Recensie

Recensie Beeldende kunst

Adembenemend mooie aquarellen uit Liechtenstein

Tentoonstelling Ze hebben een schitterende collectie kunst, die maar zelden te zien is. Een expositie van hun aquarellen brengt je heel dicht bij de rijkdom en het dagelijkse leven van de familie Liechtenstein.

Rudolf von Alt, Salon van het Rasumofsky Paleis aan de Landstrasse in Wenen (1836)
Rudolf von Alt, Salon van het Rasumofsky Paleis aan de Landstrasse in Wenen (1836) Foto The Princely Collections/ Erich Hussmann

De Liechtenstein-collectie is een van de beste en mooiste particuliere verzamelingen in Europa. Helaas is de kunst haast nergens te zien. Niet in het prinsdom Liechtenstein zelf, want toen de inwoners in een referendum werd gevraagd of er een museum voor de collectie moest komen, wezen ze dat af omdat ze hun belastinggeld aan andere dingen wilden besteden. Ook in Wenen, waar een deel van de collectie zich bevindt (tot aan de Anschluss in 1938 was de stad eeuwenlang de hoofdzetel van de familie) is het moeilijk de kunstwerken te bezichtigen: het recent gerenoveerde paleis is gesloten omdat er te weinig bezoekers kwamen. Er zijn wel rondleidingen op afspraak.

Een goede reden, kortom, om nu het Albertinamuseum in Wenen te bezoeken. Want het prinsdom bestaat 300 jaar, en viert dat met een grote tentoonstelling van zijn privécollectie. Of twee, eigenlijk. Het ene deel is wat je verwacht: een selectie uit de Bruegels, Canaletto’s en Frans Halsen uit de collectie. Ook indrukwekkende werken van Rubens, zoals het fragiele Venus met een spiegel en het prachtige portret van Rubens’ dochter Clara.

Peter Fendi, Muizenjacht (ca. 1834) Foto The Princely Collections

Maar het tweede deel is verrassender: aquarellen die de Liechtensteiners vooral in de negentiende eeuw liet maken (of kocht). Ze zijn niet alleen adembenemend mooi, maar tonen ook de familie van heel dichtbij. Ze woonden toen in Wenen, en hadden kastelen in wat nu Tsjechië is. Het congres van Wenen, na de Napoleontische oorlogen, bracht politieke stabiliteit in Europa. Het ging de Liechtensteiners, net als vele anderen trouwens, flink voor de wind. En dat wilden ze laten zien. Daarom huurden ze, middenin de Biedermeier-periode, aquarellisten – zoals je dat nu een fotograaf zou vragen – om gedetailleerd hun paleizen, interieurs en alledaagse taferelen weer te geven. Als de prins op reis ging, nam hij een aquarellist mee. Voor het eerst werden de kinderen geschilderd, terwijl ze hun huiswerk deden, leerden lopen of met een bezem op muizenjacht waren.

Lichtspel

De meest prominente aquarellist van de Weense school was Rudolf von Alt (1812-1905). Hij werd dé chroniqueur van de Liechtensteiners. In plaats van tafereeltjes te schilderen, zette hij zijn ezel in een hoek, zodat hij bijna een hele salon kon weergeven – met lichtval op het zijden behang, de parketvloeren, spiegels en kristallen kroonluchters. Geen detail, geen fonkeling ontging hem.

Ook schilderde Von Alt een palmenhuis, een serre met uitheemse planten bij het familiekasteel in Lednice. De lichtval door het glas en het schaduwspel op de tegelvloer zijn bijna fotografisch precies. Zo gaf hij ook het trappenhuis van de Weense opera weer, en het orgel van de Stefanskerk.

Rudolf von Alt, De trap van de Staatsopera, Wenen (1873) Foto The Princely Collections

Net als andere aquarellisten van zijn generatie reisde Von Alt veel: de vraag naar plaatjes van buitenlandse steden en bezienswaardigheden groeide. Anders dan olieverfschilders had Von Alt maar weinig bagage: een bescheiden doosje waterverf en wat penselen. Zijn aquarellen uit Napels en andere Italiaanse steden, met fenomenaal lichtspel, hangen eveneens in het Albertina.

Von Alt schilderde gebouwen en interieurs. Zijn tijdgenoot Joseph Höger aquarelleerde juist tuinen en landschappen in de Alpen. Peter Fendi en Moritz Michael Daffinger maakten huiselijke taferelen. Daffinger liet ze soms door dinergasten zelf ondertekenen.

Deze aquarellen tonen niet alleen hoe vermogend en prominent de Liechtenstein-familie was in het Habsburgse Rijk (en nog is, trouwens). Maar ze brengen de bezoeker vooral ook wat dichterbij de familie dan de mooiste Rubens of Hals dat kan.