Meer vernieuwingen in het onderwijs, maar het effect is onduidelijk

Staat van het Onderwijs Scholen stellen geen doelen, doen geen of slecht onderzoek en leren weinig van elkaar, constateert de Inspectie in een jaarlijks rapport.

Foto iStock

Het aantal scholen dat zich profileert met een bijzonder onderwijsconcept of -profiel, zoals agora of technasium, is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Maar het is niet duidelijk of de onderwijskwaliteit erdoor is verbeterd, constateert de Inspectie van het Onderwijs in haar jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs. Scholen en opleidingen voeren vernieuwingen vaak in zonder helder te maken waarom, en ze evalueren de effecten zelden.

„Vernieuwingen zijn nodig om het onderwijs bij de tijd te houden”, zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang. „We hadden gehoopt dat die tot verbeteringen zouden leiden: betere leerlingprestaties, meer motivatie, een betere aansluiting op de arbeidsmarkt of een betere concurrentiepositie. Maar we weten niet wat het oplevert. Scholen stellen geen doelen, doen geen of slecht onderzoek en leren weinig van elkaar.”

Tussen 2000 en 2018 is het aantal concepten en profielen in het basis- en voortgezet onderwijs minstens verdrievoudigd, tot circa dertig.

Op vrijescholen, technasia, zelfstandige gymnasia en scholen met een internationaal karakter steeg het leerlingenaantal sterk. Vooral scholen voor havo- en vwo-leerlingen profileren zich: het geldt voor meer dan de helft van de vwo-scholen tegenover vijftien procent van de vmbo-scholen gemengde leerweg. Deze scholen bevinden zich voornamelijk in de stad.

„We zien we dat de vraag van ouders verandert, en scholen hebben het gevoel dat ze daar iets mee moeten doen”, zegt Vogelzang. Maar door versnippering is het lastiger zicht houden op de kwaliteit, schrijft de inspectie. Onderwijssectoren zouden het eens moeten worden over wat het onderwijs moet bieden.

Segregatie

Versnippering leidt niet een op een tot sterkere segregatie. Montessori- en vrijescholen versterken segregatie, vooral in het voortgezet onderwijs, omdat leerlingen daar gemiddeld hoger opgeleide ouders hebben. Dat geldt ook voor technasia en tweetalig onderwijs. Maar de profielen ‘Wetenschapsoriëntatie Nederland’ of ‘Topsport Talentscholen’ verminderen de segregatie juist.

De Onderwijsraad waarschuwde in februari ook voor „doorgeschoten differentiatie”, nu scholen meer inspelen op keuzevrijheid en de wensen van ouders. „Scholen zijn bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen”, schreef de raad. „Wanneer daartoe minder gelegenheid is, kan het onderwijs jongeren maar beperkt voorbereiden op een pluriforme en democratische samenleving.”

Lees ook: Vier nieuwe lessen voor goed onderwijs van Jeroen Dijsselbloem

Zorgen over lerarentekort

In De Staat van het Onderwijs van de afgelopen jaren wees de inspectie op groeiende kansenongelijkheid, segregatie en dalende leerlingprestaties. Die „haarscheuren” in het onderwijs dreigen zich door het oplopende lerarentekort te verdiepen, schrijft de inspectie nu. Het tekort zal op termijn terug te zien zijn in de beoordeling van de kwaliteit van scholen, verwacht de inspectie. En doordat vooral scholen in de Randstad en met leerlingen van niet-westerse achtergrond moeite hebben vacatures te vullen, wordt de kansenongelijkheid mogelijk versterkt.

Overigens is de inspectie verder wel optimistisch over de kansenongelijkheid: die groeit niet verder. Vooral leerlingen met een migratieachtergrond verkleinen hun achterstand. Andere positieve punten zijn de gunstige arbeidsmarktperspectieven voor Nederlandse jongeren in vergelijking met andere landen en de lage jeugdwerkloosheid.