Opinie

En het lot van de yezidi’s dan?

Lotfi El Hamidi

Het Rode Kruis is bereid vrouwelijke jihadisten en kinderen uit Syrië terug te halen als het kabinet erom vraagt, zo maakte de hulporganisatie vorige week bekend. De coalitie ziet er vooralsnog geen heil in, maar reken maar dat de komende tijd de druk opgevoerd zal worden. De discussie over het wel of niet terughalen zal steeds prangender worden naarmate de situatie ter plekke verslechtert en de familieleden hier (om begrijpelijke redenen) de noodklok luiden. Vooral het schrijnende lot van jonge kinderen kan voor pijnlijke mediaoptredens zorgen.

Voor journalist Brenda Stoter Boscolo voelt het allemaal „wrang”, vertelt ze in een café op het Rotterdamse Noordereiland. Al jaren schrijft ze over het lot van de yezidi’s, de minderheidsgroep in Noord-Irak die het meest te lijden heeft gehad onder IS-bewind. Natuurlijk hebben de kinderen van IS-ouders er niet om gevraagd om daar te zijn, benadrukt ze, „maar hoe zit het dan met de yezidi’s, de slachtoffers van de IS’ers? De vervolging en massamoorden, de seksslavinnen en kindermisbruik, waar de IS-vrouwen op z’n minst medeplichtig aan zijn geweest?” Los van het veiligheidsvraagstuk lijkt dat bijna onmogelijk uit te leggen.

Stoter Boscolo hield zich in eerste instantie bezig met IS-vrouwen. „Ik volgde ze op internetfora, rond de periode dat veel van hen uitreisden. Maar ik trok die haat niet meer, ik wilde me op de slachtoffers richten.” Ze sprak later veel yezidivrouwen, die één voor één beweren dat vrouwelijke IS’ers actief betrokken waren bij de wandaden van hun mannen. „Ze werden als huisslaven gebruikt, geslagen, getreiterd en uitgescholden. Het bizarre was dat ze ook nog eens jaloers waren dat zij door hun mannen verkracht werden.”

Op het moment werkt ze aan een boek over wat ze noemt ‘het vergeten volk’, dat later dit jaar verschijnt. Ze beschouwt het als een „journalistieke plicht” om die verhalen te delen, juist nu de aandacht voor de yezidi’s minder wordt. Sterker, de berichtgevingen na de val van het laatste IS-bolwerk in Baghouz lijken vooral over de achtergebleven IS’ers te gaan, constateert ze. De wir-haben-es-nicht-gewusst-verhalen die nu door de media worden rondgepompt, frustreren haar. „Er zullen ongetwijfeld spijtoptanten tussen zitten, maar de IS’ers die in Baghouz zaten, vormen de harde kern. De enige spijt die ze hebben, is dat ze hebben verloren.”

Het liefst ziet Stoter Boscolo een speciaal opgericht tribunaal om IS’ers te berechten. Hoe en waar dat vorm moet krijgen, vindt ze een lastige kwestie. „De Irakezen willen de IS’ers zelf ophalen en in Bagdad berechten, maar dan krijgen ze na een showproces allemaal de doodstraf. Verrassend genoeg willen de yezidi’s die ik spreek dat niet. Die willen een eerlijk tribunaal waar zij kunnen getuigen, zodat hun verhalen opgetekend worden. Ze willen erkenning voor hun leed.”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.