Recensie

Recensie Uit eten

Euskadi: te sober voor een lange en gezellige zit

Foto Rob van Dullemen
Foto Rob van Dullemen
    • Wim de Jong

Zoals je een boek niet op zijn omslag mag beoordelen, zo nemen we onszelf ook in acht bij binnenkomst in Euskadi. Maar het zaakje in de Westewagenstraat heeft niets van wat je je bij een Baskisch eethuis voorstelt. Het is er met twee affiches aan de muur en een serietje paars-roze opgloeiende wandlampen wel heel kaal en sober, terwijl de aanblik van een permanent over zijn telefoon gebogen medewerker aan de verder lege bar van het restaurant ook niet bijdraagt aan de sfeer waarop we hadden gehoopt. Het is al half acht op de zaterdagavond in een van de geliefdste uitgaansbuurten van de stad, en het heeft er alle schijn van dat passanten op zoek naar gezelligheid toch even een adresje verderop proberen.

Behalve de man aan de bar is er nog een tweede personeelslid aanwezig op de vloer, dat je dan weer bijna over-enthousiast zou kunnen noemen. Nog voordat we alleen nog maar een fles water op tafel hebben, weten we al van hem dat Euskadi (moerstaal voor Baskenland) van dezelfde eigenaren is als BasQ Kitchen in de Markthal. Dat hij daar ook als kelner is begonnen, maar mét zijn bazen heeft moeten constateren dat Markthal-toeristen liever gewoon Spaanse tapas eten, en dat Euskadi een hernieuwde poging is om Rotterdam vertrouwd te maken met écht Baskisch eten.

Jammer dat het in die Markthal zo heeft moeten lopen. Toen BasQ daar in 2014 opende, was ik er zonder meer enthousiast over. Dat had ook alles te maken met de Baskische chef Alvaro Martinez die ervoor naar Nederland was gehaald en van de bodega een culinaire missiepost wilde maken. Daartoe werd ook een serieuze luchtbrug Bilbao-Rotterdam onderhouden: wekelijks werden er verse streekproducten overgevlogen. Dat gebeurt voor de keuken van Euskadi overigens nog steeds, begrijpen we van de man die ons bedient, wat we onder andere af zullen gaan proeven aan de verse ansjovis (9 euro) uit de Golf van Biskaje. Die smaken, opgediend in filets en in een mousse van olie en peterselie, inderdaad prima.

Zo prima ook dat mijn tafelgenote er de tegenvallende pista con yema (9 euro), een flauwe Baskische groentestoof, halverwege voor laat staan en voor zichzelf een schoteltje ansjovis bijbestelt. Mijn hoofdgerecht is een fors stuk vlees van het Iberico-varken (22 euro), dat op de kaart in combinatie met bloemkool wordt aangekondigd. Die zien we op het bord gepresenteerd in de hoedanigheid van een paar weke druppels, drijvend op de jus. Anders dan in BasQ doen de koks van Euskadi verder niet aan bijlagen van groente en aardappelen, wat de omloopsnelheid in de afwaskeuken zal bevorderen, maar in het restaurant niet bijdraagt aan een lange zit.

De heek met een handjevol schelpen in salsa verde (22) moet het zodoende ook helemaal van zichzelf hebben. Niks mis verder met die vis, want ‘perfect gegaard’ enzo, maar de groene saus op peterseliebasis had bij wijze van spreken net zo goed uit de sloot kunnen komen. Het dessert bestel ik in mijn eentje vanwege een hoge mate van onverschilligheid jegens zoet bij mijn gezelschap. De torrijas (7 euro) wordt evengoed geserveerd met twee lepeltjes, en dat blijkt dan toch weer de goden verzoeken. Ze heeft mijn portie in melk gedoopt en vervolgens in caramel gebakken brooddeeg nog niet op of er wordt onmiddellijk gevraagd om nog maar zo’n stuk van het banket.

Na, pak ‘m beet, een uurtje sta je dan al weer op straat. Ook in tijdsduur net te kort om van een aangekleed etentje te kunnen spreken. En weer net te lang en iets te prijzig om het op een ‘snel hapje buiten de deur’ te houden.

Wim de Jong is culinair recensent.