Albumoverzicht: Raketkanon is gelukkig niet te definiëren, Pond: het frisse broertje van Tame Impala

Recensies Wat moet je luisteren? Deze week nieuwe muziek van NOA, Nilüfer Yanya, Jason Ringenberg, Raketkanon, Paul van Kemenade en Pond.

  • ●●●●

    Noa: Letters to Bach (Naïve)

    NoaCrossover: ‘Wil je met me dansen, Bach?” Nee, de Israëlische zangeres Noa heeft niet de pretentie in dezelfde muzikale stratosfeer te bewegen als Bach, maar zijn muziek heeft wel haar hart verlicht. Dus doet ze het toch maar gewoon: een album opnemen met liedjes op basis van Bachs Inventionen, de sopraanmelodie van Cantate BWV 140 en zelfs een jazzy gescatte bewerking (No, Baby, No) op de melodie van de wereldberoemde Badinerie. Het concept is aan alle kanten levensgevaarlijk. Kitsch ligt op de loer. Of, minstens zo gevaarlijk, een associatie met The Swingle Singers. Maar Noa heeft een enorme troef: haar prachtige stem. Die klinkt soepel, kleurrijk en natuurlijk, met een heldere hoogte en een warme vrouwelijke, aardse laagte die nergens gruizig wordt.Letters to Bach, geproduceerd door Quincy Jones, is een ongewone, maar innemende cd. Omdat je aan Noa’s stem hoort en aan haar geëngageerde teksten leest dat het haar ernst is met de wereld - en met Bach. Mischa Spel

  • ●●●●

    Nilüfer Yanya: Miss Universe

    Nilüfer YanyaPop: Nilüfer Yanya heeft vijf jaar gewacht met haar eerste album. In de tussentijd wekte de als 18-jarige debuterende Britse zangeres al verwachtingen met singer-songwriter-optredens. Verrassend genoeg koos Yanya voor haar debuut Miss Universe een andere stijl dan die akoestische gitaarliedjes of het soulvolle geluid die ze eerder ook liet horen. Miss Universe is een – soms te – wijdlopig maar weelderig album waarop Yanya pronkt met haar veelzijdigheid. De eerste indruk is die van een fris nieuw grungegeluid: Yanya laat haar gitaar ronken terwijl ze zingt op snerend nonchalante toon. In ‘Melt’ klinkt ze anders: zoekend en verhalend, begeleid door een primitieve drumcomputer. Soms is er een misser, zoals het overladen popliedje ‘Safety Net’. Rode draad is de losse en tegelijk trefzekere toon waarop Yanya haar liedjes de microfoon in laat kolken. Live: 16/4 Bitterzoet, Amsterdam; 19 en 20/4 Motel Mozaique, Rotterdam. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Jason Ringenberg: Stand Tall

    Jason RingenbergRock: Als zanger van de grensverleggende countyrockband Jason & the Scorchers had Jason Ringenberg zich er na twintig jaar van teruglopend succes bij neergelegd dat hij zijn dagen zou slijten als agrarisch entrepreneur met soms een klus als Farmer Jason, zijn hilarische alter ego van kinderentertainer. Totdat een boswachter van het Sequoia National Park hem uitnodigde om een maand in een blokhut door te brengen als artist-in-residence. Wandelingen in de Sierra Nevada en de schaduw van de enorme sequoiabomen brachten nieuwe inspiratie, soms gerelateerd aan het natuurschoon of historische gebeurtenissen in het hartland van de Americana. Bevlogen rocksongs als ‘Lookin’ Back Blues’ en ‘John Muir Stood Here’ doen niet onder voor zijn beste Scorchers-werk. Een absolute topper is ‘God Bless the Ramones’ dat herinneringen ophaalt aan een vroege tournee waarbij Dee Dee Ramone zijn bassnaren en backstagebier met de Nashville Scorchers deelde. Een onweerstaanbare meezinger is het resultaat. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Pond: Tasmania

    PondPop: Pond is in veel opzichten het kleine broertje van Tame Impala. Als satellietband van grote broer delen ze bandleden bij optredens, en Tame Impala’s Kevin Parker bemoeit zich intensief met Pond’s muziek. Tasmania werd door hem geproduceerd en klinkt als een informelere versie van muziek die bij Tame Impala meestal net iets geraffineerder in elkaar steekt. Wat ze delen is het uitbundig gebruik van snerpende vocalen, zwiepende synthesizerklanken en de losse manier waarop elektronica wordt gebruikt in psychedelische rock zonder de clichés. Pond is schaamteloos symfonisch in ‘Burnt Out Star’ (met Madonna-sample) dat het persoonlijke met het kosmische verbindt en dat waarschuwt voor de ecologische ramp die Australië boven het hoofd hangt. Zelfs het vergaand elektronisch experiment van ‘Shame’ luistert verrassend lekker weg op een album dat een zomer lang mee kan. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Raketkanon: RKTKN#3

    RaketkanonRock: Hier volgt een waarschuwing voor de ruimtevaart: in de steeds uitdijende kosmos van ruige gitaarmuziek is een spookrijder gesignaleerd. De volkomen losgeslagen satelliet is afkomstig uit Vlaanderen en trekt zich niets aan sonische wetten, genreconventies, logische maatsoorten of zoiets banaals als de menselijke taal. Onder de naam Raketkanon stoot de vierkoppige bemanning nauwelijks te definiëren geluidsgolven uit: van zuigende sludgemetal tot gevoelige emo-rock en dansbare synthpop. Daarin krijst of kreunt kapitein Pieter-Paul Devos in een zelfverzonnen taal, óf doet hij (met behulp van effectpedalen) een luchtalarm na. Het is de derde keer dat de band uit Gent zich moedwillig op dit zelfverkozen dwaalspoor begeeft, en dat is heel erg goed nieuws. RKTKN#3 is namelijk net zo heerlijk eigenzinnig als de twee (eveneens briljante) voorgangers. Alles mag, en niets spreekt voor zich. Gaat dat live zien, voor ze ontploffen. Frank Provoost

  • ●●●●

    Paul van Kemenade: Stranger than Paranoia

    Paul van KemenadeJazz: Stoere swing, krachtige lyriek, melodielijnen met verslavend sterke klankexplosies: altsaxofonist Paul van Kemenade begon in 1993 in Tilburg een festival voor improvisatie, dat hij Stranger than Paranoia noemt, naar zijn eigen compositie. Nu is de gelijknamig cd uitgekomen die de veelzijdigheid van Van Kemenade en zijn band illustreert. De titelcompositie is indrukwekkend met glorieuze openingsmaten die melodieus en ook rauw en brutaal zijn.Sinds een reis in 1994 die Van Kemenade met zijn kwintet door Zuid-Afrika maakte, nemen de Afrikaanse invloeden in zijn werk toe. Deze mix geeft zijn spel een ongekende allure, zoals in het nummer ‘The Black Cocketoo’ en ‘Empty Heart.’ Van een religieuze schoonheid is ‘Hymne to whom it may concern’ waarin Latijnse koorzang, gezongen door het vocale ensemble Cappella Pratensis, samenvloeit met trombone, altsax, contrabas. Het resultaat is weergaloos mooi. Kester Freriks