Erbij zijn, vooraan staan, meetellen

Max van Weezel (1951-2019) Politiek journalist Max van Weezel is donderdagochtend overleden aan alvleesklierkanker.

Foto Lars van den Brink

Het was een lang aangekondigde dood. Politiek journalist Max van Weezel (1951) is donderdag overleden aan alvleesklierkanker, de ziekte die bij hem in het voorjaar van 2018 werd geconstateerd. Sinds het bekend worden van zijn ziekte was Van Weezel hoofdpersoon in wat een langdurige openbare pre-begrafenis leek. Met uitvoerige interviews in kranten, op radio en televisie, een liber amicorum, een aanhoudende stoet van politieke prominenten bij hem thuis en eind maart nog de uitreiking van de eervolle Frans Banninck Cocqpenning van de gemeente Amsterdam werd vanaf afgelopen zomer zonder dat het hardop werd uitgesproken afscheid genomen van de man die al sinds halverwege de jaren zeventig voor het weekblad Vrij Nederland op het Binnenhof bivakkeerde. Vanaf 1995 kwam daar de radio bij met zijn presentatorschap van Met het Oog op Morgen en Argos.

Hij maakte zoals dat dan heet deel uit van het oude Haagse meubilair. Het verklaart de ruime aandacht. Wanneer het niet om hemzelf was gegaan, had Van Weezel er ongetwijfeld op zijn kenmerkende licht ironische toon een opmerking over gemaakt. Maar nu liet hij al die aandacht zich graag aanleunen en putte er kracht uit.

Lees ook het interview met Van Weezel van zomer 2018: ‘Ik geloof niet in het hiernamaals’

‘Oude’ Haagse journalistiek

Als geëngageerd journalist maakte hij nog het staartje van het kabinet-Den Uyl mee waarmee de verbeelding aan de macht was. Vervolgens zag Van Weezel tot zijn spijt hoe geleidelijk aan de managers de politiek overnamen. Meer dan veertig jaar verbleef hij op de veelbesproken Haagse vierkante kilometer. Van ver af herkenbaar aan de verfomfaaide regenjas en de leren dokterstas waar de knipsels uitpuilden, plus tot nog maar kortgeleden het onafscheidelijke doosje met sigaren. Dan mag het cliché opgaan dat zijn overlijden het einde van een tijdperk inhoudt.

In Van Weezels geval: het tijdperk van de ‘oude’ Haagse journalistiek waarbij aan nagenoeg elke majeure politieke gebeurtenis tevens een dramatisch verhaal vol met intriges, en onvoorziene chaos vastzat. Met oog voor ogenschijnlijk nietig detail dat juist weer heel veelzeggend was. Zoals de zin dat de tafel op de kamer van de nieuw aangetreden D66-fractievoorzitter die week was aangeschaft bij de Bijenkorf. Waarmee de persoon – het ging om Laurens-Jan Brinkhorst – direct was ‘neergezet’.

Kortom, het verhaal dat zich niet liet schrijven vanaf de perstribune van de Tweede Kamer of aan de hand van persberichten maar slechts tot stand kon komen na veel lees- en spitwerk, gesprekken met zoveel mogelijk direct betrokkenen en hun naaste omgeving. Het werk dat vroeger zoveel eenvoudiger was toen de ‘bontkragen’, zoals Van Weezel het uitdijende leger van voorlichters en politieke adviseurs graag noemde, het nog niet volledig voor het zeggen hadden.

Workaholic

Erbij zijn, vooraan staan, meetellen. Het in zijn eigen woorden „joodse jongetje dat er van Adolf Hitler eigenlijk niet had mogen zijn”, genoot van het gekend worden. Op „madurodamniveau”, zoals hij nuanceerde, maar toch. Het was de drijfveer achter zijn werkweken van meer dan tachtig uur. Hij gaf toe: hij was workaholic, „verslaafd” aan Den Haag. Niets willen missen. En tegelijk die permanente onzekerheid. „Doe ik er nog wel toe, is de altijd prangende vraag”, zei hij afgelopen zomer (7 juli 2018) in een vraaggesprek met NRC.

Hij wist dat de nieuwe generatie journalisten anders dacht over zijn wijze van politieke journalistiek bedrijven. Die heeft weinig op met dat ‘kleffe gedoe’ van journalisten en politici die eindeloos samen aan de bar van Nieuwspoort hangen en bij elkaar over de vloer komen. Dat laatste viel allemaal wel mee, zei Van Weezel altijd.

Maar hij was inderdaad niet van de keiharde aanpak tijdens interviews gaf hij toe, of zoals hij dat noemde, de „Spaanse inquisitie”. Dan slaan politici slechts dicht. Van Weezel wilde juist charmeren en vertrouwen winnen om, indien nodig, op het laatste moment toch nog met succes die ene, lastige vraag te kunnen stellen. Dat is hem in al die jaren vaak genoeg gelukt.