Ajax-keeper Andre Onana: „Als iemand een fout maakt, weet ’ie dat. En als ik dan ook nog kom schreeuwen, dan wordt ’ie alleen maar kleiner”.

Foto Bastiaan Heus

Wat er ook gebeurt: André Onana is there

Interview Andre Onana | Ajax-doelman Keeper Andre Onana (23) speelt met Ajax in de kwartfinale van de Champions League tegen Juventus. „Ik kan altijd iets extra’s doen, zo voel ik dat.”

De handen van een keeper, hoe vaak zie je ze nou helemaal? Verscholen in de handschoenen doen ze hun werk: vangen, stompen, keren, gooien. André Onana laat zijn vingers zien, doodgewone vingers. „Even groot als de jouwe.”

Maar wil je het hebben over het kapitaal van de keeper, dan zit je bij de handen verkeerd. Het zit allemaal hier, zegt Onana tikkend op zijn slaap. „Vandaag heb je vertrouwen, morgen kan het zo weg zijn. En je ziet het als een keeper geen vertrouwen heeft, dat ziet er echt shit uit. Maar als je het hebt, dan maak je de beste reddingen achter elkaar.”

Alles is confidence, zegt hij een keer of twintig in twintig minuten. We praten na een ochtendtraining eind maart op de vrijdag voor Ajax-PSV, in de vroege lentezon. De fotograaf heeft alles al opgesteld in een lege kleedkamer op trainingscomplex De Toekomst, maar eerst moet Onana lunchen met de spelersgroep. Bij terugkeer krioelt het ineens van de jeugdspelers die zich omkleden voor de training. ‘Onana! Onana!’ Hij heeft een gele rozenkrans om zijn hals, blijkt als zijn bovenkleding uitgaat voor de foto. Alle jongetjes staren, Onana neemt de tijd.

Zijn charisma is een bonus, hij weet het. „Als keeper heb je ook de taak om je medespelers vertrouwen te geven, je supporters ook. Dat ze weten: wat er ook gebeurt, hij staat er nog. Maar om dat vertrouwen te geven, moet je kalm zijn, kalmte tonen.”

Ajax speelt in de kwartfinale van de Champions League tegen Juventus. De Oude Dame is alleenheerser in het Italiaanse voetbal.

Hij zoekt even fysiek contact – opletten nu. Hij zet zijn lippen op elkaar. Ogen strak vooruit, tikje samengeknepen. Borst vol met lucht, schouders recht. „Als mijn verdediger naar me kijkt, zelfs als ik niet met hem praat, moet hij aan mijn gezicht zien: André is there. Dat communiceer ik aan Blind, aan Matta [Matthijs de Ligt]: ik praat niet altijd met ze, maar ik wil dat ze aan me zien dat ze me kunnen vertrouwen. Maak je actie maar, ik ben er. Mocht het verkeerd gaan dan sta ik er.”

Schouderklopje

Hij kent het fenomeen: keepers die na een fantastische redding meteen hun verdedigers uitfoeteren. „Soms moet je even de boel opschudden, maar sommige keepers overdrijven. Ik denk dat ik het anders doe. Soms ga ik mee in de emotie. Maar als iemand een fout maakt, weet-ie dat. En als ik dan ook nog kom schreeuwen, dan wordt-ie alleen maar kleiner.”

Hij doet voor hoe dat gaat: schouderklopje, aai over de rug. „Ik zeg alleen maar: ‘Hé bro, niets aan de hand. Let’s go’.”

Je gelooft het meteen, als hij het zo zegt – met die zalvende stem. André is there. Zo jong nog, zeker voor een keeper. Zo ervaren al. En toch is Onana, met al zijn fenomenale Champions League-reddingen, soms ook ineens de weg kwijt. Twee dagen na dit gesprek vliegt hij in de topper tegen PSV volstrekt misplaatst op een voorzet af, waardoor Luuk de Jong scoort in een fase van de wedstrijd waar de titelstrijd beslist leek te worden in Amsterdams nadeel. Een actie bijna net zo driest als die tegen Benfica, eerder dit seizoen in de Champions League.

Foto Bastiaan Heus

Relaxed als in training

Toen, in Lissabon, ging slapen moeilijk worden, zei hij na afloop – ook al redde hij later met zijn reflexen het gelijkspel waarmee Ajax Benfica onder zich hield in de poule. Hij lijkt voorbij het punt te zijn waarop zoiets nog aan hem vreet. Na Ajax-PSV, met 3-1 gewonnen uiteindelijk, wil hij de zege vieren met zijn gezin. „Ik stop het weer in mijn tas, dat heb ik je eerder ook al gezegd.” Hij lacht en mikt iets denkbeeldigs in een denkbeeldige rugtas. Er stond wat druk op, zegt een verslaggever van supportersblad Ajax Life. Onana: „Misschien voelde jij wat druk? Ik was relaxed hoor, zo relaxed als in training.”

Twee dagen daarvoor zegt hij: „Ik was niet down na Benfica. Echt niet. Ik slaap goed hoor. Je moet alleen wel mans zijn. Het is mijn fout, niet voor weglopen. Soms denk je dat je een goede keuze hebt gemaakt, maar pakt het slecht uit. Het is het lot van de keeper: je maakt één fout en mensen denken meteen: ‘Wow, wat is die gast aan het doen’? Da’s voetbal, dit is mijn job. Ik moet gewoon sterk zijn, positief denken. Ik neem alles mee, stop het in mijn rugtas. Be strong. Het ding is: soms moet je gewoon schijt hebben aan wat er gezegd wordt.”

Voetbalschool van Eto’o

Hij draagt rugnummer 24, werd vorige week 23 en tekende afgelopen maand bij, tot 2022. Hij werd geboren in Ngol Nkok, een dorp in het zuiden van Kameroen met enkele honderden inwoners. Via de voetbalschool van Samuel Eto’o kwam hij bij FC Barcelona terecht, waar Ajax hem in 2015 vanuit het tweede elftal overnam. Op zijn twintigste werd hij eerste doelman, aan het begin van het seizoen onder Peter Bosz waarin de finale van de Europa League bereikt werd. „Dat was niet makkelijk, zeker voor een jonge keeper bij een grote club als Ajax.”

Met de verdediging ver van het doel af leerde hij ruimtes inschatten. „Ik kreeg er vaak koppijn van, je moet altijd snel beslissen: ga ik er uit, blijf ik staan. Er komt veel risico bij kijken. Dat is niet makkelijk, maar wel heel mooi.”

Lees ook over de verdeling van Europese startbewijzen: Ajax speelt om meer dan eigen glorie in Europa

Want hij geniet het meest van één-tegen-één-situaties, schaars als ze zijn. Hij versus een doorgebroken aanvaller. Zoals Iker Casillas in 2010 contra Arjen Robben, WK-finale. En dan blijven staan, zo lang mogelijk. „Maar Casillas gokte.” De Spaanse keeper dook links, de teen bracht redding rechts. „Ik ben meer iemand die wacht. Heel lang wacht.” Ederson van Manchester City, die vindt hij geweldig. „Die gokt niet, die reageert alleen. Hij is zo sterk met de ruimte achter de verdediging. Dat is moeilijk he. Het is makkelijker op je lijn reddingen maken.”

Puur intuïtief

Die kopbal van Bayern-spits Robert Lewandowski van vlakbij, katachtig gepareerd. Schitterende save, maar hij noemt dat „normaal”, in de zin dat het gedachteloos gaat. Actie-reactie, puur intuïtief. „Ik kijk meestal naar de fouten. Het is leuk om naar een mooie redding te kijken, maar ik denk juist: de eerste goal van Lewandowski, ik had eerder kunnen uitkomen.”

Daar zit het in: die inschatting, wel of niet gaan. De tactische overweging. Er was even die aarzeling en dus – ai, net te laat. „Voor mij is het belangrijk om erover te praten. Misschien was-ie onhoudbaar, goed geschoten. Hmmm, nou, ik weet niet, ik probeer altijd te kijken: heb ik optimaal gehandeld? Ik kan altijd iets extra’s doen, zo voel ik dat. Het maakt niet uit hoe fantastisch een goal tegen erin vliegt, ik denk altijd: ik had iets kunnen doen.”