Opinie

    • Paul Scheffer

De bevolking van Bulgarije is aan het verdampen

‘Het klinkt verschrikkelijk, maar we verdwijnen sneller dan welk land ter wereld.” De Bulgaarse demograaf Petar Ivanov sloeg vorig jaar een nogal sombere toon aan. Zijn land is in een neerwaartse spiraal geraakt: „Elke dag zijn er 220 inwoners minder.” Dat zijn jaarlijks zo’n tachtigduizend mensen – een middelgrote stad.

De bevolking van Bulgarije zal met eenderde afnemen: van 8,8 miljoen mensen in 1989 naar 5,9 miljoen mensen in 2040. Die cijfers laten een sociale ramp in slowmotion zien. Stel je eens voor dat ons land met zes miljoen inwoners zou krimpen. Naast hoge sterftecijfers is deze neergang te wijten aan mensen die het land verlaten op zoek naar betere mogelijkheden.

De afname van de bevolking in Bulgarije is samen met die van Litouwen het hevigst, maar staat niet op zichzelf. Alle landen in Midden- en Oost-Europa kennen zo’n ontwikkeling. Ook Roemenië maakt een ongekende krimp mee. Het land verliest een kwart van de bevolking in de halve eeuw tussen 1989 en 2040. Emigratie speelt een voorname rol: vooral jongeren vertrekken. En die nemen veel ondernemingszin mee.

De conclusie is onontkoombaar: de opening van de grenzen in de Europese Unie heeft onbedoelde gevolgen. In Nederland zijn nu tien keer zo veel migranten uit een land als Polen aan het werk als door de regering in 2004 werd verwacht. Mede daardoor bereikte de immigratie de afgelopen jaren in ons land een omvang die nooit eerder is vertoond.

In het Verenigd Koninkrijk doet zich een vergelijkbare situatie voor. In 2015, een jaar voor het Brexit- referendum, kwamen rond de 300.000 Oost-Europese migranten binnen. Uit onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de voorstanders van een vertrek uit de Unie werd gemotiveerd door het verlangen naar meer controle over deze migratie. ‘Take back control’ werd de slogan.

Als de toenmalige premier David Cameron ruimhartiger concessies had verkregen om het vrije verkeer van personen beter te regelen was er geen meerderheid voor de Brexit geweest. Met die les in het achterhoofd zou een vergelijk over de migratie mogelijk moeten zijn tussen Oost en West. Vaak wordt gesuggereerd dat de belangen met elkaar botsen, maar de zorgen in verschillende delen van Europa hebben een gemeenschappelijke noemer.

Mark Leonard, directeur van de European Council on Foreign Relations, een invloedrijke denktank, schrijft: „Terwijl Noord- en West-Europa nog steeds bang zijn voor de instroom van vreemdelingen, maken meerderheden in Italië, Spanje, Hongarije, Polen en Roemenië zich veel meer zorgen over het vertrek van hun eigen burgers. In al die landen zijn er ongelooflijk grote meerderheden die het voor hun burgers illegaal zouden willen maken om voor lange periodes te vertrekken” (de Volkskrant, 8 april 2019).

Alles bij elkaar lokt het vrije verkeer van personen onverwachte reacties uit. Afgelopen week was ik op bezoek bij de permanente vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Daar werd me verteld dat de Poolse regering momenteel bezig is om arbeidsmigranten in onder meer de Filippijnen te werven om tekorten in eigen land op te vangen.

Deze opeenstapeling van migratiebewegingen kan toch niet de bedoeling zijn. De EU moet lering trekken uit de onbedoelde gevolgen van de open grenzen. Het uitgangspunt van een vrij verkeer is goed, maar betere afspraken over de vormgeving van deze vrijheid zijn nodig - zowel in het belang van de landen van aankomst als in het belang van de landen van herkomst.

In Midden- en Oost-Europa is een demografische paniek voelbaar. Leonard concludeert: „De mensen die achterblijven, voelen zich zo wanhopig dat ze bereid zijn voor zichzelf een migratiemuur te bouwen – drie decennia nadat de Berlijnse Muur is gevallen. […] In een Europa dat prat gaat op het slopen van grenzen en het bevorderen van vrij verkeer, is deze stap naar zelfopsluiting opmerkelijk, maar wel begrijpelijk.”

Een hervorming is niet gemakkelijk: het vrije personenverkeer wordt gezien als wezenlijk voor een gedeeld burgerschap. Het idee is dat deze migratie niet langer als een migratie wordt ervaren: het betreft immers medeburgers uit andere delen van Europa. De werkelijkheid is weerbarstiger. Dat blijkt wel uit de verhitte discussie over de sociale zekerheid waarop zulke migranten hier aanspraak mogen maken.

De onrust in Midden- en Oost-Europa geeft deze discussie nog meer lading. Een Roemeense schrijfster vergeleek de omvang van de exodus uit haar land met die in het door oorlog verscheurde Syrië. De komende verkiezingen in Europa zullen zeker ook gaan over het vrije verkeer van personen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.