Opinie

De kleinzoon van de Hitlerjugendleider is getekend door de geschiedenis

De mens kan alles zijn, hij kan de Sixtijnse Kapel scheppen en penicilline uitvinden. Of hij kan oorlogen voeren, verkrachten en moorden.

Michel Krielaars

Op bezoek bij een zieke, 82-jarige vriendin, die in haar verleden als rechter alle lagen van de samenleving heeft doorgrond, kregen we het over de blaaskaken in het bedrijfsleven en de politiek die het nieuws domineren. „Eigenlijk zijn het allemaal onzekere mensen, die dat verhullen door om zich heen te schreeuwen”, zei ze in een vlaag van wijsheid.

Ik moest meteen denken aan de Duitse schrijver en strafpleiter Ferdinand von Schirach (1964), die in zijn nieuwe boek Kaffee und Zigaretten in achtenveertig korte hoofdstukken over zijn eigen leven en dat van anderen nadenkt. Als het over goed en kwaad gaat, is hij net zo’n kenner van de onpeilbare menselijke ziel als mijn oude rechter. Na twintig jaar moordenaars te hebben verdedigd beseft hij bijvoorbeeld dat begrippen als ‘het kwaad’, ‘het goede’, ‘de moraal’, ‘de waarheid’ te groot en te breed zijn geworden om er nog iets zinnigs over te kunnen zeggen. ‘De mens kan alles zijn, hij kan De Bruiloft van Figaro componeren, de Sixtijnse Kapel scheppen en penicilline uitvinden. Of hij kan oorlogen voeren, verkrachten en moorden. Het is altijd dezelfde mens, die stralende, vertwijfelde, beschadigde mens.’

Schirach begint in Kaffee und Zigaretten bij zichzelf. Als kleinzoon van Hitlerjugendleider Baldur von Schirach is hij getekend door de geschiedenis. Toen hij vijftien jaar oud was, pleegde zijn vader zelfmoord. Hij zat toen al vijf jaar op een katholieke kostschool, waar alles zo verschilde van het idyllische leven op het familielandgoed.

Bij elkaar opgeteld leverde het hem een zware depressie op, die ertoe leidde dat hij op zijn achttiende in een dronken bui de loop van een jachtgeweer in zijn mond stak en de trekker overhaalde. De volgende ochtend vond de tuinman hem, levend en wel, want hij was vergeten een patroon in het geweer te doen.

Het zal niemand verbazen dat Schirach een bewonderaar is van Heinrich von Kleist. Deze romantische dichter pleegde in in 1811 samen met zijn doodzieke vriendin aan de Wannsee op een vergelijkbare manier zelfmoord, maar dan met succes. Net als Schirach was ook Kleist ervan overtuigd dat de waarheid een andere is dan die we menen te zien.

Aan het einde van Kaffee und Zigaretten heeft Schirach het over de zelfmoord van Stefan Zweig, die in 1942 de hand aan zichzelf sloeg omdat hij zijn vertrouwde westerse beschaving ten onder zag gaan. Thomas Mann veroordeelde die daad in zijn dagboek als dwaas, zwak en onterend. Schirach deelt die mening niet: ‘Niemand wil de gevaren bij anderen zien, die hijzelf al overwonnen heeft.’

In een van de mooiste hoofdstukken beschrijft Schirach in zo’n tweehonderd woorden de menselijke tragedie aan de hand van een ontmoeting in Berlijn met de ernstig zieke Imre Kertész, die hem om juridisch advies had gevraagd. Toen Schirach hem op een avond zijn documenten wilde terugbezorgen, noodde de alleenwonende Kertész hem binnen. In de woonkamer was de tafel gedekt: een wit tafelkleed, zilveren bestek, kristallen glazen, twee kaarsen. Schirach vroeg of hij iemand verwachtte. ‘Nee’, antwoordde Kertész, dat deed hij elke avond zo. Zo probeerde hij, die Auschwitz en Buchenwald had overleefd, voor zichzelf te bewijzen dat hij nog bestond. Het bewaren van decorum was zijn laatste houvast.

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoon 0900-0113 of 113.nl