Twee ringen in een kluis

Economie en recht Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht.

Foto Michael Krinke

Als uitzendkracht gaat ze voor een schoonmaakbedrijf werken. Als de vrouw in maart 2018 haar dienst begint, doet ze haar twee ringen af en legt die met toestemming van haar leidinggevende in de kluis op het werk. Aan het einde van haar dienst blijken de ringen verdwenen. Het schoonmaakbedrijf wijst aansprakelijkheid af.

Bij de rechter, vorige maand, stelt de vrouw dat zij „erop mocht vertrouwen dat haar ringen veilig waren nadat haar leidinggevende dit een passende oplossing vond”. Het schoonmaakbedrijf is zijn zorgplicht niet nagekomen, vindt ze, en heeft zich „niet als een goed werkgever gedragen door de ringen te bewaren in een niet goed beveiligde kluis”. De kluis stond in een kantoortje/kantine, werd door meer mensen gebruikt, en was niet altijd afgesloten. Ze vordert de aankoopprijs van de ringen, zo’n 2.900 euro samen.

Het schoonmaakbedrijf stelt dat de zorgplicht betrekking heeft op de werkomstandigheden van de vrouw, en daar valt dit niet onder. En het was haar „eigen keuze” de ringen in de kluis te leggen, terwijl ze wist dat die (nog) openstond, en er meer mensen toegang tot hadden.

De rechtbank gaat mee met dit verweer: er is geen schade ontstaan bij uitoefening van de werkzaamheden, en dus is de zorgplicht nagekomen. Bovendien hoefden de ringen niet af voor de werkzaamheden. De vrouw wilde dit zelf, stelt de rechtbank. „Het was daarom een gunst” van het schoonmaakbedrijf om de kluis ter beschikking te stellen. Het enkele feit dat de kluis van het bedrijf is, maakt het niet aansprakelijk voor de verdwijning.