Giorgio Moroder

Foto Jim Dyson/ Getty Images

Giorgio Moroder (78) viert zijn pensioen op het podium

Profiel Discokoning Giorgio Moroder was met zijn synthesizers een pionier in de elektronische muziek. De bijna tachtigjarige treedt voor het eerst op met band. Op het repertoire staat onder meer zijn door Donna Summer groot gemaakte ‘I Feel Love’ (1977).

‘Het is ongelofelijk maar we zijn bij hem thuis. Het groene tapijt is groener dan groen, de witte vleugel is witter dan wit.” Zo openen Steven van Lummel en Justin Verkijk van Bakkie Bakkie, de leukste podcast over muziek in Nederland, de aflevering over hun bezoek aan de disco don in Noord-Italië: Giorgio Moroder (78).

Het is de perfecte soundtrack om je aan over te geven als je drugs gebruikt. Het nummer was eind jaren zeventig dan ook een instant wereldhit. Zelf ging Moroder nooit clubben, vertelde hij The Guardian. De droge grapjas zat iedere ochtend om negen uur in de studio en „tapte gewoon met zijn voeten op de vloer”.

Maar nu gaat Moroder, vlak voor zijn tachtigste verjaardag, voor het eerst op tournee met een band. Maandag treedt hij op in Paradiso. Grote vraag is wie hij het sensuele ‘I Feel Love’ laat zingen. En het nog gewaagdere ‘Love To Love You’ (1975), het epische disco-funknummer dat klinkt alsof de in 2012 overleden Summer de hand aan zichzelf slaat in de studio en dat in de lange versie zestien minuten duurt.

De Italiaanse componist met de indrukwekkende snor maakte tientallen nummers met Donna Summer. Daarnaast schreef hij hits voor onder meer Cher, Blondie, Barbra Streisand en Britney Spears. Hij maakte menige iconische filmscore, waaronder italokraker ‘Chase’, voor de film Midnight Express (1978), dat hem zijn eerste Grammy opleverde. Een jaar later volgde het eerste digitaal opgenomen album E=MC². Hij werkte samen met David Bowie voor de film Cat People (1982), schreef de soundtrack voor Scarface (1983) en later volgden het jubelende ‘What a Feeling’ voor de film Flashdance (1983) en het heerlijk amechtige ‘Take My Breath Away’ dat hij schreef voor Top Gun (1986), de pilotenkaskraker met Tom Cruise. In totaal won hij vier Golden Globes, drie Oscars en vier Grammy’s, maar zijn belangrijkste wapenfeit is dat hij de basis legde voor italodisco en house met zijn muziek.

Moog

Hoe kwam hij bij de synthesizer terecht? Hij groeide op in Noord-Italië in Zuid-Tirol, waar hij af en toe optrad als gitarist in vakantieresorts in de Dolomieten. Op 17-jarige leeftijd kreeg hij een kans om als (bas)gitarist te spelen in Zwitserland met een coverband, zo zei hij tijdens zijn lezing in 2013 aan de Red Bull Music Academy (RBMA).

Eind jaren zestig hoorde Moroder voor het eerst de ‘moog’ op een album van Wendy (toen Walter) Carlos, zo vertelde hij. De klassiek pianist had een Bach-album opgenomen met de synthesizer, Switched-On-Bach (1968). De moeilijk te besturen apparaten namen in die tijd hele studio’s in beslag en waren maar op een paar plekken ter wereld te gebruiken. Eeé daarvan was Berlijn, waar componist Eberhard Schoener er een in huis had. Moroder zocht hem op. „Alles met één instrument?”, vroeg hij Schoener ongelovig. Toen wist hij meteen: „Dit is mijn instrument.”

Het eerste popnummer dat hij met een synthesizer schreef, klinkt als de Beach Boys die tetterende high life-synths hebben ontdekt. ‘Son of My Father’, werd gecoverd door Chicory Tip (1972) en bereikte in die versie de eerste plek in de Britse hitlijsten. De apparaten waren te groot, te complex en te duur om te kopen, dus hij huurde af en toe een studio.

Rond ’76 verhuisde hij naar München, waar hij in de kelder van zijn appartementsgebouw zijn Musicland Studios begon. Die werd binnen no time geboekt door The Rolling Stones en Led Zeppelin. Samen met studiopartner Pete Bellotte en techneut Robbie Webel, die de geheimen van de moog kende, legde hij het fundament voor wat later het ‘Motown’ van Europa zou worden (in de woorden van Pitchfork). Ze maakten er hits die de warmte van soul en disco met de steriele drijvende kracht van elektronica verenigden. Op een goed moment nam hij er een demo op voor een Amerikaanse band. Hij zocht een achtergrondzangeres die accentloos Engels sprak. Enter Donna Summer.

De rest is geschiedenis.

Daft Punk

Moroder schreef de ene na de andere hit en trad drie keer op tijdens de Olympische Spelen (in Los Angeles in 1984, in Seoul in 1988 en in Beijing in 2008). Begin 1992 bracht hij als vijftiger zijn veertiende studioalbum uit, Forever Dancing. Daarna werd het een tijd stil rond de Italiaanse producer. Hij speelde golf, maakte kruiswoordpuzzels. De tijd leek rijp voor zijn pensioen. „Maar toen belden de robots”, grapte hij in een interview. Daft Punk verstoorde de rust en „trok hem er weer in”, door hun grote inspiratiebron te vragen om mee te werken aan hun album Random Access Memories (2013). Het nummer ‘Giorgio by Moroder’ (2013) waarin hij in een ironische voice-over zijn levensverhaal vertelt („My name is Giovanni Giorgio, but everybody calls me Giorgio”) zette hem bij een volgende generatie op de kaart.

Nu treedt hij voor het eerst live op met band in Paradiso. Moroder neemt een piano mee, synthesizers, zijn vocoder (het effect dat de stem door een slangetje vervormt tot retrofuturistisch robotgeluid) en gaat zingen. De tournee maakt hem niet echt zenuwachtig. Julio Iglesias verloor ooit een zangwedstrijd van hem op Tenerife, zegt hij gniffelend in de podcast. „Maar dat was van tevoren opgezet.”

Correcties (12-17 april 2019): In eerdere versies van dit stuk stonden meerdere fouten. Uit het nummer ‘Giorgio by Moroder’ werd het foutieve citaat „My name is Giorgio Moroder, but they call me Giorgio” gegeven waar dat „My name is Giovanni Giorgio, but everybody calls me Giorgio” moest zijn. Ook werden de namen van Barbra Streisand en Eberhard Schoener foutief geschreven als Barbara Streisand en Eberhard Schöner. In de kop stond verder dat de 78-jarige Giorgio Moroder 79 is, en er stond dat Moroder ‘Take My Breath Away’ voor Blondie schreef, terwijl dat voor Berlin was. De juiste naam van het nummer ‘The Chase’ luidt ‘Chase’. Al deze zaken zijn hierboven aangepast.