, blinkend chroom in de lentezon, ronddraaiende kettingen: meer heeft een mens niet nodig om ergens te komen in het door de Telegraaflezers zo gehate GroenLinksbastion dat de stad bezig is te worden. Op de paden van Halsema City zijn wíj de zwijgende meerderheid.

Goed opletten nu bij het invoegen na vijf uur in de middag op de Linnaeusstraat in Oost. De spits op het fietspad kent z’n eigen mores. Eerst zien dus of die knaap op zijn matzwarte hipsterfiets mij ziet. Of hij iets afremt en bijstuurt zodat ik erbij kan. Hij doet het. Ik pas mijn snelheid aan, zoek een plekje in het peloton. Als in een stadse variant op de Voorjaarsklassiekers gaan we naar het Leidseplein.

Op de paden van Halsema City zijn wíj de zwijgende meerderheid

Hard gaan we niet, trouwens, eerder sloom. Dromerig zelfs. Want nu kan het, er is geen vrees voor opgevoerde snorfietsen. Er zijn geen schrikmomenten. Bij het Tropenmuseum wel netjes voorsorteren: zonder achteropkomende brommers al link genoeg. Dan met zijn allen de Sarphatistraat in, lekker uitwaaierend over deze Fietsboulevard waar een maximum van dertig kilometer geldt en de auto’s onze gasten zijn. En waar ze al tweeënhalf jaar hun plek weten. Mooi toch?

Jammer misschien van die vrouwelijke fietser die me snijdt als ze plotseling rechtsaf slaat. Of de Cantalux die de boel op de Amstelbrug ophoudt. Of die gozer met zijn reusachtige koptelefoon die append en zwabberend voor ergernis zorgt. Of de fietstaxi die…

Nee, oké, we zijn er nog niet. Maar we zijn wel op de goede weg.

Voorbij De Nederlandsche Bank volgt de beruchte Weteringschans, een van ’s lands drukste fietssnelwegen. Bijna stuur aan stuur rijden we door de spits de fuik van de binnenstad in. Sprakeloos. Alert. En solidair. Maar niet met de scooters die ter hoogte van het Rijksmuseum staande worden gehouden. Goed dat de verkeersregelaars dat juist hier doen. Op deze Black Spot. Op dit kruispunt waar alle soorten van verkeer samenkomen in een kluwen spaghetti.

De gezichten op de scooters die naar de rijbaan worden verwezen: ik moet erom lachen. Om die Marokkaanse jongen die „maar dat is gevaarlijk!” roept als hij in discussie met de verkeersregelaars gaat. Ja, jongen, had je maar een helm moeten opzetten. Lachen ook om die twee blondjes die – „huh? mag dat niet meer?” – ontzettend blond reageren en vervolgens toch maar plaatsmaken: voor ons. Voor de braveriken van de nieuwe tijd. De winnaars die voortaan ongehinderd mogen klooien en afsnijden zonder ieder moment een hartverzakking te kunnen krijgen van die vervelende claxonnerende snorfietsen.

Ik parkeer mijn tweewieler op een daartoe bestemd vak bij het Leidseplein. En voel een lichte weemoed naar de rit die achter mij ligt.

Auke Kok is schrijver en journalist.