Acht jaar cel voor natuurgenezeres die behandelde met drug

Natuurgenezeres Sara G. behandelde in 2017 een Zweedse vrouw met het middel ibogaïne waarna zij overleed. De rechtbank in Utrecht acht haar schuldig aan doodslag.

Foto Frank van Beek/ANP

Natuurgenezeres Sara G. uit Kockengen is door de rechtbank in Utrecht veroordeeld tot een celstraf van acht jaar. De rechtbank in Utrecht heeft de 59-jarige natuurgenezeres schuldig bevonden aan doodslag en “het in hulpeloze toestand achterlaten van het slachtoffer”. G. behandelde in 2017 een Zweedse vrouw met een kruidenmengsel met het gevaarlijke en hallucinerende middel ibogaïne, waar zij vervolgens aan overleed. Zelf ontkende G. de drug aan de vrouw gegeven te hebben, maar de rechtbank gelooft haar niet.

De 48-jarige Zweedse vrouw was naar Nederland gereisd om zich te laten behandelen voor een drugsverslaving. Ze zou vijf dagen bij G. verblijven, tot 6 februari 2017. Maar op 3 februari overleed de vrouw aan een hartstilstand. G. had de hulpdiensten gebeld en melding gemaakt van een medische noodsituatie in de bed and breakfast op haar eigen terrein. Na de melding ging ze ervandoor, later werd ze in Duitsland opgepakt. De toxicoloog en de patholoog constateerden na onderzoek dat het slachtoffer was overleden door een ibogaïnevergiftiging.

Lees ook: OM vervolgt natuurgenezeres opnieuw

Toen G. contact zocht met de hulpdiensten verzweeg zij echter dat zij de vrouw had behandeld met ibogaïne, dat wordt gewonnen uit de bast van de Afrikaanse iboga-wortel en een sterke hallucinerende werking heeft. Het zou volgens sommigen een geneeskrachtige werking hebben voor verslaafden, al is dat nooit met goed onderzoek aangetoond. Gebruik van het middel is risicovol: het kan een hartstilstand veroorzaken.

In veel landen is gebruik van het middel dan ook verboden, maar in Nederland mag het onder strikte toepassing van regels wel worden gebruikt. Veel buitenlanders kwamen daarom naar de praktijk van G. in Kockengen om behandeld te worden. G. zegt zelf sinds 1999 honderden verslaafden te hebben behandeld met het middel. Een van haar patiënten kreeg een hartstilstand en is daardoor blijvend gehandicapt geworden.

Psychotisch achtergelaten

Een andere patiënt overleed in 2011. Voor dat sterfgeval werd G. ook al in 2014 en in hoger beroep in 2015 veroordeeld. Na een behandeling met ibogaïne had ze de 28-jarige Zwitserse patiënt in psychotische toestand achtergelaten in een hotel in Breukelen. Het slachtoffer liep vervolgens in die toestand de snelweg op, werd geraakt door een vrachtwagen en overleed. De rechter legde G. destijds een celstraf op gelijk aan het voorarrest, 141 dagen en 1 maand hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

De rechtbank in Utrecht rekent het haar zwaar aan dat ze de risico’s van het middel kende, maar niet met haar patiënten deelde. Het gaat namelijk om een kwetsbare groep: verslaafden. G. zou de Zweedse vrouw niet hebben willen doden, volgens de rechtbank, maar heeft wél de kans aanvaard dat ze door de behandeling met ibogaïne zou overlijden. Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank er ook rekening mee dat G. nog altijd heilig gelooft in de werking van het middel als remedie voor verslaafden. De kans op herhaling is daarom volgens de rechtbank groot. De straf valt lager uit dan de eis van het OM, die tien jaar cel had geëist.