Opinie

    • Frits Abrahams

Krakkemikkig all over

Uit recente medische berichtgeving had ik afgeleid dat sperma gezonder is om in te slikken dan alcohol. Volgens de Volkskrant kan sperma miskramen voorkomen, volgens NRC veroorzaakt alcohol beroertes. Geen opbeurend nieuws voor mensen zoals ik die geen kinderwens meer hebben, maar wel soms dorst.

Inmiddels heeft NRC het bericht van de Volkskrant ongefundeerd genoemd. Het lastige van medisch nieuws is dat het vaak speculatief is. Bovendien wordt medisch nieuws regelmatig achterhaald door nieuwer medisch nieuws. Een poosje geleden was een dagelijks drankje nog goed voor de doorbloeding, nu is het puur gif.

Medisch nieuws is ook zelden goed nieuws. De kern van de boodschap blijft immers onveranderd: vroeg of laat ga je dood. Met veel geluk en preventieve maatregelen kan het ‘laat’ worden, maar je moet niet vreemd opkijken als je ‘vroeg’ aan de beurt bent – kwestie van pech of eigen schuld, of beide.

Een arts rekende me laatst voor hoe groot de kans is dat je na je zeventigste door een enge ziekte getroffen wordt. Sindsdien besef ik dat elke nieuwe dag mooi meegenomen is, ook al is het allesbehalve een ‘fijne dag’. Wel heb ik me voorgenomen de confrontaties met het medische nieuws zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Als we door een of andere geniale uitvinding toch nog pijnloos onsterfelijk kunnen worden, dan hoor ik het wel. Tot die tijd wil ik liever geen documentaires meer zien of artikelen lezen over allerlei ongeneeslijke ellende. Ja, liever de kop in het zand dan in medische dossiers.

Helaas kan je in het gewone leven nooit helemaal ontkomen aan de medische ervaringen van anderen. Veel mensen praten graag over hun ziektes. Daarom staat voor mij het verblijf in de wachtkamer van een arts gelijk aan de aanwezigheid van een brandweerman op een congres voor pyromanen – je wil ze de mond snoeren, maar er is geen beginnen aan.

Onlangs zat ik in een volle wachtkamer bekneld tussen twee bejaarde dames, die elkaar kenden en van de gelegenheid gebruikmaakten om hun recente medische wederwaardigheden uit te wisselen. Eerst hadden ze het een poosje over een wederzijdse mannelijke kennis die onverwacht dé fatale mededeling van zijn arts had gekregen. Wie had dat kunnen denken? En je kon nog steeds niks aan hem zien! Maar gelukkig was hij er erg flink onder, misschien wel te flink, want hij wilde er liever niet over praten.

Toen was het tijd voor hun eigen sores. „Mijn rug zit helemaal op slot”, zei de dame naast mij. Ze had zilvergrijs haar en een nog betrekkelijk gaaf gezicht. „Ik weet soms niet waar ik het moet zoeken.”

„Ik slaap slecht”, zei de andere vrouw, „vooral als de reuma opspeelt.”

„Slapen is een probleem op zichzelf”, zei de zilvergrijze dame. Ze zweeg even voordat ze haar situatie met één verbale voltreffer samenvatte: „Eigenlijk ben ik krakkemikkig all over.”

Op dat moment barstte een oude man onder het lawaai van een ruisende spoelbak uit de wc in het aangrenzende gangetje. Hij keek benard, alsof hij een zware bevalling achter de rug had. Hij moest er een minuut of twintig gezeten hebben, want ik had hem nog niet eerder gezien. „Dat zit er weer op”, zei hij terwijl hij zijn plaats in de wachtkamer opzocht.