‘Sunny tegen macho’s’ blijkt een lieve film

Zap Bergmans nieuwe documentaire ‘Man Made’ zou een soort ‘Sunny tegen de mekkermacho’s’ worden. Maar dat viel mee.

David, de man van Sunny Bergman, hangt de was op in Man Made.
David, de man van Sunny Bergman, hangt de was op in Man Made.

Het is een kostelijke scène. „Schatje, is er volgens jou een discrepantie tussen zorgzaamheid en mannelijkheid?” vraagt Sunny Bergman aan haar man David, een beer van een kerel die bezig is de was op te hangen. Nee natuurlijk, zegt hij – het zou ook wat zijn.

Maar even later zien we hem pissig de keuken binnen benen. Waar was dat nou voor nodig, hem filmen bij dat suffe klusje? Bergman pruttelt dat het leuker is om iemand te filmen die iets aan het doen is, maar ze begrijpt ook wel waar de pijn zit. David moppert. „Alsof ik de hele dag was vouwend door de tuin loop.” De wasmand is het kruis dat de moderne man te dragen heeft.

In een volgende scène zien we David meer op zijn gemak, in zijn fietsenmakerij. Daar laat hij nog even zijn tanden zien. Over de hedendaagse vrouw: „De hele tijd vallen op haantjes en dan klagen dat alle mannen klootzakken zijn.”

Sunny Bergman (1972) is vaak boos op mannen zei ze vorige week in de Volkskrant en ook in NRC afficheerde ze zich als feminist én activist. Het wekte de verwachting dat haar nieuwe documentaire Man Made (VPRO) een soort ‘Sunny tegen de mekkermacho’s’ zou worden; een aanval op die mannen die menen dat hun diepste wezen wordt bedreigd door de oprukkende horden van het wereldfeminisme.

In werkelijkheid bleek Man Made maandagavond een lieve film. Natuurlijk zat de onvermijdelijke conservatieve psycholoog Jordan Peterson erin met zijn apocalyptische beelden van verschrompelende mannelijkheid. Maar de interviews die Bergman maakte met zijn jonge volgelingen waren niet polemisch, maar geïnteresseerd. Het waren dan ook ontwapenend jonge jongens, waarvan eentje bovendien een petje met de geweldige tekst ‘Make reality great again’ op had.

De mannen in de film waren van alles, maar nergens bedreigend. Ook niet de blonde jongeman in de mannenpraatgroep die na een tijdje op zijn stoel begon te schuiven. Ze zaten daar nu al een hele tijd „kwetsbaar te doen”. Hij was wel verzadigd. „Ik heb zin om voetbal te kijken.”

Ook ging Bergman bowlen met de studerende zoon van haar buurman, waarna zijn vrienden haar geduldig uitlegden dat een beetje prikken en plagen nu eenmaal is wat jongens doen. Als ze een seksistische opmerking maakten, was dat niet onaardig bedoeld. Bergman ging er verder niet op door.

Queers en ballerino’s winnen de testosterontest

Kostelijk was de niet per se wetenschappelijk ogende testosterontest die Bergman enkele groepjes mannen liet ondergaan. Niet zozeer omdat bleek dat de balletdansers hogere testosteronwaarden haalden dan rugby’ers en advocaten, maar vooral omdat álle mannen de test als een wedstrijd beschouwden, waarin een hoge testosteronwaarde als een overwinning gold. De balletdanser balde zijn vuist: „Yes!” De queer artist voelde zich in iets essentieels bevestigd door zijn hoge testosteronspiegel.

Lees ook: het interview met Sunny Bergman: ‘Ik vind een man met spieren wel sexy’

Zo ging de film niet over de privileges die de samenleving aan mannen toekent, maar veel meer over hoe het systeem in die samenleving de man tekort doet. Er werd een helder verband gelegd tussen het onvermogen van mannen om over hun emoties te praten en het hogere zelfmoordcijfer onder mannen.

In IJsland worden inmiddels gendercompensatielessen gegeven, waar jongens leren om hun „gevoelens te bevrijden”. We zagen kleuters hun nagels lakken, terwijl er werd gezegd: „Wat is het toch met mannelijkheid dat het verdwijnt als je nagellak opdoet?”

Waarmee we terug waren bij David en zijn was. Ik kreeg het idee dat het wel goed komt met de emancipatie van de man. Al moet mijn sekse nog wel aan zijn wasschaamte werken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.