Recensie

Recensie Boeken

Wat zeggen de feiten over de Nederlandse slavenhandel?

Nederlandse slavenhandel Bij aanhoudende commotie over het slavernij-verleden publiceert Piet Emmer nu een herziene editie van zijn boek. Hij toont hoe belangrijk bronnenonderzoek is in een emotioneel geladen debat.

Boven: Illustratie uit The Life And Explorations Of Dr. Livingstone (1875).
Boven: Illustratie uit The Life And Explorations Of Dr. Livingstone (1875).

Wie een bijdrage levert aan een krant aangaande het Nederlandse slavenverleden, kan steevast rekenen op een ingezonden brief van Piet Emmer (1944). De emeritus hoogleraar Europese expansie en migratie aan de Universiteit Leiden, mag de auteur van het krantenstuk graag op feitelijke onjuistheden wijzen. Emmer heeft zich in de afgelopen decennia geprofileerd als de specialist op het gebied van slavenhandel. Hij is niet de enige, maar hij treedt het meest naar buiten. In 2000 publiceerde hij zijn Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel en daar is nu een vierde herziene en bijgewerkte versie van verschenen. Vorig jaar kwam ook nog zijn boekje Voorbij het zwart-witdenken uit, waarin hij de verwarrende discussie over het slavernijverleden op een aanzienlijk polemischer toon behandelt dan in dit boek.

Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel is een systematisch, toegankelijk geschreven werk over de slavenhandel. Een ieder die in deze materie is geïnteresseerd zou het moeten lezen. Emmer beschrijft het aarzelende begin van deze dubieuze praktijk, de behoefte aan slaven in Nederlands Brazilië en later in het Caribisch gebied en in Suriname. Hij gaat in op de gevangenneming van Afrikanen in het binnenland, hun barre tochten naar de kust en de verkoop aan Europese handelaren aldaar.

Kwakzalverij

Dan volgt de overtocht op de overvolle schepen, over de Atlantische Oceaan. De verhalen over stank, hitte, ziekte, sterfte, kwakzalverige behandelingen en een incidentele opstand op deze varende kerkers komen plastisch aan bod. De verkoop op de eindbestemming – Curaçao, Paramaribo of Spaanse of Engelse Caribische eilanden – wordt behandeld en een reeks historische kwesties volgen.

Lees ook: ‘Als mijn kinderen aap worden genoemd, vind ik dat dan ook nog grappig?’

Waarom verkochten Afrikanen Afrikanen en wat had deze reusachtige demografische aderlating voor effect op de totale Afrikaanse bevolking? Waarom kwam het zo zelden tot opstanden en hoe profijtelijk was die slavenhandel nu eigenlijk?

Emmer becijfert dat twaalf miljoen over de Atlantische Oceaan weggevoerde slaven gedurende vier eeuwen geen grote invloed heeft gehad. Dat kan zo zijn, maar het totaal aantal gedeporteerde slaven dus ook naar het Noorden en naar het Oosten bedroeg tussen 1700 en 1850 21 miljoen. Met deze kwesties begeeft Emmer zich in een internationaal debat waarbij andere argumenten en conclusies opduiken. Zo zou de deportatie van jonge, vooral mannelijke slaven juist een ontwrichtende werking hebben gehad. Ook zou deze praktijk garant staan voor een groot gebrek aan vertrouwen in instituties. Hoe kan men immers vertrouwen hebben in een overheid die zijn onderdanen verkoopt of die systematisch oorlogen verliest waardoor er nog weer meer krijgsgevangenen worden gemaakt, die als slaaf worden verkocht?

Gokken

Dichter bij huis ligt de vraag wat deze handel Nederland heeft opgeleverd. Dat is een kwestie van boekhoudkundige methodes. Emmer rekent voor dat alle investeringen meegeteld de gemiddelde winst van de slavenhandel gering was en maar een marginaal onderdeel vormde van de Nederlandse economie. Ook al is dit waar, het sluit hoge winsten niet uit; alleen kwamen die niet voortdurend voor. Slavenhandel of liever gezegd de hele koopvaardij was een soort gokken waarin kooplieden investeerden in delen van een onderneming en zo het risico spreidden.

Emmers manier van rekenen wordt aangevallen door jongere onderzoekers die de inkoopprijs met de verkoopprijs vergelijken en zo tot een hoger resultaat komen. Maar zelfs dan gaat het om een fractie van de totale Nederlandse economie. Emmer laat overigens de Nederlandse slavenhandel in Azië vrijwel buiten beschouwing.

Verdrongen ereschuld

De laatste twee kwesties hebben plaats binnen de nationale en internationale wetenschappelijke wereld en Emmer speelt daarin een belangrijke rol. Het slavernijdebat, waar men het heeft over schuld en boete, bevindt zich in de openbare ruimte, in kranten en tijdschriften, op symposia en in radio- en televisieprogramma’s. Daar gaat het er anders aan toe. Daar sluipt een element in dat men aan de universiteit probeert te vermijden: emotie. Er is pijn, verontwaardiging, verdriet. Die moeten gerespecteerd worden, maar als argumenten voor de reconstructie van het verleden voldoen ze niet. Bronnenonderzoek is iets anders dan emoties die voortkomen uit de orale traditie. Het is een verschil van benaderingswijze of, om het in jargon te zeggen, van representatie. Die debatten tussen die twee tradities lopen dan ook per definitie verkeerd af. Je vergelijkt een jaarverslag van een fabriek toch ook niet met een schilderij van diezelfde fabriek?

In steden als Paramaribo hadden slaven meer bewegingsvrijheid en konden ze geld verdienen om zichzelf en familieleden vrij te kopen. Lees ook: In de stad lonkte de vrijheid

Emmer houdt vast aan zijn nuchtere, cijfermatige benadering. Omdat hij ook nog eens slavernij plaatst te midden van andere grootschalige, mondiale ellende zoals kinderarbeid, de Holocaust, lijfeigenschap, dwangarbeid in Centraal-Europa, militaire rekrutering, wordt hem wel verweten de slavenhandel en slavernij te bagatelliseren. Maar dat doet hij helemaal niet. Sterker nog, hij gaat serieus in op vragen van schuld en genoegdoening. Ook stelt hij een verdrongen ereschuld vast.

Er is nog een consequentie verbonden aan de nadruk op de wreedheden destijds. Zo lijkt alles wat Nederland heeft voortgebracht te worden gereduceerd tot nationalistische borstklopperij. Dan worden alle innovaties in de nijverheid, handel en scheepvaart, de tolerantie, de culturele productie waarin het land zich wel degelijk onderscheidde van de rest van Europa naar de prullenmand verwezen. En dat kan nu ook weer niet de bedoeling zijn.