Tweede Kamer ongeduldig over problemen met strafbeschikking

OM-straffen In de Tweede Kamer neemt kritiek op de OM-strafbeschikking toe. Minister Grapperhaus belooft nieuw onderzoek.

Foto Istock

Het was een tegenstrijdige boodschap die minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) woensdag aan de Tweede Kamer verkocht. Het gaat volgens hem goed met de uitvoering van de strafbeschikking, waarmee het Openbaar Ministerie burgers bestraft zonder tussenkomst van de rechter. Ook werkt justitie hard aan het verbeteren van de problemen met de strafbeschikking, die de afgelopen jaren regelmatig kritische rapporten opleverden.

En toch wil Grapperhaus nog eens laten onderzoeken óf het wel goed gaat. Twee keer zelfs: door het OM zelf én door de procureur-generaal van de Hoge Raad. Die schreef sinds 2014 al vier kritische rapporten over de strafbeschikking. In zijn laatste onderzoek, dat dinsdag uitkwam, schreef hij dat „afgewacht moet worden” of alle verbeterpogingen van het OM wel zouden leiden tot een „gewenst niveau” in de uitvoering van de strafbeschikking.

Met een strafbeschikking kunnen officieren van justitie verdachten een boete of taakstraf opleggen. Het gaat onder meer om diefstal, geweld, drugs- en wapenbezit of verstoring van de openbare orde. In de tien jaar dat de strafbeschikking bestaat legde het OM er ongeveer 300.000 op.

Sinds de invoering ervan werden duizenden mensen onterecht door het OM gestraft, bleek uit onderzoek van NRC in december. Omdat het om een strafrechtelijke veroordeling gaat, levert het ook bijna altijd een strafblad op. Met soms verregaande gevolgen voor burgers. Wie een strafblad heeft mag sommige beroepen niet meer uitoefenen, en niet meer zomaar reizen naar bijvoorbeeld de VS of China

Rapporten over de strafbeschikking beschrijven steeds dezelfde problemen. De schuldvaststelling blijft in een substantieel aantal zaken onvoldoende en door incomplete dossiers is achteraf onduidelijk waarom burgers werden veroordeeld. Voor hen is vaak onduidelijk welke gevolgen een strafbeschikking heeft. Gaan burgers in verzet tegen een OM-straf, dan blijft die maar in een derde van de gevallen bij de rechter overeind.

Kritiek van coalitiepartijen

SP-Kamerlid Michiel van Nispen is helder: schaf de strafbeschikking maar af. Andere Kamerleden steunden zijn voorstel niet, maar ook binnen de coalitie neemt de kritiek op de strafbeschikking toe. D66’er Maarten Groothuizen noemde de kritiek erop „netjes geformuleerd, maar in feite keihard”. Zo vroeg CDA-Kamerlid Chris van Dam zich af of de inspanningen van het OM om de uitvoering te verbeteren wel voldoende waren, en maakte zich „grote zorgen” dat de strafbeschikking het vertrouwen in het OM zou beschadigen.

Dat het OM grote aantallen burgers onterecht heeft veroordeeld, is een conclusie die Grapperhaus blijft verwerpen. Maar toen verschillende Kamerleden hem vroegen nou eens te beschrijven wat de door hem erkende problemen met de strafbeschikking dan voor concrete gevolgen had voor burgers, bleef de minister ontwijken. Voor Grapperhaus is het een zeer kwetsbaar onderwerp. Als hij de gedachte toelaat dat er mensen onterecht veroordeeld zijn, dan zal de druk om de oude zaken opnieuw te beoordelen toenemen. „Institutioneel en defensief”, omschreef Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) zijn houding.

Na lang aandringen van vooral GroenLinks en SP zegde Grapperhaus toe dat vanaf 1 oktober altijd een advocaat wordt toegewezen aan verdachten van strafbeschikkingen bij kleine misdrijven. Over een andere eis om burgers beter te beschermen was Grapperhaus vager. De brieven die het OM over strafbeschikkingen verstuurt zijn onduidelijk, en dat moet echt beter, zo bepleitten veel partijen. Maar Grapperhaus wil alleen de website duidelijker maken waar veroordeelde burgers naar worden verwezen. „Trekken en steunen” om iets gedaan te krijgen, oordeelde D66’er Groothuizen aan het einde van het debat.