Brieven

Brieven

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

In Haagse Invloeden (6/4) wordt geschreven over mestbeleid en ‘derogatie’, een geoorloofde afwijking van de EU-norm, waardoor meer mest wordt uitgestoten dan officieel is toegestaan. Vooral het woord ‘uitgestoten’ is hier op zijn minst suggestief. In dit deel van Europa willen we dat bodems een hoge gewasopbrengst hebben. Om dat te bereiken zijn meststoffen nodig. Het kán inderdaad met minder dierlijke mest, maar dan moet het tekort worden aangevuld met kunstmest. Veel landen, ook met minder gewasopbrengst, doen dat. Kunstmest kan trouwens ook zorgen voor verliezen naar grond- en oppervlaktewater. Bovendien heeft de productie ervan eveneens een milieulast. De behoefte aan mineralen van het land zo volledig mogelijk invullen met dierlijke mest is dus goed. Wel is er een belangrijke verbetering te maken in het mestbeleid, zeker als dat onderdeel wordt van nieuw klimaatbeleid. We moeten ervoor zorgen dat alle emissie (methaan, ammoniak en kooldioxide) wordt beperkt, naar lucht en naar water. Naar mijn mening kan dat bereikt worden als alle mest bewerkt wordt, en er dus voor bemesting alleen bewerkte mest gebruikt wordt. De cruciale discussie over technieken, naar schaalgrootte en locaties – in feite dus de supply chain van mest – moet dan goed gevoerd worden.


Centre of Expertise Biobased Economy