Meer nodig voor betere OM-straf

Strafbeschikkingen Het OM moet de straffen die het oplegt zonder rechter kritischer beoordelen, schrijft de procureur-generaal van de Hoge Raad.

De Tweede Kamer debatteert woensdag met minister Grapperhaus (CDA).
De Tweede Kamer debatteert woensdag met minister Grapperhaus (CDA). Foto Bas Czerwinski/ANP

Meer geld, beter opgeleide medewerkers en een ‘cultuuromslag’. Dat is nodig om de strafbeschikkingen die het Openbaar Ministerie uitvaardigt beter te laten functioneren. Dat concludeert de procureur-generaal (pg) bij de Hoge Raad in een deze week verschenen rapport.

Met een strafbeschikking kunnen officieren van justitie verdachten zonder tussenkomst van de rechter straffen met een boete of taakstraf. Het gaat onder meer om diefstal, geweld, drugs- en wapenbezit of verstoring van de openbare orde. Duizenden mensen werden ten onrechte gestraft, onthulde NRC vorig jaar op basis van intern OM-onderzoek.

De top van het OM is volgens de pg al „serieus” aan de slag om de uitvoering van de strafbeschikkingen te verbeteren. Doel van dit rapport was niet om na te gaan of maatregelen werken, enkel of ze genomen zijn. Dat is volgens de hoogste juridische adviseur het geval. „De meeste conclusies en aanbevelingen” uit eerdere rapporten van de pg zijn inderdaad overgenomen. En er zijn „maatregelen ter verbetering” getroffen, bijvoorbeeld met een speciaal ‘verbeterprogramma’.

Lees ook: OM deelde ten onrechte straffen uit

En toch: het is wellicht niet voldoende om de strafbeschikking daadwerkelijk op het „gewenste niveau” te krijgen, concludeert de pg in omfloerste termen in zijn maandag gepubliceerde onderzoek. Daarvoor is meer nodig, ook financieel en organisatorisch. Daadwerkelijk veranderen gaat „moeizaam” en is „dikwijls tijdrovend”, erkent het college van procureurs-generaal van het OM in een reactie.

Zo verschilt de zwaarte van straffen die het OM oplegt nog te veel van hoe rechters in zulke zaken straffen. Het OM beloofde na een vorig rapport van de procureur-generaal de eigen richtlijnen voor straffen te onderzoeken. Maar dat is twee jaar later nog steeds niet gebeurd. Wel moeten aanklagers sinds 1 januari meer rekening houden met hoe rechters straffen.

De pg van de Hoge Raad is ook kritisch op het machtigen van medewerkers van het CVOM, een administratief parket dat vooral kleine overtredingen bestraft. Zij waren wettelijk onbevoegd om straffen op te leggen, zo bleek, en zijn pas sinds 1 januari wettelijk bevoegd. In de tussentijd werkte het OM met een noodoplossing: CVOM-medewerkers kwamen in dienst van een ander parket. Die „papieren werkelijkheid” veranderde weinig aan de werkelijke bevoegdheid van medewerkers, is de harde conclusie van de pg.

Toch schrijft minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) de Tweede Kamer dat „in de praktijk zorgvuldig is gehandeld” – „ondanks formele gebreken in de mandaatregeling”. Deze woensdag debatteert de Kamer met Grapperhaus over de strafbeschikking. Aanleiding daarvoor zijn onder meer publicaties van NRC waaruit bleek dat sinds de invoering van de strafbeschikking in 2008 duizenden mensen ten onrechte zijn bestraft. Bewijzen ontbraken, dossiers waren incompleet of mensen werden voor de verkeerde overtreding bestraft, bleek uit intern OM-onderzoek.

Grapperhaus ontkent dat er mensen onterecht zijn veroordeeld. Dat officieren tijdens het interne OM-onderzoek anders oordeelden dan collega’s die daadwerkelijk de straffen oplegden, zou duiden op een verschil in inzicht, niet op onterechte straffen. De pg van de Hoge Raad acht niettemin het risico dat verdachten ten onrechte zijn bestraft „onaanvaardbaar groot.”

Al in 2015 concludeerde de procureur-generaal dat er grote problemen zijn in de uitvoering van de strafbeschikking. Medewerkers waren niet voldoende opgeleid en vaak bleek niet te achterhalen welke OM-medewerker een straf had opgelegd. In navolging daarvan nam het OM maatregelen, die de pg zowel in 2017 als nu heeft onderzocht – niet óf ze werken, alleen of ze genomen zijn. Om daadwerkelijke verbetering te kunnen constateren, zou het grote onderzoek uit 2015 opnieuw gedaan moeten worden, schrijft de pg herhaaldelijk.