Opinie

    • Maarten Schinkel

Beleggen met een kort geweten

Geld stinkt niet, zoals de spreuk luidt die later is toegeschreven aan de Romeinse keizer Vespasianus. Het heeft ook een kort geweten. Woensdag begon op de beurzen de handel in 12 miljard dollar aan obligaties, verhandelbare leningen, van Saudi Aramco, het staatsoliebedrijf van Saoedi-Arabië.

Het olieconcern was van plan geweest voor 10 miljard dollar aan obligaties aan beleggers te verkopen. Vorige week bleek al dat er voor 30 miljard dollar was ingetekend door beleggers uit de hele wereld. Begin deze week liep het bedrag op tot 100 miljard. Het animo was tien maal zo groot als er stukken voorhanden waren. Dus werd het bedrag van uitgifte iets verhoogd. De moord op journalist Jamal Khashoggi, vorig jaar nog breed afgekeurd door de financiële sector, was alweer vergeten. JP Morgan Chase, waarvan topman Jamie Dimon vorig jaar nog met veel poeha de Saoedische conferentie Davos in the Desert afzegde, is een van de twee banken die de Aramco-emissie leidde.

Het is niet de eerste maal dat een uitgifte zo enorm is ‘overtekend’. Nu de rentes op westerse staatsleningen zo ontzettend laag zijn, schuimen beleggers avontuurlijker gebieden en sectoren af, op zoek naar rendement. Daarbij gaat het niet alleen om bedrijfsleningen van bedenkelijk allooi en hoge rente.

De Saoedische staat, die in 2016 voor het eerst zelf met leningen op de markt kwam na de forse daling van de olieprijzen van destijds, zag die uitgiftes ook al zwaar overtekend worden. 67 miljard aan beleggers-animo in 2016, 50 miljard in 2018 en 27,5 miljard begin dit jaar, volgens Bloomberg. Qatar: 53 miljard vorig jaar en 50 miljard eerder dit jaar. Brekebeen Argentinië had zomaar 69 miljard kunnen lenen bij een uitgifte in 2016.

Er is nóg een verklaring voor al deze belangstelling: de opkomst van gestandaardiseerde, automatische beleggingsmethoden. Er zijn steeds meer beleggingsfondsen die automatisch een sector of index volgen, of die zoveel mogelijk schaduwen. Dat is handig voor de belegger: die krijgt toegang tot sectoren, gebieden of bijvoorbeeld grondstoffen die voorheen moeilijk toegankelijk waren.

Tegelijk met deze trend worden de indexen die gevolgd worden talrijker, en belangrijker. En er is een dwang onder de fondsen die deze indexen moeten volgen om de aandelen, of obligaties, te kopen waaruit die indexen zijn samengesteld. Dat gaat vaak automatisch: zo’n tweederde van de aandelenhandel is al computergestuurd, en zelfs 90 procent van de handel in aandelenopties en termijntransacties. Beleggers die op basis van veronderstelde kennis van zaken zelf kiezen, worden een zeldzaamheid. Wie de prestaties van hedgefondsen van de laatste jaren bekijkt, ziet dat deze voormalige Masters of the Universe al lang geen garantie meer zijn voor betere prestaties dan indexfondsen of exchange traded funds (ETF’s).

De obligaties van Saudi Aramco komen terecht in sectorale (energie) en geografische indexen: ‘emerging markets’, ‘frontier’-landen, ‘MENA’ (Middle East and North Africa), enzovoort.

Woensdag publiceerde het IMF zijn halfjaarlijkse Global Financial Stability Report. Ook daarin wordt aandacht besteed aan ‘benchmarking’, het willen of moeten volgen van indexen. Meer dan 20 miljard dollar vloeide razendsnel naar China toen sommige Chinese aandelen begin 2017 werden opgenomen in Morgan Stanleys toonaangevende MSCI-index. Dat kan gunstig zijn. Maar bij onheil, als beleggers hun geld aan de fondsen onttrekken, is al dat kapitaal ook zo weer weg. Onder dwang en zonder geweten.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.