Aantal gevallen van euthanasie voor het eerst sinds jaren gedaald

Dat blijkt uit het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. Volgens de voorzitter is er voor artsen „geen reden voor onzekerheid”.

Een vrouw tekent een wilsverklaring.
Een vrouw tekent een wilsverklaring. Foto Roos Koole/ANP

Het aantal meldingen van euthanasie is vorig jaar voor het eerst sinds jaren gedaald. Dat blijkt donderdag uit het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. Het aantal euthanasiegevallen nam af met zeven procentpunt naar 6.126. Euthanasie was in 4 procent van het totaal aantal sterfgevallen vorig jaar de oorzaak.

Het is niet duidelijk waar de daling vandaan komt. Vorige week liet de Levenseindekliniek weten dat artsen voorzichtiger zijn geworden bij het beoordelen van euthanasieverzoeken uit „angst voor strafrechtelijke vervolging”. De voorzitter van de toetsingscommissie Jacob Kohnstamm benadrukt dat er voor artsen „geen reden voor onzekerheid” is. De richtlijnen zijn volgens de voorzitter helder. „Wij zien dan ook een zeer zorgvuldige uitvoering van euthanasie.”

Strafvervolging

Het Openbaar Ministerie kijkt sinds vorig jaar strenger naar artsen die euthanasie uitvoeren. Van de 12.711 meldingen in 2017 en 2018 was er in achttien gevallen sprake van „onzorgvuldig handelen”, aldus de toetsingscommissie. In vijftien gevallen besloten het OM en de gezondheidsinspectie (IGJ) om niet te vervolgen. De overige drie zaken worden nog onderzocht.

Tot nu toe heeft de inspectie één euthanasiezaak uit 2016 voor de tuchtrechter gebracht. In deze zaak heeft het OM besloten over te gaan tot strafvervolging. Het gaat over een inmiddels gepensioneerde verpleeghuisarts die euthanasie heeft verleend aan een diep demente oud-kleuterleidster.

Het grootste deel van de mensen die vorig jaar euthanasie pleegden, leed aan kanker. In 382 gevallen leden de patiënten aan een aandoening van het zenuwstelsel, zoals de ziekte van Parkinson, MS of ALS. In twee gevallen was er vorig jaar sprake van vergevorderde dementie waardoor de patiënten niet meer konden spreken. Hier was de schriftelijke wilsverklaring bepalend voor het verzoek.