Opinie

Vele jonge ouders kunnen zich dit verlof moeilijk veroorloven

Ouderschapsverlof

Van betaald moederschapsverlof, bestaande uit zwangerschapsverlof met aansluitend bevallingsverlof (minimaal zestien weken), kijkt niemand op. De partner van die moeder heeft ook recht op betaald verlof. Dat partnerverlof, dat meestal vaderschapsverlof betekent, is sinds 1 januari zelfs uitgebreid. Het was twee dagen. Nu bedraagt het één volledig doorbetaalde week, op kosten van de werkgever. Volgend jaar komen daar vijf weken ‘aanvullend partnerverlof’ bovenop, waarbij uitkeringsinstantie UWV 70 procent van het loon betaalt. ‘Wieg’ is de rozewolkterm voor deze Wet invoering extra geboorteverlof en minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) feliciteerde de eerste vader die er gebruik van kon maken officieel. Zijn trots is wat misplaatst, de Wieg is nogal karig. Die twee dagen waren een lachertje, maar ook zo’n week verdampt al snel in geregel en zorg voor de kraamvrouw.

Op papier is de bedoeling van het extra geboorteverlof de evenredige verdeling van het jonge-ouderschap, met om te beginnen een voor beiden gelijke kans op betrokkenheid bij de boreling. Het Europees Parlement vindt de ontwikkeling van het ouderschap dermate belangrijk dat het recent een richtlijn aannam die twee maanden betaald partnerverlof voorschrijft, in plaats van het nu geldende recht op zes maanden onbetaald verlof. Hoe dat bekostigd wordt, dienen de afzonderlijke regeringen zelf te bepalen. De invulling ook, al stelt de EU twee eisen: beide ouders moeten elk twee maanden betaald verlof kunnen krijgen die ze niet aan elkaar kunnen overdragen. En de betaling moet voldoende zijn voor „een fatsoenlijke levensstandaard”.

Koolmees beraadt zich nog op de invulling van het betaalde ouderschapsverlof. Hopelijk neemt hij daarbij geen voorbeeld aan het aanvullende partnerverlof. Dat zou betekenen dat ouders die verlof opnemen, een terugval in hun inkomen moeten accepteren, naar 70 procent van hun laatstverdiende loon. Met die 70 procent is volgens de minister de levensstandaard gedekt. Immers, zo is de redenering, gezinnen die het minimumloon verdienen komen zo net boven bijstandsniveau uit.

Voor tweeverdieners en middeninkomens is deze regeling te doen, al zal de beslissing zwaar zijn, want 30 procent minder inkomsten betekent voor hen een aanzienlijk verschil. Echter, het gezin dat bestaat van een minimumloon levert onevenredig in. Teruggevallen tot bijstandsniveau kan zo’n gezin zich de vaste lasten en de eerste levensbehoeften veroorloven. Tel daar de extra kosten bij op die een pasgeborene nu eenmaal met zich meebrengt en de portemonnee is leeg. De beschuit met muisjes voor het kraambezoek kan er eigenlijk al niet meer af.

Hoe meer je verdient, des te meer je krijgt – daar komt Koolmees’ uitvoering op neer. Wie niet veel verdient, kan zich dit ouderschapsverlof onmogelijk veroorloven. Die 70 procent is te weinig.

Een baby vaart wel bij ouders die zich gezamenlijk intensief om hem of haar bekommeren, en die ouders zelf ook. De cultuuromslag waar zowel de Europese Unie als minister Koolmees op mikt, vraagt om een doordachte maatregel. Wordt het ouderschapsverlof een privilege voor gefortuneerden, dan is het waardeloos.

Een gezin mag er heus iets voor over hebben om het nieuwe familielid naar behoren te koesteren. Maar armoede kan de bedoeling niet zijn. En voor je het weet slaat die terug op de kleine.

Correctie (10 april 2019): In een eerdere versie van dit commentaar werden twee regelingen door elkaar gehaald: de Europese richtlijn om betaald ouderschapsverlof van minimaal twee maanden in te voeren en een door minister Koolmees per 1 januari 2020 in te voeren uitbreiding van maximaal vijf weken van het aanvullend partnerverlof. Dat is in dit artikel gecorrigeerd.