Recensie

Recensie Film

Met Peter Jackson digitaal terug naar de loopgraven van WOI

Documentaire Peter Jackson voorzag in They Shall Not Grow Old beelden uit de Eerste Wereldoorlog van kleur en geluid. Met discutabele, maar adembenemende resultaten.

WO I tot leven gewekt in ‘They Shall Not Growd Old’
WO I tot leven gewekt in ‘They Shall Not Growd Old’

Eigenlijk zou je Peter Jacksons documentaire They Shall Not Grow Old twee keer moeten bekijken. Maar dan één keer met je ogen dicht. De grootste kracht van de film is namelijk de symfonie van tientallen stemmen die hij componeerde, gebaseerd op de getuigenissen van Engelse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog vochten. Jongens die mannen werden aan het front, die gruwelen in de loopgraven hebben meegemaakt, maar toch niet alleen met spijt terugkijken. Want zoals een van de ex-soldaten laat weten: „Als je dat overleeft, dan overleef je alles.”

Veel in They Shall Not Grow Old is niet wat het lijkt. Jackson maakte ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van het einde van de Eerste Wereldoorlog een compilatie uit honderden uren beeldmateriaal uit het archief van het Imperial War Museum in Londen. Maar er spreken in de film niet alleen veteranen, maar ook acteurs, want Jackson deed met die rafelige artefacten iets ongeëvenaards.

De film begint conventioneel met een compilatie van documentaire beelden. Zwart-wit, zonder geluid. Zo zijn we het verleden gewend, want zo heeft de filmgeschiedenis het materiaal overgeleverd. Dat het beelden van de Eerste Wereldoorlog zijn maakt ze sowieso uniek. De filmkunst was nog geen tien jaar oud. Hoe nieuw de camera is, blijkt wel uit het feit dat veel jonge rekruten het apparaat net zo nieuwsgierig bekijken als de lens hen observeert. Soms zie je ze iets zeggen. Jackson huurde liplezers in om te weten te komen wat ze zeiden. „Dag mam”, natuurlijk.

Gebaseerd op de bevindingen van de liplezers liet hij acteurs inspreken wat de stille getuigen op die filmbeelden zeiden. En hij ging verder. Jackson maakte de bijna vierkante beelden breedbeeld en kleurde ze vervolgens in, gebaseerd op veldonderzoek in België en Frankrijk. Het resultaat is adembenemend. Het verleden komt zo dichtbij als een speelfilm.

Maar zijn de beelden ‘echt’? Heeft die digitale trukendoos werkelijk een mirakel voorgebracht, of is de doos van Pandora geopend? Puristen zullen er de wenkbrauwen over fronsen. De discussie over wat Jackson met de beelden heeft gedaan moet worden gevoerd. Heeft Jackson het verleden tot leven gewekt of wordt geschiedenis hier vervangen door spektakel? Dat neemt niet weg dat je tegelijkertijd niet anders dan enthousiast kunt zijn over mogelijkheden van Jacksons toverkunsten.