Eén verkeerde beweging en ze schieten me dood

Documentaireserie Filmmaker Steve James volgde een jaar lang scholieren in een voorstad van Chicago. Zijn serie America to me is pijnlijk realistisch, maar heeft toch een bemoedigende ondertoon.

Beelden uit de documentaire America To Me.
Beelden uit de documentaire America To Me. Beeld VPRO

Dit zegt de witte leerling: „Ik heb geen zwarte vrienden, ik heb zwarte kennissen.” Dit zegt de zwarte leerling: „Toen ik klein was wilde ik op de witte kinderen lijken. Hun leven leek volmaakt vergeleken met het mijne.”

Lees ook de rubriek Opgevoed: Hoe bereid je een kind voor op discriminatie?

In de tiendelige serie America to me volgt filmmaker Steve James een jaar lang leerlingen van Oak Park and River Forest High School, in een voorstad van Chicago. Kernvraag: wat merk je op een middelbare school van de verschillen in etnische afkomst? De verdeling wordt in deel 1 neergezet: 55 procent van de leerlingen is wit, 27 procent is zwart, 9 procent is latino, 6 procent gemengd en 3 procent Aziatisch. En de resultaten horen we ook: de verschillen in de schoolresultaten tussen witte en zwarte kinderen zijn groot en groeiende.

Het schoolbestuur zag de komst van de camera’s niet zitten, maar er werd over gestemd en James mocht komen filmen. Het resultaat is pijnlijk op een heilzame, en glorieus op een bescheiden manier. De leerlingen die hij het meest intensief volgt, doen hun best of juist niet, ze stelen de show in de klas of ze trekken zich terug onder hun capuchon. Allemaal brengen ze die mengeling van overmoed en onzekerheid voor het voetlicht die de middelbare school tot zo’n cruciale plaats in ieders leven maakt, en waarvan je dan maar moet hopen dat er leerkrachten en schoolbestuurders zitten die het beste met de kinderen voor hebben.

Wat de leerkrachten betreft is dat zeker het geval. Die lopen zich het vuur uit de sloffen voor hun leerlingen. Het schoolbestuur is in deze serie een beetje de antagonist. Zij verdoezelen de ongemakkelijke waarheid over verschillen naar kleur en weten op vergaderingen met heel veel woorden helemaal niets over deze kwestie te zeggen.

Gelukkig is het de makers niet om een eenvoudig goed/fout-schema te doen. De film marcheert in een spiraal van scènes uit het schoolleven. En het refrein is steeds: een witte leraar weet niet hoe het leven voor een zwart kind of een zwarte collega is. De beste collega’s zijn degenen die dat onderkennen. Zij lijken alle kinderen als leerling te behandelen. De slechtste leraren zijn degenen die doen of het hele probleem niet bestaat of, erger, die doen alsof zij de enige witte mensen zijn die het begrijpen.

Filmmaker Steve James werd bekend met Hoop Dreams uit 1994, over twee zwarte jongens die basketbalbeloften zijn. In feite deed hij in die film op kleinere schaal hetzelfde als hier: kinderen volgen op school, bij het sporten, met hun ouders, met broertjes en zusjes. Het levert scènes op die hartverscheurend zijn in hun alledaagsheid, en gaande de tien afleveringen van telkens een klein uur, gaat de kijker zijn favorieten koesteren. De brutale Ke’Shawn van wie de lerares vreest dat ze op een dag door zijn moeder zal worden gebeld om te vertellen dat hij is doodgeschoten. De brutale Jada, die video’s maakt waarin ze de bevoorrechte positie van witte mensen aan de kaak stelt en die, zoals een docent zegt, geen andere mening dan die van haarzelf toelaat. De verlegen Tiara, die door iedereen wordt onderschat, tot de leraar in de laatste aflevering aan toe, die zegt: „Het is soms beter voor een leerling om een keertje goed te zakken”, om daarna haar proefwerk na te kijken en verbluft vast te stellen dat Tiara een 7 heeft gehaald. De haast onverdraaglijk verlegen Terrence, die zijn gezicht wegstopt in zijn capuchon en die niet naar foto’s van zichzelf kan kijken. Terrence krijgt altijd op zijn kop dat hij zijn gymkleren niet heeft, maar de leraar ziet gewoon niet dat hij zijn tenue aan heeft, en het jack met de capuchon eroverheen heeft aangetrokken.

De diepe gevolgen van racisme

Onvermijdelijk verandert de waarneming de werkelijkheid. De kinderen in de ‘hoofdrol’ worden zelfbewuster – nou ja, behalve Terrence dan. En Steve James is zich daar heel mooi van bewust. Hij filmt hoe een bewaker naar hem toekomt als Ke’Shawn de biologieklas is uitgesleurd wegens een opstootje. „Die Ke’Shawn van jullie, die zit bij de decaan.”

De volledige strofe luidt: America never was America to me

De diepe gevolgen van racisme blijven verbluffend. De vader van Grant vertelt hoe hij een keer over straat liep in de buurt van zijn moeder. Zes politieauto’s reden hem klem en agenten holden met getrokken pistool op hem af. „Waar zijn godverdomme je wapens?”, brulden ze. Waarop hij doodstil stond en kalm uitlegde dat hij bij zijn moeder op bezoek wilde en ondertussen dacht: één verkeerde beweging en ze schieten me dood. „Een buurvrouw meende dat ze een zwarte man had zien lopen met wapens, vandaar.”

Toch lijkt in de titel een teer optimisme te schuilen. America to me is de helft van een strofe uit het gedicht Let America Be America Again (1935) van de zwarte dichter Langston Hughes. De strofe luidt: „America never was America to me.” Het gedicht beschrijft de zwarte keerzijde van de American Dream. Maar door alleen de laatste drie woorden te nemen, lijkt James zijn protagonisten aan te moedigen: dit is wel Amerika voor jou.