Opinie

    • Goof Bakker

Een siamese feniks

Vreemde vogels

Van de tweehonderd Twin Mustangs werd er eentje gered en gerestaureerd, schrijft , die hem eindelijk zag vliegen.
North American Aviation XP-82 ‘Twin Mustang’ tijdens een testvlucht boven de Verenigde Staten, in januari 1945
North American Aviation XP-82 ‘Twin Mustang’ tijdens een testvlucht boven de Verenigde Staten, in januari 1945 Foto Jack Dean/USAF

Twee keer zou ik het toestel zien, op een luchtshow in de Verenigde Staten, twee keer liet het verstek gaan door een technisch mankement. En nu is het er opeens, de vreemdste eend uit het luchtruim, op de Sun ’n Fun International Fly-In op het vliegveld van Lakeland in Florida. Letterlijk out of the blue strijkt het neer op het asfalt: de Twin Mustang.

Mijn vriend Tom Reilly, die zijn leven wijdt aan het restaureren van vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog, vertelde me een jaar of tien geleden dat hij iets heel bijzonders op het spoor was uit de nalatenschap van een excentrieke verzamelaar. Onder een enorme berg verwrongen aluminium was een Twin Mustang tevoorschijn gekomen. Twee rompen, aaneengesmeed tot één vliegtuig.

De Britten hadden hun Spitfire; met de P-51 Mustang kregen de Amerikanen hun meest succesvolle jachtvliegtuig. Eind 1944 hadden Mustangs de hemel boven nazi-Duitsland vrijwel schoongeveegd, maar Japan was nog lang niet verslagen. Alleen al de enorme afstanden in het gebied van de Stille Oceaan waren een enorm probleem voor Amerikaanse gevechtspiloten. Tot iemand het idee kreeg om twee Mustangs aan elkaar te schroeven. Dan zouden de twee piloten, elk in een eigen cockpit, bij toerbeurt kunnen vliegen en slapen.

De praktijk was weerbarstig. Toen de eerste Twin Mustang vloog, in 1946, was de atoombom gevallen en had Japan gecapituleerd. Wel draaide de Olijke Tweeling nog even mee in de Koreaanse oorlog, maar met de komst van de straaljager – de Twin Mustang was het laatste Amerikaanse gevechtsvliegtuig met zuigermotoren – was ook die rol uitgespeeld. Meer dan tweehonderd werden er omgesmolten tot snelkookpannen.

Behalve die ene dus, die Tom had gevonden, en die ooit weer moest vliegen. De hele warbird-gemeenschap keek watertandend toe. Want van het oorspronkelijke vliegtuig was vrijwel geen centimeter onbeschadigd, en veel onderdelen ontbraken. Het zou nog vijf jaar duren voor het vliegtuig luchtwaardig was, maar toen ik Tom vijf jaar geleden bezocht in Georgia, stond de dubbele Mustang al te glimmen in zijn hangar.

En toen kwamen de verhalen. Over de man die in 1963 opdracht kreeg om alle bouwtekeningen van het vliegtuig te verbranden, maar op het laatste moment besloot om ze in de kofferbak van zijn Chevrolet te proppen. „Zonder die man was het nooit gelukt”, zucht Tom. En over zijn zoektochten naar onderdelen op een stort in Alaska. Waar hij in hoog gras struikelde over precies dat ene onderdeel dat hij zocht.

Er waren meevallers, maar toch wordt het een prijzig grapje, de restauratie. Als het vliegtuig op de markt komt, zal het zo’n tien miljoen dollar waard zijn, denkt Tom. Mocht u voor dat bedrag deze bizarre schoonheid aanschaffen, dan trekt u niet alleen alle aandacht; u kunt ’m ook zelf vliegen! Want een paar schouderbreedtes naast u zit nog een piloot. Die neemt het meteen van u over als u er een janboel van maakt.

In Florida maakte de Twin Mustang vorige week ten slotte zijn officiële debuut. Eerst dat rare silhouet in de verte: je weet dat het één vliegtuig is, maar je ziet er twee. En dan dat diepe grommen van de twee V12-motoren, die knallen zodra Tom gas terugneemt en het vliegtuig aan de grond zet. Even later staat hij er naast, met zijn poetsdoek het aluminium liefdevol opwrijvend. De volgende keer hoop ik dat hij zegt: „Come on Goef, let’s go for a ride!