Uitgestorven ‘eilandmens’ ontdekt op Filippijnen

Menselijke evolutie Na de ‘Hobbit’ van Flores is weer een nieuwe mensensoort ontdekt in Zuidoost-Azië: de Luzonmens, ca. 50.000 jaar oud.

De Callao-grot op het Filippijnse hoofdeiland Luzon, waar de fossielen van Homo luzonensis zijn gevonden.
De Callao-grot op het Filippijnse hoofdeiland Luzon, waar de fossielen van Homo luzonensis zijn gevonden. Foto’s Callao Cave Archaeology Project

Zeven mensentanden, een stuk dijbeen, twee handbotjes en nog drie voetbotjes. Dat zijn de menselijke fossielen die zijn gevonden in de Callao-grot in het noorden van het Filippijnse hoofdeiland Luzon. Ze zijn minstens 50.000 jaar oud en de fossielen verschillen genoeg van bekende mensensoorten om ze tot een nieuwe mensensoort uit te roepen, Homo luzonensis. De tanden hebben verschillende recente kenmerken, maar de voet- en handbotjes vertonen meer trekken van de primitieve Homo habilis (circa 2 miljoen jaar geleden) en de nog oudere Australopithecus. Dat schrijft een team onder leiding van de Franse antropoloog Florent Détroit en de Filippijnse archeoloog Armand Mijares woensdag in Nature.

Vierde verwant

Naast de al lang bekende Neanderthaler en de recenter ontdekte Floresmens en Denisovamens is er nu dus een vierde nog vrij recent levende naaste verwant van de moderne mens gevonden. Pas in de laatste paar tienduizenden jaren van zijn bestaan is de moderne mens (Homo sapiens, circa 300.000 jaar geleden ontstaan) de enige mensachtige op aarde.

Lees ook: Wij zijn de laatste overlevenden uit het grote mensengezin

Een nieuwe mensensoort! Paleo-antropoloog Fred Spoor van het Natural History Museum in Londen – niet bij het onderzoek betrokken – vindt het „redelijk overtuigend”, zegt hij door de telefoon. „Je kan wel sceptisch doen over zo’n nieuwe soort, maar dan moet je zeggen aan welke mensensoort deze botten dan wél moeten worden toegewezen. Dat lijkt me erg moeilijk.”

Met de vondst is het bestaan van een tweede (evolutionair gezien) recente mensensoort met verrassend primitieve eigenschappen op een Zuidoost-Aziatisch eiland aangetoond. De eerste was de Floresmens, die tot circa 50.000 jaar geleden op het gelijknamige Indonesische eiland leefde. De oudste vondsten van de Floresmens zijn 700.000 jaar oud. Die vondst baarde in 2004 veel opzien. Vanwege zijn grote voeten en kleine gestalte (circa 106 cm) stond deze mensachtige vrij snel bekend als de Hobbit, naar de boeken van J.R.R. Tolkien.

Van andere diersoorten was al wel bekend dat er op eilanden extreme vormen kunnen ontstaan maar bij de mens was dat nooit gezien. Luzon is overigens een vrij groot eiland, ruim 100.000 km2, ongeveer even groot als Cuba en acht keer zo groot als Flores. Opvallend is dat de Floresmens dezelfde combinatie als de Luzonmens heeft van een relatief primitief skelet met modernere eigenschappen in de schedel.

Lees ook: Prehistorisch Floresmensje had erg grote voeten

Met de vondst van de Luzonmens kunnen die primitieve eigenschappen van de Floresmens ook niet meer worden afgedaan als toevallige genetische variatie of atavisme (plotseling opduiken van oude eigenschappen), schrijft antropoloog Matthew Tocheri (Lakehead University, Canada) in een commentaar in Nature. Die eigenschappen wijzen nu eerder op een bijzondere, gemeenschappelijke afstamming van de twee eilandmensen.

Erectus was de eerste

Traditioneel was de in 1891 door de KNIL-arts Eugene Dubois gevonden Homo erectus op Java de eerste mensachtige in Zuidoost-Azië. Dat fossiel, anderhalf miljoen jaar oud, is waarschijnlijk te weinig primitief om voorouder te zijn van de Luzonmens en de Floresmens. Waarschijnlijk is dus ook al éérder in Azië een primitievere mensachtige verschenen.

Voor zo’n primitieve ‘Out of Africa’ bestaan diverse aanwijzingen. Vorig jaar zijn in China werktuigen van 2,1 miljoen jaar oud gevonden (zonder fossielen) en in Georgië zijn al in de jaren negentig erectussen gevonden met vrij primitieve eigenschappen, van 1,9 miljoen jaar oud.

Er is nog niet veel bekend over de nieuwe mensensoort, behalve dan allerlei ongewone anatomische eigenschappen van zijn kiezen en botkenmerken die soms terug lijken te gaan tot Australopithecus afarensis (circa 3,5 miljoen jaar geleden). Zelfs de lengte van deze Luzonmens is niet af te leiden uit de nu bekende fossielen: het dijbeen is van een kind en niet volledig, de omvang van tanden, handen en voeten is niet geschikt voor lengteschattingen.

Messen van bamboe

In de grot waarin de fossielen zijn opgegraven zijn geen werktuigen gevonden. In een eerdere publicatie over de Callao-grot (Journal of Human Evolution, juli 2010) wordt daarom vermoed dat de grotbewoners messen en werktuigen van ‘beperkt houdbaar materiaal’ gebruikten, ongetwijfeld bamboe. In de grot werden vooral beenderen van de Filippijnse sambar gevonden, een lokale, in het oerwoud levende hertensoort, waaronder een bot met snijsporen. Uit de dierlijke fossielen blijkt verder dat de Luzonmensen joegen op het Filippijnse wrattenzwijn en een nog onbekende rundersoort. In de Kalinga-grot, op dertig kilometer van de Callao-grot, zijn onlangs nog veel oudere werktuigen gevonden, van 700.000 jaar oud. Homo luzonensis heeft dus mogelijk – net als de Floresmens – al heel lang op zijn eiland geleefd.

„De belangrijkste meer algemene conclusie van dit onderzoek is dat dit soort vreemde combinaties van primitief en modern kennelijk heel normaal zijn in de menselijke evolutie”, aldus Fred Spoor. „Als we niet al de Floresmens hadden, zouden we nog behoedzaam zijn, maar nu is wel duidelijk dat er al heel vroeg een enthousiaste migrant door dit gebied is getrokken. Je hoeft er nu echt niet meer van op te kijken als er in dit eilandrijke Zuidoost-Azië nog meer bijzondere mensensoorten worden ontdekt.”