Singapore bepaalt straks ‘wat waar en niet waar is’

Persvrijheid Op straffe van boetes tot 650.000 euro moeten Google, Facebook en Twitter ‘nepnieuws’ corrigeren, aldus een in het parlement populair wetsvoorstel.

Campagne (inclusief lesmateriaal) van de Singaporese overheid tegen nepnieuws.
Campagne (inclusief lesmateriaal) van de Singaporese overheid tegen nepnieuws. Beeld NLB.gov.sg/sure/sure-campaign

Singapore is bij lange na niet het eerste land met een wet die nepnieuws moet tegengaan. Maar het wetsvoorstel waar de regering nu mee is gekomen, gaat wel verder dan dat van andere landen. Deze overheid heeft straks „volledige zeggenschap over wat waar of niet waar is”, waarschuwde de Asia Internet Coalition, een branchevereniging van grote techbedrijven zoals Facebook, Twitter en Google. Deze bedrijven moeten straks „corrigeren” wat volgens de overheid nepnieuws is. Plaatsen ze zo’n correctie niet bij het artikel in kwestie, dan kunnen de boetes oplopen tot 1 miljoen Singaporese dollar, omgerekend meer dan 650.000 euro.

Het wetsvoorstel – dat vorige week naar buiten kwam – bepaalt ook dat elke minister mag ingrijpen als informatie online komt die volgens de regering niet klopt. Ingrijpen gebeurt als het „publieke belang” in het geding is en dat is nogal breed gedefinieerd. Het kan zijn om de openbare orde te bewaren, om de welvaart of overheidsfinanciën te beschermen en om de „vriendelijke verhoudingen met andere landen” te bewaken. En zelfs om „invloed op de uitkomst van verkiezingen” te voorkomen.

Gaat een website in een half jaar tijd drie keer ‘in de fout’, dan mag de overheid de hele site offline halen. En in plaats van dat de rechter bepaalt of zo’n site uit de lucht moet, is het aan de eigenaar om aan te tonen dat de maatregelen níét nodig waren. Personen kunnen tot vijf jaar cel krijgen. En als ze bij de verspreiding van nepnieuws ook bots gebruikten, nepaccounts, is dat zelfs tien jaar.

Lees ook de rubriek van NRC’s ombudsman: Leuke nieuwe Hollandse traditie: je eigen nepnieuws in de media lanceren

Bescherming machthebbers

De grote internetmerken zitten met hun regionale hoofdkantoren allemaal in Singapore, de techhub van Zuidoost-Azië. De stadsstaat staat bekend als rustpunt in een rommelige regio. Alleen dat maakt het nog geen vrij land. Singapore hanteert al jaren een streng mediabeleid. Televisiestations, kranten en nieuwssites hebben een vergunning nodig om hun werk te kunnen doen en die wordt ook geregeld aan media geweigerd.

Singapore haalde vorig jaar plek 151 van de 180 landen in de Press Freedom Index. Het land „doet niet onder voor China”

Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch past dit laatste plan in de „lange geschiedenis” van Singapore om kritiek op overheid, beleid en ambtenaren te verbieden. Het is dan ook „onzinnig” dat de regering nu als argument voor de nieuwe wet juist aandraagt dat het de vrijheid van burgers en media wil beschermen tegen de schade die nepnieuws kan veroorzaken, zegt HRW. Reporters Without Borders trekt ongeveer dezelfde conclusie: Singapore haalde vorig jaar plek 151 van de 180 landen in de Press Freedom Index. Het land „doet niet onder voor China” als het om de onderdrukking van mediavrijheid gaat.

Breder gezien past dit voorstel ook bij de ontwikkelingen in heel Zuidoost-Azië. Vietnam, Cambodja en Maleisië hebben al wetten die nepnieuws moeten tegengaan. Die wetten zijn vaak impliciet bedoeld om de machthebbers te beschermen. Niet voor niets introduceerden Cambodja en Maleisië hun antinepnieuwswetten kort voor de verkiezingen. En in Thailand, Myanmar en Indonesië gebruiken de autoriteiten andere wetten om arrestaties te kunnen doen.

Beluister de podcast van Haagse Zaken: 'Politiek geworstel met nepnieuws'

Makkelijk doelwit

Voor de inwoners van veel landen in Zuidoost-Azië zijn online sociale media in één klap hun belangrijkste nieuwsbron geworden. Ze hebben de introductie van het internet op computers overgeslagen en online gaan ze bijna alleen via hun mobiele telefoon. Zeker op het platteland bestaat het internet voor inwoners die net „hun eerste smartphone ooit” hebben gekocht maar uit twee platforms, schrijft de Australische socialemediadeskundige Ross Tapsell: „via Whatsapp en Facebook.” En hun lage digitale geletterdheid maakt hen een makkelijk doelwit voor nepnieuws, maar ook voor politieke campagnes en bigdatabedrijven.

Singapore is een van de ontwikkeldste landen in de regio en de internetpenetratie is ook hoog: zo’n 84 procent van de inwoners heeft toegang tot internet. Voor driekwart van hen vormen online media de belangrijkste nieuwsbron.

De achterdocht tegen nieuws op sociale media is vrij groot: volgens onderzoek van het Reuters Institute heeft maar 20 procent daar vertrouwen in. Ter vergelijking, 47 procent van de Singaporezen vertrouwt ‘nieuws in het algemeen’. Die toch nogal kritische grondhouding van hun inwoners maakt de regering van Singapore kennelijk weinig uit. De kans dat het parlement het wetsvoorstel ergens de komende maanden aanneemt, is groot. De regeringspartij heeft de overgrote meerderheid van de zetels in handen.