Order, orderrrr!

Ewoud Sanders

Foto’s ANP, AFP

Een lezeres van deze rubriek vroeg onlangs of ik toevallig wist waar de uitdrukking je weet het niet, je weet het niet vandaan komt. Nou is je weet het niet een heel gangbaar zinnetje, dat vast al eeuwen in het Nederlands wordt gebruikt. Maar in dit geval, verduidelijkte zij, wordt het altijd twee keer achter elkaar gezegd. „Het wordt gebruikt als tussenwerpsel. Als iemand het zegt, dan neemt hij/zij altijd even afstand van wat hij zegt, het is een ironisch commentaar op wat hij/zij zojuist te berde bracht.” Bovendien wordt het op een markante manier uitgesproken. „Altijd een beetje lispelend, met een natte t, alsof je verkouden bent.”

Ik associeerde je weet het niet, je weet het niet met een typetje van Kees van Kooten, maar wie precies? Nog geen uur nadat ik dit op Twitter had gevraagd, kwam het antwoord: „Zie het filmpje ‘Wo ist der Bahnhof, do ist der Bahnhofop YouTube, op 37:50.”

En inderdaad, in dat filmpje zegt Arie Temmes, alias Kees van Kooten, in het Haags: „Je weet het niet, je weet het niet, je komt er niet uit. […] Wie Joost weet, mag het zeggen.”

Ooit heb ik een boekje geschreven over de invloed van Kees van Kooten en Wim de Bie op het Nederlands (Jemig de pemig). Daarin staan vijftig woorden en uitdrukkingen, maar je weet het niet, je weet het niet had ik gemist. Toch wordt het wel degelijk regelmatig gebruikt en niet alleen in de spreektaal. Op internet zijn tientallen voorbeelden te vinden. Zoals: „Je weet het niet, je weet het niet. En degene die het wel weet, wil het niet vertellen.”

Overigens ging de discussie op Twitter nog even door. Iemand wees erop dat het herhaalde je weet het niet eerder was gebruikt door Wim Kan. Die zei in 1952-1953 over generaal ‘Ike’ Eisenhower: „Je weet het niet, je weet het niet... hij was generaal en een oud spreekwoord zegt: een eik (Ike) kan je niet verplanten.”

Anderen kwamen met nog oudere vindplaatsen.

In dit geval zegt dat niet veel, behalve dat Kees van Kooten zich wellicht door Wim Kan heeft laten inspireren. Om te bepalen of iets een citaat is, en van wie, is soms doorslaggevend hoe het wordt uitgesproken.

Recenter is het voorbeeld van „Order, order” van John Bercow, de huidige voorzitter van het Britse Lagerhuis. Onlangs legde Bercow bij het televisieprogramma Jinek uit dat vergaderingen van het Lagerhuis standaard beginnen met het herhaalde order. Dat is een vast ritueel en gebeurt al heel lang.

Maar Bercow zegt het op een bepaalde toon, met name als hij Lagerhuisleden werkelijk tot de orde moet roepen. Dan roept hij „Order, orderrr!” met zo’n imposante intonatie dat hij er wereldberoemd mee is geworden. Op Schiphol begonnen mensen het onlangs naar hem te roepen, om vervolgens een selfie met hem te maken. Filmpjes van Bercow op YouTube zijn een hit.

Mijn voorspelling: wereldwijd zal het nog lang duren voordat het roepen om order los kan worden gezien van Bercow en Brexit, zeker als het met nadruk wordt uitgesproken. Ik heb het in Nederland al een paar maal gehoord, met komisch effect.

Dat geldt ook voor (so) the noes have it, the noes have it. Dit is een standaardformulering als de nee-stemmen bij een stemming in het Britse parlement hebben gewonnen. In de politieke soap die Brexit heet, hebben we dit inmiddels zo vaak gehoord, dat ook die verdubbeling en intonatie buiten de Britse politiek tot bloei zal komen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders