Recensie

Recensie Muziek

Bachs Matthäus volgens De Leeuw en Herreweghe

Recensie Rond Pasen luistert Nederland massaal naar de Matthäus Passion. Met respectievelijk Holland Baroque en de Nederlandse Bachvereniging gaven Reinbert de Leeuw en Philippe Herreweghe hun visies op de verwikkelingen rond Gethsemane en Golgotha.

De de Nederlandse Bachvereniging.
De de Nederlandse Bachvereniging. Foto Simon van Boxtel

We zitten midden in de lijdenstijd en dus luistert Nederland massaal naar de Matthäus Passion. Maar liefst 190 keer wordt Bachs meesterwerk deze weken uitgevoerd: van een vermeend authentieke versie voor slechts elf zangers (La Petite Bande), tot een vrijmoedige tangovariant met theatermaker Jan Rot en acteur Peter Faber.

Ergens tussen die uitersten bewogen zich Reinbert de Leeuw en Philippe Herreweghe die met respectievelijk Holland Baroque en de Nederlandse Bachvereniging hun visie gaven op de verwikkelingen rond Gethsemane en Golgotha.

De Leeuw, bij velen toch vooral bekend als voorvechter van modern repertoire, gaf pas laat gehoor aan zijn Bach-roeping. In 2016 dirigeerde hij een van zijn eerste ‘Matthäi’ met Holland Baroque en het Nederlands Kamerkoor. De documentaire die vriend en cineast Cherry Duyns erover maakte werd een regelrechte hit.

Dat De Leeuw geen doorgewinterde barokspecialist is, vertaalde zich bij het eerste concert van zijn huidige Matthäus-reeks in eigenzinnige tempokeuzes. In zowel het openings- als het slotkoor werkten trage tempi een onwereldse statigheid in de hand. Spannend, gedurfd ook in tijden waarin snellere opvattingen de norm zijn, al bleef het vocale klankbeeld er niet altijd even transparant bij.

Problematischer was het koor O Mensch, bewein dein Sünde gross, waar een erg langzame inzet de musici leek te verrassen, zodat blazers en strijkers uit de pas liepen. In een recitatief als O Schmerz en de aria Erbarme dich (jammer van de troebel intonerende strijkers) ging traagheid ten koste van de melodische spankracht.

In de zogenaamde turbae-koren (de bijbelse menigtes) had De Leeuw de wind er juist stevig onder. In de vonnis- en kruisigingskoren leidde dat tot een meeslepende uitvergroting van de dramatische handeling en de tekst, die ook in De Leeuws lezing van de koralen leidend was. Aangrijpend was het bijna gefluisterde Wenn ich einmal soll scheiden, temeer vanwege het maximale contrast met de erop volgende aardbevingsscène).

Aandacht voor de vocale lijn

Dan Philippe Herreweghe, een oude rot in het barokbedrijf die de Matthäus ontelbare keren leidde, deze weken voor het eerste sinds 1991 bij de Nederlandse Bachvereniging. Ook zijn interpretatie kenmerkt zich door een concentratie op de tekst, al gaat die steeds hand in hand met een grote aandacht voor de vocale lijn.

Tempo (eerder aan de vlotte kant), cadans en instrumentale begeleiding staan bij Herreweghe hoorbaar ‘ten dienste van’, wat in het openingskoor en de twee slotkoren transparante stemmenweefsels en een nagenoeg perfecte klankbalans opleverde. De koralen waren stuk voor stuk een feest van soepel genomen fermates en een heldere tekstdeclamatie, met soms een expressief benadrukte dissonant wanneer de woorden daarom vroegen.

In de recitatieven en de aria’s plooide Herreweghe de noten steeds soepel om de stemmen van zijn over het algemeen uitstekende solisten. De Kroatische bas Krešimir Stražanac tekende voor een sonoor vertolkte Christusrol. Tenor Jakob Pilgram bewees als evangelist over een meeslepende vertelkracht te beschikken.

Speciale troef bleek de Engelse countertenor Alex Potter die onder meer een subliem gezongen Erbarme dich afleverde, met daarin een mooi elastisch gefraseerde vioolsolo door Shunske Sato.

Onder De Leeuw wekte countertenor Tim Mead de indruk dat hij zijn mond maar hoeft te openen om er - schijnbaar moeiteloos - een kraakheldere stroom noten uit te laten opwellen. Sopraan Miriam Feuersinger imponeerde met een teder gezongen Aus Liebe, terwijl tenor Benedikt Kristjansson en bas Peter Harvey lieten horen dat ze een uitstekende evangelist en Christus in huis hebben.