‘Ook welkom bij Cineville als je niet de hele filmhistorie paraat hebt’

Arthouse De Cineville-pas bestaat tien jaar. Voor een maandelijks bedrag onbeperkt naar het filmhuis: die formule slaat aan, ook bij een jonger publiek.

De reclamecampagne van Cineville uit 2018.
De reclamecampagne van Cineville uit 2018.

Cineville begon tien jaar geleden als een collectief van dertien Amsterdamse arthousetheaters om meer mensen naar hun zalen te krijgen. Bioscoopketen Pathé begon toen ook met het draaien van arthousefilms en introduceerde een maandpas voor onbeperkt bioscoopbezoek. Daardoor verloren de filmhuizen publiek, aldus Thomas Hosman, mede-oprichter en directeur van Cineville.

Hosman: „We wilden publiek terugwinnen en de krachten van de filmtheaters bundelen. Tegelijk wilden we het beeld van arthouse als een exclusieve, hoge cultuurvorm veranderen. Dat deden we door op onze website op een toegankelijke manier te schrijven over arthouse, zodat bezoekers over films kunnen praten zonder dat ze de hele filmgeschiedenis hoeven te kennen.”

Tot 2011 was de Cinevillepas alleen geldig in de hoofdstad, maar tegenwoordig kunnen de ongeveer 44.000 pashouders terecht in 43 aangesloten theaters, verspreid over het land. Die theaters betalen jaarlijks contributie aan Cineville. In ruil daarvoor verdeelt Cineville 90 procent van de opbrengsten van haar abonnementen onder de filmtheaters, aan de hand van het aantal bezoekers dat zij aantrekken.

Publiek

De helft van de pashouders is jonger dan 39 volgens cijfers van Cineville. Inna van Engen (21), student kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, is één van hen. Ze gaat op de zomermaanden na zo’n zes keer per maand naar de film. Naar Franse en Iraanse arthousetitels, maar ook naar populaire films die sommige theaters aanbieden, zoals Captain Marvel.

Van Engen: “Voor veel mensen is naar de film gaan echt een vooraf gepland uitje. Met Cineville heb je de luxe om ook last minute nog even naar de film te kunnen gaan. Ik hoef niet elke keer voor een filmkaartje te betalen, dus als ik vrij ben, denk ik sneller: zal ik even naar de film?”

Haar studiegenoot Dido de Wolf (23) nam de Cinevillepas vorig jaar. De Wolf: “Ik ga naar films waarover ik in de krant lees en naar klassiekers die opnieuw worden vertoond, zoals laatst The Sound of Music. Het grootste voordeel van de pas is dat ik sneller naar films ga die ik in eerste instantie niet zou hebben gezien.”

Een kwart van de Cineville-gebruikers woont buiten de Randstad, waar Cineville op minder plekken is vertegenwoordigd. In het noorden van Nederland hebben alleen Zwolle, Deventer en Groningen een filmhuis dat de pas accepteert. Anton van Amersfoort van Filmhuis De Keizer in Deventer zegt daarover: “Wij zijn in de regio Deventer het enige filmhuis met Cineville. Als die ene film die je graag wilt zien niet bij ons draait, kun je hem nergens anders in de omgeving bezoeken zonder apart te moeten betalen. Als in Amsterdam een film niet draait in Eye of Rialto, draait hij vast wel in een ander theater dat Cineville accepteert.”

Ook in Noord-Brabant is nog geen enkel filmhuis aangesloten. Daardoor kan Van Engen in de regio Breda, waar haar ouders wonen, nergens gebruik maken van de pas, zegt ze. Cineville wil echter na de zomer gaan uitbreiden, onder meer in Brabant. Hosman: “We zijn in gesprek met theaters in Breda en Tilburg.”

Vernieuwende films die buiten een vast genre vallen, doen het goed onder Cinevillers, zoals Call Me By Your Name en Shoplifters, laat Hosman weten. Onder pashouders trekken ook bepaalde filmmakers een vast publiek. Zo ligt Yorgos Lanthimos, regisseur van The Favourite (2018) en The Lobster (2015), opvallend goed in de markt.

Groei

Het gaat goed met Nederlandse theaters voor arthouse. Sinds 2009, toen Cineville begon, is het aandeel van de jaarlijkse bezoekcijfers voor filmvoorstellingen in filmtheaters gestegen: van 6,5 procent in 2009 naar 8 procent in 2017, blijkt uit jaarverslagen van de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF). Dat komt neer op een toename in verkochte kaartjes van 62,3 procent. Het exacte aandeel voor 2018 is nog niet bekend.

Begin dit jaar maakte Filmdistributeurs Nederlands (FDN) wel bekend dat het bezoekersaantal van filmtheaters vorig jaar met 8,4 procent is gestegen, in verhouding tot het totale filmbezoek. De totale kaartverkoop voor bioscopen en filmhuizen ten opzichte van het voorgaande jaar daalde licht met 0,8 procent.

Gulian Nolthenius, voorzitter van de NVBF, vermoedt dat de Cinevillepas aan die toename heeft bijgedragen: „Uit onderzoek blijkt dat een dergelijke pas mensen stimuleert om vaker naar de bioscoop te gaan. We moeten overigens andere factoren niet buiten beschouwing laten. Renovaties, verbouwingen en investeringen in horecamogelijkheden kunnen ook een rol spelen.” De helft van de grote Nederlandse filmtheaters is aangesloten bij Cineville.

Het gemiddeld aantal filmbezoeken per jaar van Cineville-leden ligt met 30 een stuk hoger dan het door Stichting Filmonderzoek berekende landelijke gemiddelde van 2,1 filmbezoeken per inwoner per jaar.

Toch kan ook Cineville niet om de opkomst van streamingdiensten heen. Hosman meldt dat zijn platform kijkt naar de mogelijkheid van een eigen dienst, met films die andere platforms niet aanbieden. Niet ter vervanging, maar ter ondersteuning van het filmtheater. Hosman: “Stel, Yorgos Lanthimos maakt een nieuwe film, dan kunnen we online eerdere films van hem aanbieden, of werk dat hem geïnspireerd heeft. Het theater blijft volgens ons de beste plek om een film te bekijken. Maar uit onderzoek blijkt dat mensen die thuis vaak films kijken, ook vaker buiten de deur naar de film gaan. Het kan dus naast elkaar bestaan.”